DE KRAINERBIJ EN DE BIJENTEELT IN KRAIN.


1. • Het vaderland der Krainer-bijen.
2. • De eigenschappen der Krainer-bijen.
3. • De bijenteelt in Krain.
4. • De export der Krainer-bijen.

De spoorbrug in Vintar.(Opperkrain) Elke bijentransport naar het buitenland gaat over deze brug.


Het vaderland der Krainerbij is Krain hetgeen als noord-westelijk deel van Jugo-Slavië tusschen Oostenrijk en Italië is gelegen. Dit land bestaat uit 3 deelen, n.l. Opper, Midden en Onder Krain. Waar de laatste 2 meer heuvelachtig zijn, heeft Opper-Krain een uitgesproken bergkarakter, met zeer smalle dalen, omgeven door de Julische alpen, waarvan de hoogste toppen zijn de Trigloo (2863 m.) en de Crna prst. (1864 m.) en de Karaweinhenbergketen.

Deze bergketens vormen een natuurlijke grensmuur van Opper-Krain en daar heeft moeder natuur het echte ras der Krainer-alpenbijen geschapen, onafgebroken door de zware levensvoorwaarden, er op uit dit ras te harden, waar op den duur een zeer sterk bijenras is ontstaan en waardoor de Kr.-bij algemeen bekend is geworden. Krain en in het bijzonder Opper-Krain heeft een zeer onaangenaam klimaat: korte heete zomers en een lange strenge winter van October tot Maart en April, ja dikwijls nog in Mei met sneeuwstormen, 's Winters zijn temperaturen van 35° C. vorst geen zeldzaamheid met dikwijls 1 tot 2 meter hooge sneeuw. s Zomers heeft men temperaturen tot 35° C, 's morgens en 's avonds is het dan echter heerlijk koel.

Na de flinke winter geeft Februari dikwijls eenige warme dagen, zoodat de sneeuw op de zonkant der rotsen snel wegsmelt. Voor de sneeuw in de plaats komt dan het lichtend roode tapijt van bloemen der voorjaarsheide (Erica carnea) en de groote wittebloem en de Kerstroos (Helleboris niger) welke heide het eerste "tafeltje dekje" in het nieuwe jaar voor de bijen vormen, en hun tot een bezoek uitnoodigen.

In dit jaargetijde is de lange vliegbaan naar deze hooge drachtplaats in de alpen, voor onze bijen, niet van gevaar ontbloot. In het zonnetje is het heerlijk, doch de ijzig koude wind die over de Gletschers, de met eeuwige sneeuw bedekte bergreuzen, komt is zeer gevaarlijk en in de schaduw der bergen is dan de temperatuur ook nog te laag, zoodat massa's nijvere bijtjes verkleumen, waardoor duizenden hun vroegtijdige dood vinden, juist dan, als ze voor het volk het dringends noodig zijn en niet gemist kunnen worden. Niettegenstaande dit verlies ontwikkelen de bijenvolken zich, na de lange harde winter en het gevaarlijke voorjaar, bijzonder snel.

Niettegenstaande nieuwe weersterugslag met storm en sneeuwbuien breidt de buitengewone vruchtbare Kr.-koningin haar broednest steeds uit en in korten tijd zijn de volken gereed, om met de grootste werklust, met onvermoeid uithoudingsvermogen, gezond en gehard, haar zware plicht voor de korte zomer te vervullen.

Wij zien, dat ongunstige klimatische verhoudingen hier door eeuwen heen een eigen ras hebben gevormd, dat alle vermelde eigenschappen moet bezitten, om te kunnen blijven bestaan. Zwakke, trage, ongezonde of niet geharde bijenvolken komen hier niet vooruit. Het is ook een bekend feit dat de Kr.-bij, bij kouder weer vliegt, 's morgens vroeger en 's avonds later werkt dan welk ander ras ook. De verzamelde honing verzegelt zij sneeuwwit, dat vooral voor raathoning zeer van belang is.

Op nog een eigenschap der Kr.-bijen moet ik hier wijzen, n.l. haar bewonderenswaardige zachtmoedigheid, waardoor ieder kind en iedere vrouw met de bijen kan omgaan, zelfs met bloote armen en zonder masker.

Tijdens de wereldoorlog toen bijna al onze imkers gedwongen waren hun haardsteden en bijen te verlaten, namen de vrouwen en kinderen de verzorging der groote bijenstanden op zich en imkerden zonder de geringste vrees, met de beste resultaten. Deze, bijna spreekwoordelijk geworden zachtmoedigheid der Kr-bijen vindt zijn oorzaak eveneens in de klimatische verhoudingen.

