Ieder kenne zijn taak en doe zijn plicht tot verbetering der bijenweiden.



Langzaam maar zeker wordt de bijenweide in ons land minder en kleiner. Jaarlijks worden honderden hectaren heide, welke in den zomer haar purperen kleed ten toon spreiden, en aan millioenen bijtjes een wel komen disch bereiden, omgevormd en in cultuur gebracht tot verbouw van landbouwproducten als rogge, haver, gerst, erwten, aardappelen, enz. doch geen gewassen waarop onze nijvere honingvogeltjes hun verzamellust kunnen laten botvieren. Sporadisch komen de in het voorjaar zoo mooi bloeiende koolzaadvelden voor, die met hun gele bloemenpracht, en zoete geuren, ontelbare bijen uitnoodigden tot een bezoek aan den welvoorzienen disch.
Het zelfde geldt ook voor de boekweitvelden, eveneens een bij uitnemende goede drachtplant, doch welke om verschillende redenen, in een mindere mate wordt verbouwd, dan in voorafgegane tijden.
Onbetwistbaar zijn bovengenoemde factoren met daarnaast nog tal van andere oorzaken, redenen waarom de bijenteelt in ons land in mindere mate wordt beoefend dan in vroeger jaren. De bijenteelt als een loonend bedrijf is met het afwisselend klimaat van ons land moeilijk denkbaar, meer aantrekkelijk is de bijenteelt uit liefhebberij of als natuursport, waarvoor ze zich bij uitstek leent, en veel voldoening geeft vooral voor de stedeling.
Doch laat niemand die de bijenteelt beoefent of voornemens is dit te gaan doen, in welke vorm ook, of met welke bedoeling, zich laten leiden door eerstgenoemde bezwaren, omreden er nog een ongekend groot terrein braak ligt dat leidt tot verbetering van de bijenweiden, en zeker een van de brandende vraagstukken is, waarbij bijenhouders groot belang hebben.
Helaas wordt hieraan te weinig aandacht geschonken, en kan ik uit ervaring en van uit eigen omgeving spreken dat met eenige moeite in 't belang van de bijenhouders in 't algemeen en onze bijen in 't bizonder nog heel veel te bereiken is.
Ik denk hierbij aan de beplanting in plantsoenen, in lanen en langs wegen.
Hiervoor zijn diverse boomen en heesters welke daarvoor in aanmerking komen, doch daarvoor zeker niet te vergeten de linden en accasia's welke bij uitstek geschikte beplantingen zijn. Niet onbelangrijke bedragen worden er jaarlijks uitgetrokken bij de gemeente-begrootingen voor aankoop van beplanting voor hof en plantsoenen.
Afd. die hiervan hebben weten gebruik te maken, hebben in 't belang van hun bijen er wel bij gevaren.
Gevallen zijn ondergeteekende bekend, dat men na overleg met den dienst van de plantsoenen, eenige honderdtallen lindeboomen aanplantte, terwijl in een aangrenzende gemeente waar aanplant van laan- en sierboomen wegens uitbreiding pas aan de orde was, er men toe besloot een 400 accasia's uit te poten.
Er is voor tal van afd. in overleg met den dienst van plantsoenen ter plaatse veel te bereiken in 't belang onzer bijen. Hierdoor wordt wel een beroep gedaan op de overheid, doch dit vraagt geen financieele offers van die overheid.
Afd. en leden er ligt voor ons een groot terrein braak, ieder in eigen omgeving kenne zijn taak, en doe zijn plicht in 't belang van onze bijtjes.
Vlaardingen, C. BOS.