(Vragen te richten aan dhr. A. Oonk, Warnsveld)


Vraag 109.
Ik heb in het najaar van het vorige jaar 2 korven bijen gekocht een ronde en een boogkorf. De korven zijn niet best meer. Nu heb ik zelf 2 Simplex-kasten gemaakt. Hoe krijg ik ze daar nu in en wanneer is de geschiktste tijd?
H. K. te C. post 't Z.
Antwoord: U kunt ca. half April den korf wegnemen en op de plaats waar de korf heeft gestaan de leege kast zetten. U plaatst den korf dan op de broedkamer, welke van vellen kunstraat is voorzien. De broedkamer wordt daarna goed afgedekt.
De bijen zullen bij verdere ontwikkeling langzamerhand in de broedkamer trekken en daar de kunstraat gaan uitbouwen. Door te voederen in tijden, waarin geen gewin is, kunt U het bouwen bevorderen.
Blijkt nu, dat de moer beneden aan het leggen is, dan kunt U een rooster leggen, zoodat de koningin niet meer in den korf terug kan. Na 21 dagen is al het broed in den korf uitgeloopen en kunt U ongeveer een maand, nadat de koningin in de broedkamer zit, den korf op een andere plaats in den stal zetten, waarna de vliegbijen naar de kast zullen vliegen. Ook kunt U de bijen uit den korf stooten, of een uitlaat tusschen broedkamer en den korf plaatsen.
U kunt op dezelfde wijze den boogkorf behandelen. De behandeling van den boogkorf is gemakkelijker, daar U later, als U dezen verwijdert, de bijen van de boograampjes in de kast kunt schudden.
Er is nog een andere manier. U kunt n.l. den voorzwerm laten afkomen en hiermede de kast bevolken en dan de kast naast de korven plaatsen. Als U de korven dan later verwijdert, kunnen de bijen uit de korven op de kast vliegen.

Vraag 110.
Heb bij inspectie der bijen een volk ontdekt, dat moerloos is. Dit gaat ten gronde, daar er van eieren of larven niets te bespeuren is. Nu heb ik andere volken, welke in goede conditie zijn. Zou ik met goed gevolg ramen met broed enz. in het moerlooze volk hangen, of niet? De maten der ramen zijn natuurlijk passend, of zou ik wachten tot er een natuurlijke zwerm afkomt (het is nu 11 April). Als deze er is, zal het moerlooze volk wel uitgestorven zijn?
Zou ik kans kunnen hebben, als ik omhang, dat het zwermen tegengehouden zal worden, daar ik meer op honing, dan op vermeerdering der volken gesteld ben, omdat ik er toch voor bestuivingsdoeleinden genoeg heb ?
J. de J. te O.
Antwoord: Als U in het voorjaar een moerloos volk hebt en geen koninginnen in reserve, is het radicaalste middel dit moerlooze volk met een moerecht volk te vereenigen, dan te liggen kwakzalveren met raampjes broed geven enz.
Als U omhangt, wordt het zwermen wel uitgesteld, doch of U het geheel zult kunnen onderdrukken is niet zoo gemakkelijk te beantwoorden. Dit hangt vooral af van het weer en de drachtverhoudingen van de streek, waarin men imkert. Duurt de dracht lang, of zijn er veel drachtgelegenheden, dan zullen de volken meer zwermneigingen vertoonen, dan in streken, waarin weinig dracht is. Het zwermen kan verder verminderd worden door veel werkgelegenheid te geven b.v. door nu en dan een raampje broed te ontnemen en dit te vervangen door een raampje met kunstraat. Als U de hei wilt bezoeken, is het wel wenschelijk, dat U de oude moer tegen een jonge verwisselt.

