PRACTISCHE ERVARINGEN.


Een natuurvolk.

Mijnheer Joustra vergun mij een plaatsje in ons maandblad wat ik met natuurvolk bedoel. Op 28 Maart vervoegde ten mijnen huize ons lid G. v. Dondervoord wonende te Driebergen. Hij vroeg mij wat de prijs was van een gat in een schoorsteen maken en weer dichtdoen daar ik als metselaar mijn brood verdien. Ik vroeg hem waarvoor dat dienen moest. Niet ver van zijn bijenstand zat een bijenzwerm zooals hij hem noemt een "Ime". Eenige dagen nadat hij bij mij was geweest ben ik op de bewuste plaats wezen kijken en ja ze vlogen druk in en uit. De bewoner van bedoelde woning is P.K.v. de Dries Buntlaan No. 13 Driebergen. Waar ik het eerst naar vroeg was wanneer het bijenvolk er was ingevlogen.
Hij vertelde het volgende: Het was op een mooie dag in juni 1930 (hij was bezig werkzaamheden te verrichten in zijn tuin) toen hij opeens opschrikte door een bromtoon. Kijkende in de richting waar die vandaan kwam zag hij tot zijn verbazing een bijenzwerm vliegen rondom bedoelde schoorsteen. Tot nog grooter verbazing trok die zwerm de schoorsteen in, dus dit bijenvolk is er ongeveer 3 jaar in gehuisvest. Zaterdag 15 April heeft ondergeteekende met hulp van G. v. Dondervoord bedoelde Imme er uitgehaald. De schoorsteen kwam uit bij een dakkapel dus ik kon er gemakkelijk bijkomen. Op de schoorsteen stonden twee potjes dus het waren twee kanalen.
Een van die kanalen werd gebruikt, dus waar de Imme in zat gehuisvest niet. Ik heb er een gat in gehakt 30X20 precies op de plaats. Tot mijn verbazing zag ik het nest; ik had een groote jaagkieps bij me staan. Voorzichtig de raten losgesneden met een korfmes en toen natuurlijk één voor één de bijen er afgeklopt of gestooten. Er waren raten bij die een halve meter lang waren. Toen ik de koningin bemerkte, heb ik die in een koninginnekooitje gedaan en in de kieps gestoken, Zelfs waren er al jonge bijen aanwezig en de koningin was weer aan de leg. De voedselvoorziening was slecht, daar Dondervoord met zijn bijenvolken aan het voeren was en hij een beetje buiten bij zijn volken had staan; daar heeft het volk een beetje suiker gehaald maar niet noemenswaard. Het gewicht van het volk was 1 pond bijen.
Daar Dondervoord dat bijenvolk niet kon plaatsen daar ze anders zouden terugvliegen heb ik het meegenomen. Ik heb het Zaterdagsavonds toen ik er mee thuis kwam op een verzendkastje gedaan, dat is een kastje daar kun je een zwerm mee verzenden op vijf ramen. Ik had nog één uitgebouwde raat die heb ik er in gehangen met vier raampjes met volle bladen kunstraat. Den volgenden Zondagmiddag elf uur ging ik eens even kijken en tot mijn verbazing zag ik dat hij verdwenen was. Niet ver van mijn stand zag ik hem nog vliegen, dus hij was er net af. Ik gooide er met wat zand door en ja hij vloog weer in de richting van mijn bijenstand en ze vlogen weer de woning binnen. Maar ze kwamen er weer uit.
Mijn vermoeden was, dat de koningin zoek was, wat ook uitkwam. Bedoeld kastje stond op het einde van mijn stal. Daar staan 15 kasten naast elkaar en de koningin was gevlogen op de tweede kast van het andere eind; daar lagen eenige bijen op de vliegplank reeds te vechten met de koningin. Ik heb toen de koningin er tusschen uit gehaald en meteen de vleugels geknipt en er weer in gedaan. Ik heb het volk steeds gevoerd met suiker en het heeft reeds een raat uitgebouwd. Met het broed wat het heeft is het zoo gesteld, dat op het oogenblik niets heeft dan darrenbroed, 10 c.M. in het vierkant. Maar om op het verblijf in de schoorsteen terug te komen, hoe heeft het volk de winter doorgebracht daar wij toch meest moeten bijvoeren om de winter door te komen.
Misschien zijn er onder de 8000 leden die wat naders willen weten; het adres van de bewoner waar het volk in de schoorsteen zat is U bekend. Ik vermoed dat meneer van de Dries U wel een en ander er over wil schrijven. Hiermede eindig ik met mijn natuurvolk.
Dankend voor de plaatsruimte teeken ik
A. v. DRIE, Voorzitter der Afdeeling Austerlitz Gem. Zeist.

Naschrift Red. Naar mijn meening zal het U nog wel parten spelen. Die broedvlakte bevalt me niet. Als het van een "natuurvolk" maar geen "onnatuurlijk" volk wordt. RED.