Al deze bijzondere eigenschappen zijn specifiek voor de echte Kr.-alpen-bijen die men niet moet verwarren met de zgn. Krainer-bijen uit Kärnten.
Kärnten is het aan Krain grenzende gedeelte van Oostenrijk en heeft niet een uitgesproken bergkarakter, waardoor de volken op natuurlijke wijze geselecteerd worden. Kärnten is meer een heuvelland en de Kärnterbij haalt het niet bij de Kr.-bijenvolken. Ook door het feit dat in Krain de bijen reeds meer dan 1000 jaar door de menschen in holle boomstammen bij huis worden gehouden heeft veel tot haar zachtmoedigheid bijgedragen, zij kwam meer in contact met de menschen en werden niet slechts wild in de bosschen gehouden. Later hield men de bijen reeds in kisten voorzien van gespleten latten en nog later construeerde men meer de kasten van gezaagd hout.

Mijn Hoofdstand in Bitnje.

Deze bijenteeltmethode werd hoofdzakelijk door de Slovenen een tak van ons Zuid-Slavische ras, tegengehouden. De Slovenen bevolken ook heden nog voor het grootste deel Krain, waar zij reeds in de 6e eeuw voorkwamen. Steeds hebben deze zeer uitgebreid de bijenteelt beoefend. De zoon erfde van de vader de bijen-teelt en ook de wijze van imkeren nam deze mede over. Naast deze traditioneele opvoeding der jonge generatie, accepteerden wij echter ook de meer moderne weg der imkerij, zoodat wij in Krain naast de Krainer volkskast een lage lange kast, ook de modernste bijenwoningen vinden. Van de modernere kasten is het meest in gebruik de Alberti-zuiderzickast, echter alleen hier in Krain en niet in het overige deel van Jugo-Slavië.



Deze kast is een bladerkast met gelijk broed en honigruim en van achter te behandelen, zoodat ze even als de Duitsche kasten gestapeld kan worden. De raampjes zijn het liggende Gerstungraam (41X26 c.M). In Krain, in het bijzonder in Opper-Krain (o.Krain) zijn alle kasten in bijenstanden ondergebracht waar zij tegen en op elkaar gestapeld worden, waardoor gedurende de lange koude winter de door de bijen geproduceerde warmte beter benut wordt, daar de warmte van het eene volk ook de andere ten goede komt. Op deze wijze behoeven wij niet ieder volk op zichzelf in te winteren, zooals bij de Amerikaansche en in Nederland veelvuldig toegepaste vrijopstelling noodig is, wij bedekken alleen de bovenste rij der gestapelde kasten alsmede de achter- en beide zijkanten der kastenstapel met een slechte warmtegeleider, zooals hooi, blad, droog mos of kleeden, terwijl de voorkant volkomen vrij blijft. Op deze wijze worden meerdere honderden kasten in een paar uur tijds ingewinterd. Niettegenstaande onze lange strenge winters is het verlies aan dooden bijzonder weinig. Deze bijenstanden maken het den imker mogelijk ook bij regenachtig weer, zijn bijen te behandelen en dat is veel waard want wij hebben hier des zomers zeer veel neerslag.

Bijentransport per wagen.

De origineele Krainerkast het eenvoudige kastje zonder ramen (70 c.M. lang 30 c.M. breed en 16 c.M. hoog) diende ten tijde onzer voorouders voor honing en wasproductie, waarvoor thans meest de moderne kasten voor in de plaats zijn gekomen. Thans wordt de Krainerkast voor kweekdoeleinden en voor export van complete bijenvolken gebruikt. Iedere imker, die zoo'n kast bezit kan, als hij dat wenscht, de raten van zoo'n Kr.-kast in zijn kast, van welke raammaat ook, omsnijden. Totaal onmogelijk is het echter om alle in gebruik zijnde raammaten der wereld, voor export voorradig te hebben. De eenvoudige goedkoope lichte Krainerkast leent zich het best voor bijenexport. De imker zal echter verstandig doen het volk niet op ramen om te snijden, maar de zwermen af te wachten, die zijn Kr.-kastje zal geven en deze in zijn kast te plaatsen waardoor hij op een "minder bloedige" wijze tot nieuw bevolkte kasten komt.


Na twee flinke zwermen die het Kr.-volk als regel geeft, houdt hij het moedervolk over, wat hij dan nog altijd kan omsnijden, daar het volk thans niet meer zooveel broed heeft, en bij het omsnijden minder schade wordt veroorzaakt, dan in den tijd, dat het volk op het hoogtepunt van zijn ontwikkeling staat.
Het Kr.-kastje eigent zich vooral daarom zoo goed voor verzending doordat de raten smal zijn (16 c.M.) en dus zonder eenige draad in de beste toestand aankomen,
Ook hier ten lande (in Krain) voldoet het kastje uitstekend, daar wij gedwongen zijn, door te reizen de dracht beter te benutten; vooral bij de herfstdracht naar de boekweitvelden, opdat de bijenvolken voldoende overwinteringsvoorraad kunnen verzamelen. Naar deze drachtvelden gaan jaarlijks groote hoeveelheden bijenvolken vooral per trein. Daar onze bijenstanden meest verafgelegen van de groote verkeerswegen hoog in de bergen staan, moeten de kasten dikwijls langs smalle, gevaarlijke rotswegen, stuk voor stuk naar de op den weg gereed staande wagens of vrachtauto's gedragen worden om dan verder per spoor of per vrachtauto op de reisstand aan te komen.