Vraag 111.
Een mijner kasten heeft veel last van luizen. Is er een gemakkelijk en afdoend middeltje ter bestrijding daarvan ?
P.J. v. B. te H. (Z.)
Antwoord: Bijenluizen zijn kleine ronde bruinachtige beestjes, welke de grootte hebben van een kleine speldeknop. Zij bevinden zich op de borst van jonge voedsterbijen en bij voorkeur op koninginnen, waarop zij dikwijls bij dozijnen voorkomen. De luizen zijn geen bloedzuigers, doch zij leven in tafelgemeenschap met de koningin mee.
De luis legt geen eieren, doch broedt ze in haar eigen lichaam uit. In het voorjaar, voordat er broed in het volk is, verzamelen zich de luizen geleidelijk op de moer. Als de voedsterbijen later de maden moeten voederen, wordt het arbeidsveld van de luizen grooter.
Het beste middel om de luizen tegen te gaan, is de kasten goed schoon te houden. Is de moer erg met luizen bezet, dan doet men haar in een kluisje, houdt dit boven een blad papier en berookt vervolgens de koningin. De luizen vallen dan op het papier en kunnen met het papier worden verbrand. Tabaksrook is een goed middel ervoor.
Is het volk sterk met luizen bezet, dan legt men op de bodemplank een vel papier, dat met naphtaline wordt bestrooid. Het grootste aantal der luizen zal den volgenden morgen bedwelmd op het papier liggen. De luizen worden dan verbrand. Wil men dit middel nog eens herhalen, dan gelieve men acht dagen te wachten om te verhinderen, dat de bijen of het broed door den scherpen naphtalinereuk zouden worden beschadigd.

Vraag 112.
Bestaat er gevaar voor dat de luizen naar andere kasten overloopen en andere volken besmetten ? Afgezien natuurlijk van 't toeval van vervliegen.
P. J. v. B. te H. (Z.)
Antwoord: Of de luizen naar andere kasten overloopen, weet ik niet. Het beste middel om de luizenplaag te voorkomen, schijnt te zijn de kasten goed zindelijk te houden.

Vraag 113.
Lijdt een volk er onder, wanneer het met luizen behept is?
P. J. v. B. te H. (Z.)
Antwoord: Het volk zal er nu wel niet bepaald onder lijden, doch zal er toch wel eenigen hinder van ondervinden. Dat luizen veel in volken voorkomen, geloof ik niet. Trouwens ik heb er nog nooit één ontdekt.

Vraag 114.
Hoe maakt men het eenvoudigst en gemakkelijkst een moerdop vast aan het daarvoor gebruikelijk houten dopje? Kan men inplaats van een houten dopje ook een kurkestop gebruiken, of gaat dat niet?
Chr. BI. te Th.
Antwoord: Het houten moerdopje is aan het ondereinde een weinig uitgehold. Hierin giet men een weinig was. Wil men nu den moerdop vastmaken, dan maakt men het was in het dopje van tevoren iets warm door dit in de zon te leggen, of er een brandende lucifer even aan te houden. Het was wordt nu zacht; dan drukt men er den moerdop, welke van boven, waar hij aan het raam zit, een beetje ruim is uitgesneden goed tegen aan, waardoor deze stevig aan het houten moerdopje komt te zitten. Een kurkenstop kan even goed dienst doen, als U deze aan den onderkant een weinig uitholt. Kurk kan door de bijen echter na eenigen tijd wat afgeknabbeld worden, terwijl dit met houten doppen niet het geval is.

Vraag 115.
Kan men op de volgende manier ook een goede moer kweeken? Onder de broedkamer een honingkamer. Is deze laatste bezet met broed, dan op de broedkamer een honingkamer met uitgewerkte raat. Daarop een rooster en dan hierop de honingkamer met broed. Volgens mijn gedachte worden in de honingkamer met broed doppen gezet. Zoodra dat het geval is, dan met die honingkamer separeeren, d.w.z. alleen met de bovenste honingkamer. Er komt dan een vliegopening boven de broed- en daarop staande honingkamer met uitgewerkte raat. Het eenige bezwaar, dat ik zie, is, dat ik althans in deze kast geen darren heb. Wel heb ik darren van andere kasten, die rondvliegen. Is dat voldoende? Ik bedoel hiermee, of een kast kan zwermen zonder zelf darren te moeten kweeken?
Chr. B. te Th.
Antwoord: De methode, welke U aangeeft, kunt U wel in toepassing brengen en zal ook wel gelukken. Voor de bevruchting der moer behoeft U niet bevreesd te zijn. Van Mei tot Aug. vliegen er voldoende darren rond. In een kast zitten altijd wel enkele darren. Al geeft men heele en groote vellen kunstraat toch vinden de bijen nog wel gelegenheid hier en daar darrencellen aan te zetten. Men vindt deze soms midden op een broedraam.