Mijnheer de Red.!
Waar de heer K. in zijn "Wenken voor beginnende kastimkers" opgenomen in "Ons Groentje" Febr. 1933, de verwachting uitspreekt, "dat ook anderen hun gedachten zullen zeggen", ben ik zoo vrij een weinig plaatsruimte van U te vragen voor het volgende:
"Toen ik 8 jaren oud was kreeg ik van mijn vader toestemming, voor mijn gespaarde centen een zgn. wintervolk te koopen. Mijn moeder "obsternaat!" "Je moet die jongen overal z'n zin maar in geven" hoor ik haar nog zeggen; waarop mijn vader: "Dan zijn wij van dat gezanik af" en .... ronduit gezegd ik houd ook wel eenigszins van bijen .... De naastbijzijnde imker, een goede kennis van mijn vader, woonde op ongeveer 3 kwartier afstand aan een veldweg. Zaterdagmiddag na schooltijd werd de koop gesloten; met ruim f8.50 minder op zak, torste ik mijn dierbaar vrachtje op een kruiwagen door modderwegen en heidebulten.
Doornat van 't zweet kwam ik eindelijk behouden aan, plaatste "mijn alles" in het inmiddels gebouwde stalletje.
Nu was ik "moeder's jongen" niet meer!? .... Vader kwam even om den hoek van het stalletje kijken en glimlachte ....
Kortom, ik was imker .... in den dop. Over een paar maanden hoop ik den leeftijd van 50 jaren te mogen bereiken en, uitgezonderd een paar jaren dat ik met mijn gezin in Duitschland vertoefde, waar ik onmogelijk bijen kon houden, heb ik steeds het imkersvak beoefend. Op het oogenblik heb ik een stalletje van 22 volken. Ik heb gewerkt (en nog) met kasten, boogkorven en ronde korven. Boogkorven en ronde korven fabriceer ik zelf; heb dat van mijn prille jeugd af reeds gedaan, ook wel op bestelling. De ondervinding heeft mij echter geleerd, dat een volk nog altijd het beste door den winter komt in een ronde korf.
Daarna komt de boogkorf aan de beurt, doch dan dient men het in te winteren volk terug te dringen op 6 à 7 boogjes met een goed sluitende plank afgesloten; de leege ruimte wordt niet opgevuld. Daarna komt de kast aan de beurt.
Ook hierin overwinteren mijn bijen goed, doch ik wacht met het "warm" afdekken totdat in het voorjaar de eerste reinigingsvlucht plaats heeft. Dan zet ik alles er vlug warmpjes in. Bij het inwinteren dek ik enkel met een lap manchester of zwilk, méér niet. Als wintervoedsel gebruik ik uitsluitend suikerstroop. Tot nog toe heb ik steeds eenige volken in kasten gehouden enkel voor variatie en proef, doch heb tot heden nog nimmer den moed kunnen vinden mijn stroowoningen op te ruimen; wèl te verdubbelen.
Oók meen ik een fout te zien in de overtollige ruimten der broedkamers van "W. B.C.", " Simplex" e, a.; dit werkt zéér remmend op het winnen van eerste soort raathoning.
Wat de behandeling der volken betreft, zal de eene soort woning iets vóór hebben op de andere en omgekeerd. Bij een beetje routine zijn alle drie soorten wel goed en vlug te behandelen, althans, wanneer kast, ronde- of boogkorf solide zijn gemaakt en van deugdelijk materiaal zijn opgebouwd. En dit geldt wel in de eerste plaats voor de boogkorf. Nu lees ik in het bovengen. opstelletje van de heer K. o.a. "De verdediger van de boogkorf in ons land is de heer Beil enz. enz." en daar heb ik persoonlijk niets op tegen, doch waar de heer Beil gaat voorlichten op welke manier en met welk materiaal men boogkorven moet vervaardigen meen ik, en wel in de eerste plaats in het belang van de bewuste vraagsteller, een en ander te moeten verduidelijken en tot mijn spijt een kleine waarschuwing aan belanghebbenden te moeten geven. De heer Beil zegt: "Men gebruikt liefst een ijzeren vorm, ongedorscht stroo, degelijk bijenkorvenriet enz." Ik zeg: Uitsluitend een ijzeren vorm, en wel terdege gedorscht stroo en geen rietspleuten.
Wat nu het vervaardigen van ronde- en boogkorven betreft is uit de verte geen inlichting te geven en zal de bewuste vraagsteller, ook na een event. bezoek aan een of meer imkersbedrijven, geen steek opschieten. Heeft men een degelijk model bij de hand, dan is men reeds voor 50 % geholpen.
Waarom ik uitsluitend een ijzeren vorm gebruik en geen houten of papieren, zal ik niet behoeven te verduidelijken; dat is zoo helder als glas! Waarom ik juist goed gedorscht stroo gebruik? Omdat ongedorscht stroo bij de bewerking niet voldoende in elkaar te persen is, dientengevolge véél vocht opslurpt en spoedig tot rotting overgaat. Oók mag het stroo in de randen niet horizontaal in het riet liggen doch gedraaid, en terdege in elkaar geperst.
Mijn oprechten dank mijnheer de Red. en alle imkers mijn groet!
J.G. JASPER.