Bij dit vervoer langs de smalle rotswegen komt de handige vorm der Kr.-kast zeer van pas. Het dragen der volken langs deze rotsachtige paden geschiedt veelal door Krainer-vrouwen en -meisjes.

Deze wijze van reizen wordt reeds door eeuwen heen toegepast, en in 1770 door de bekende Krainer-imker Anton Janscha, die ten tijde van Keizerin Maria Theresia als eerste wandelleeraar der bijenteelt naar Weenen werd ontboden, ingevoerd. Hij nam toen gelijktijdig een aantal Kr.-volken in Kr.-kastjes naar Weenen mede, en heeft toen in een korten tijd van slechts 3 jaar met zijn Kr.-bijen en zijn bedrijfswijze, het bijenteeltbedrijf op hooge trap van ontwikkeling gebracht. Tot tegen het midden der 19e eeuw imkerde men in Krain hoofdzakelijk voor de honing- en wasproductie. De resultaten waren zoo bevredigend dat de Kr.-imker zoowaar hiervoor belasting moest betalen.




Met de betere verkeersmogelijkheden toendertijd (spoorwegen), werden de uitmuntende eigenschappen der echte Kr.-alpenbijen in wijderen kring meer bekend en wilden ook imkers buiten Krain gaarne deze bijen in hun bezit hebben. Destijds ging echter een bijentransport nog met groote moeilijkheden gepaard; niettegenstaande dit bezwaar zijn omstreeks 1850 reeds Kr.-volken naar het buitenland geleverd. De eerste zendingen waren bestemd voor Duitschland, waar de afnemers zoo buitengewoon tevreden waren met de Kr.-bijen, dat de vakbladen vol stonden over de bijzondere eigenschappen dezer volken. Spoedig bestelden ook imkers uit andere landen, steeds grootere hoeveelheden Kr.-bijenvolken. Voor Zwitserland werden toen meerdere wagonladingen verzonden en zeer veel volken verhuisden ook naar Europeesch Rusland.

Gedeelte van een Krainer bijenstand

Zelf heb ik in 1903 mijn bijenexportbedrijf opgericht en lever thans reeds 30 jaar lang mijn zuivere Krainer-alpenbijen naar alle werelddeelen naar Amerika, zoowel als Afrika naar Australië even goed als naar China en Japan.

Door het verzenden van levende bijen heb ik het record op mijn naam doordat mijn volken in de eenvoudige Krainer-kast na 8 en 9 weken lange reis in goede toestand bij hun nieuwe eigenaars zijn aangekomen. Koninginnen per post naar Australië verzonden, komen daar na 40 à 42 dagen, eveneens in goede staat aan. De Krainer-bij heeft in betrekkelijk korten tijd over de geheele wereld vrienden en bewonderaars gekregen van wege haar onovertroffen eigenschappen, die zij zich daar het ruwe klimaat in haar vaderland, heeft eigen gemaakt.

Van mijn hoofdbijenstand en van mijn kleinere standen in dit schoone ruwe Alpenland, reizen mijn bijen naar alle werelddeelen per wagen, auto, spoor of boot en ook reeds per vliegtuig naar hun nieuwe vaderland, waar hun altijd weer bewondering, en tevredenheid te wachten staat. Aan mijn bedrijf heb ik nog verbonden een eigen machinale houtbewerkings-afdeeling waar verzendkisten, Kr.kasten, bevruchtingskastjes, Koninginne verzendblokjes en alle andere voor mijn bedrijf benoodige onderdeelen gemaakt worden.

Gedurende de 30 jaar dat ik mijn bijen verzend, zijn deze op verschillende, tentoonstellingen zoowel in binnen- als buitenland, waarop ik inzond, reeds meer dan 80 maal bekroond, ten teeken dat mijn bijen ook werkelijk in alle opzichten voldoen.
Vooral voor de groote oorlog heb ik veel volken ook naar uw land geleverd, en ik hoop ook nu weder dat veel van mijn Kr. volken in Nederland een nieuw vaderland mogen vinden en de Nederlandsche imkers veel vreugde mogen bezorgen en dat de Krainer-bijen ook daar veel nieuwe vrienden en bewonderaars zullen aantreffen.
Na vriendelijke Krainer-Imkergroet,
Bitnje (Jugo-Slavië), JAN STRGAR.