Vraag 116.
Kan ik zonder bezwaar voor wat broedaanzet, nu (14 Mei) nog voedersuiker geven, of bergen ze die suiker op? Zouden de bijen dat dunne suikerwater 1 op 1 ook kunnen verzegelen?
Chr. B. te Th.
Antwoord: Als er geen dracht is, kunt U zonder bezwaar wat suikerwater geven, mits in kleine hoeveelheden. In dit geval zullen de bijen er geen voorraad van opdoen, omdat de verzorging van het broed veel voedsel vereischt. Als er veel dun suikerwater zou worden gevoerd, dan kunnen de bijen dit natuurlijk wel verzegelen, omdat ook de nectar een zeer groot watergehalte bevat. Het overtollige water wordt toch ingedampt.

Vraag 117.
Gaarne eenige inlichtingen over het overpakken van heide-slingerhoning in flacons. Tot hoeveel graden Celsius mag de honing verwarmd worden om hem zoo aantrekkelijk mogelijk in het glas te doen zitten?
W. W. V. te 's-G.
Antwoord: Honing wordt in den regel verwarmd tot 55° C. Hij verliest dan niet van zijn aroma. Als honing aanmerkelijk hooger wordt verwarmd, kunnen zekere bestanddeelen van den honing worden gedood, waardoor hij in kwaliteit en voedingswaarde verliest. Als U den honing in bussen hebt verpakt, kunt U die bussen in water zetten en dit water verwarmen, doch dan mag de honing de 55° C. niet overschrijden. Is de honing goed vloeibaar, dan kunt U hem overpakken in flacons.

Vraag 118.
Iemand heeft zijn kasten voorzien van 5 heele en 5 halve vellen kunstraat. In deze kasten wordt dus veel darrenraat aangezet. Hieruit ontstaan dus in den zwermtijd een te groote hoeveelheid darren. Is het wel goed om in de kasten met veel darrenraat de nog niet uitgeloopen darren b.v. om de 14 dagen te onthoofden?
A. v. d. R. te S. (Z.)
Antwoord: U moogt in den zwermtijd in de kasten met veel darrenraat gerust om de 14 dagen de darren met een scherp mes koppen.

Vraag 119.
Verdient het aanbeveling om op zoo'n stand alleen darren van maar één volk te laten uitloopen om toch goed bevruchte koninginnen te krijgen? Zoo niet, hoeveel darren moet elke kast ongeveer hebben? (Ik bedoel in het beste volk; de oude koninginnen worden uitgezeefd).
A. v. d. R. te S. (Z.)
Antwoord: In den regel kweekt men in de kasten zoo weinig mogelijk darren, uitgezonderd in volken, welke door zwermtraagheid en als goede honinghalers
uitblinken. In deze volken kan men eenige raampjes met halve vellen kunstraat aanbrengen, zoodat er een flinke hoeveelheid darren worden geboren. Overigens zal men het darrenwerk zooveel mogelijk trachten te weren en den bouw van werkbijencellen trachten te bevorderen. Er komen in den regel, zonder dat men het wenscht, toch darren genoeg.

Vraag 120.
Wanneer men zijn kasten van heele bladen kunstraat voorziet, moet dan aan de bijen gelegenheid worden gegeven om darrenraat aan te zetten? Zoo ja, welke ramen vindt U hiervoor het beste geschikt.
A. v. d. R. te S. (Z)
Antwoord: U behoeft aan de bijen geen gelegenheid te geven om darrenraat te kunnen aanzetten. Als U heele kunstraatvellen gebruikt, vinden de bijen toch nog wel een plaatsje, waar zij darrenraat kunnen bouwen. Indien U het noodig oordeelt darrenraat in Uw kast te hebben, dan hangt men die ramen liefst aan den buitenkant van het broednest.
Het is een natuurdrift van het bijenvolk in het voorjaar eerst voor bijenbroed te zorgen, dan wordt mannelijk materiaal gekweekt en als dit voorhanden is, worden door de moer de koninginnecellen belegd. Men moet dus het darrenwerk niet volkomen verhinderen; wel mag men het aanzienlijk beperken.

