Wenken voor beginnende imkers.


Ik was deze week op een morgen voor mijn doen niet laat op; 't was n.l. pas half zeven. Doch een ander was nog vroeger geweest, want terwijl ik uit het raam keek, zag ik een man — een stedeling blijkbaar — wij wonen een half uur buiten de stad — iets in mijn brievenbus werpen. Het aan mij op deze wijze aangebodene bleek te zijn een pakje zaad: Vederasters, waarop vermeld stond: werkeloos, 10 cent. De bedoeling zou wel zijn, dat deze man zoo straks een dubbeltje zou halen voor dit cadeautje en misschien ook, dat er later niet gereclameerd zou behoeven te worden, wanneer het woordje werkeloos bleek te slaan op de inhoud van het pakje zelf. n.l. dat het zaad niet boven de grond te krijgen zou zijn.
Waarom vertel ik dit? Enkel en alleen, omdat ik door deze geschiedenis op een goed idee kwam: 't Is nu nog Maart en dus de tijd voor planten en zaaien breekt aan. Wat is er nu voor een beginnend imker mooier, dan mee te werken aan iets, waarvoor we alle imkers zouden moeten warm maken: Verbetering der bijenweide. We hooren één klacht in alle mogelijke toonaarden, n.l. deze, dat de bijenweide achteruitgaat: met de heide gaat het zoo vaak slecht, veel heide wordt ontgonnen, de verbouw van boekweit is erg ingekrompen, de boeren strooien kalk-stikstof tegen de blauwbloem enz. enz. Hebben de beginnende imkers mijn wenk in het Januarinummer gevolgd, dan zijn ze op oogenblik in het bezit van Joh. A. Joustra: Het Bijenboek en Dr. A. Minderhoud: Bijenteelt en dan vinden ze op bladz. 344 van het eerste boek een zoogenaamde bloeikalender, welke overgenomen is uit den Almanak voor Ned. Imkers, samengesteld door L. J. van Rhijn te Wageningen. Deze bloeikalender bevat de namen van vele heesters en planten met daarachter in eerste kolom het cijfer voor nectar, wat we nu maar zeer vrij zullen vertalen door honing en het tweede voor stuifmeel. Mag ik even zeggen, dat stuifmeel het onmisbare eiwit- en vetrijke voedsel is voor de larven der bijen en dat de imker de losse stukjes stuifmeel aanduidt met de naam van "roevendrek", althans in de Graafschap en Twenthe? Ik zeg dit even, omdat het me eens overkomen is, dat ik over stuifmeel sprekende, in 't geheel niet begrepen werd. Het ging me, als de redenaar, vurig geheelonthouder, die de geheele avond zijn banvloeken had geslingerd naar de alcohol en wien door den boer, die hem met zijn karretje naar het station bracht, werd toegevoegd: Meneer, dat spul kennen we gelukkig bij ons op 't dorp niet; wij drinken altijd bier, jenever of brandewijn. Op bladz. 341 van genoemd boek lezen we de namen van honinggevende laanboomen. Mag ik op dit lijstje de aandacht vestigen van imkers-vereenigingen ? Zij kunnen de gemeenteraden of de tot aanplant bevoegde overheid vragen de hierop vermelde boomen aan te planten langs wegen en in plantsoenen? Mijn bedoeling is van morgen U uit het lijstje op bladz. 344 en volgende de bloemheesters en planten te noemen, welke òòk uit een oogpunt van architectuur aanbevelenswaardig zijn m.a.w. die bloemheesters, vaste en te zaaien planten te noemen, welke aardig zullen staan in onzen tuin. Extra heb ik vermeld, wanneer de snoei moet zijn en hoe de kleur der bloemen is.

Bloemheesters.




Witte klaver en andere klavervariëteiten (aardbei-, bastaard-, hop-, incarnaat) 4/2 in een anders verloren hoekje.
Roode klaver 2/2 idem
Phacelia tanacetifolia 4/1
Kattenkruid (Nepeta Mussini) 2/1 kan grasbanden vervangen.

En nu beloofde ik een vorige keer op een mij via den Redacteur gezonden brief terug te komen, wat ik bij dezen wil doen, al is met de beantwoording der vele vragen, die daarin naar aanleiding van mijn artikeltje gedaan worden, op 't oogenblik nog geen haast. Enkele andere vragen zal ik dan ook laten wachten tot een volgend nummer. 'k Wil echter mijn welwillendheid toonen en de imkers hebben nu misschien nog meer tijd dan straks om te lezen. Er wordt gevraagd door een jong, beginnend imker: Mag ik kruisen om het bijenras te verbeteren? Het antwoord is aan dien beginneling: neen. Kruisen is een werk alleen voor den zeer bekwamen, wetenschappelijk onderlegden imker. Bij kruisen weten we niet, wat we krijgen zullen, dus: afblijven.
Volgens het volksgeloof geeft Maart negen mooie dagen. Benut één dezer dagen voor het grondig nazien van Uwe kasten. Reinig vooral goed de bodemplank. Voer nog niet, als het niet noodig is. Ik bedoel: voer nu nog niet om jonge bijtjes te fokken, daarvoor is het deze maand nog te vroeg. De temperatuur is er niet naar. Als ge merkt, dat Uw kast voedselgebrek heeft, voer dan wel òf op de manier in 't Januarinummer aangegeven òf een dikke suikerstroop, dat wil bijv. zeggen twee maal zooveel water als suiker. Kan men ze iets verwarmd in Thüringer Luftballon toedienen, dan is dit beter. Het kan warm blijven, door om de ballon losjes een paar kranten te slaan. Door de luchtlagen tusschen de kranten wordt de koude buitengesloten.
Een imker schrijft me, alweer via de Redactie — dat hij 8 c.M. ruimte onder zijn kasten heeft om te voeren. Hij nam me eenigszins kwalijk — niet zoo erg, geloof ik, dat ik schreef: Laat hij eens bij zijn buren gaan kijken. Maar nu waag ik het toch nog eens met aandrang te zeggen : ga eens kijken en dan ziet U, dat die ruimte van bodemplank tot onderkant raten te groot is en dat U, als U weer timmert, dit euvel verhelpen moet. Dezelfde vraagt over het voeren in de boogkorf. Ik weet me van een bezoek aan den Heer Beil te Dinxperloo te herinneren — ik maakte toen aanteekeningen — hoe hij ons vertelde blikken voerbakjes van ½ pond inhoud te gebruiken en hoe hij met 2 personen in ruim een half uur ongeveer honderd boogkorven van voerbakjes voorzag. Doch ook de heer Beil begint met voeren pas in April.
Laat onze beginner een aanteekenboekje gebruiken om te noteeren, hoe zijn kasten er thans aan toe zijn, want alles moet nu nog vlug geschieden, dan kan hij later bij nog mooier weer verhelpen, wat niet in orde was bijv. een iets beschimmelde raat vervangen door een schoone. Doch daarover in 't Aprilnummer. Even merk ik nog op, dat ik gaarne met opmerkingen en wenschen die mij bereiken via den Redacteur naar aanleiding van het door mij geschrevene, wil rekening houden, doch dat ik alleen schrijf voor beginnende kastimkers en dat het adres der vragenrubriek is : A. Oonk te Warnsveld.
K.