Vraag 121.
Raathoning vorig jaar gewonnen en opgeborgen in een kist, bleek later door de wasmot zoodanig beschadigd te zijn, dat deze onverkoopbaar was. Heeft het nu nadeeligen invloed op den honing, als deze bij het opbergen even gezwaveld wordt en b.v. 8 dagen later nogmaals, teneinde de wasmotjes te dooden?
J. M. te G.
Antwoord: Hiertegen bestaat mijns inziens geen bezwaar, mits U de zwavellucht er eerst goed af laat trekken, voordat U de ramen in de kist opbergt. Ook zou ik die kist eens uitzwavelen. Vroeger gebruikte men ook altijd zwavel om de korfvolken te dooden, als zij van de hei kwamen en de honing scheen er niet onder geleden te hebben.

Vraag 122.
Weet U ook waar stuifzwam te verkrijgen is? In geheel Rotterdam niet verkrijgbaar. Ik heb een zwerm in den schoorsteen en wilde dien graag vangen.
A. v. d. B. te Z.
Antwoord: De stuifzwam of bovist komt hier in Gelderland wel in weilanden voor en wordt hier "stoevedamp" (in Overijsel "Stoefappels" Red.) genoemd, want als men er met den voet optrapt, komt er een grijze damp uit. Ik weet niet, of de bovist in drogisterijen te verkrijgen is. Kan een onzer lezers soms een adres opgeven, dan verneem ik dit gaarne? Inplaats van stuifzwam kunt U toch beter de salpeterlap gebruiken om den zwerm uit den schoorsteen te vangen.

Vraag 123.
Gaarne zou ik vernemen hoe het komt, dat er de laatste weken, zooveel doode bijen voor de kasten liggen. Eerst zijn ze een poosje lam, ze kunnen niet vliegen en later gaan ze dood. Er zijn hier enkele bijenhouders, die beweren, dat het komt van de dracht op de Rhododendrons.
E. v. d. K. Sr. te B.
Antwoord: Vermoedelijk hebben Uwe bijen de Meiziekte, doch zij kunnen ook met Nosema besmet zijn. Ik raad U aan wat doode bijen, die aan de ziekte leden, bij elkaar te garen en als monster zonder waarde in een klein stevig doosje op te zenden aan dhr. Dr. A. J. Winkel, Rijksseruminrichting, Rotterdam met vermelding van Uw nauwkeurig adres. Per zelfde post schrijft U aan Dr. Winkel een brief of briefkaart, dat U wat doode bijen ter onderzoek hebt opgezonden met vermelding wat U voor de kasten hebt opgemerkt. U kunt dan voor enkele centen te weten komen, waaraan Uw bijen lijden.
Dr. Winkel is op toezending van zieke bijen zeer gesteld. Men leze daarom maar eens "Bijenziekten", welk artikel van de hand van Dr. Winkel voorkomt in ons Maandschrift van Januari 1933 blz. 13.
A. OONK.

Vraag 124.
Op den 28 Mei waren in een mijner kasten aanwezig:
1e. een oude moer (geknipte vleugels);
2e. een tutende moer op de ramen;
3e. een volslagen moerdop waarvan de deksel reeds aangeknaagd was, voorts broed in alle stadia. De oude moer leeft nog.

Ik heb de vorengemelde oude moer in een kastje met een paar uitgebouwde en gesloten broedraampjes gehangen maar zij legt geen eieren. Een 8 dagen later bijgehangen raampje met open broed gaf dadelijk aanleiding tot het aanzetten van moerdoppen.
J.V. te Z.
Antwoord: Het vermoeden ligt voor de hand, dat we hier te doen hebben met een uitgeleefde moer, welke in vele gevallen nog naast een nieuwe geduld wordt.
Dit wordt trouwens bevestigd door het resultaat van Uw (overigens juiste) handeling wat betreft het inhangen van een raampje broed, stellig met het doel haar tot eieren leggen te prikkelen.
Er zit niets anders op, dan deze oude afgeleefde tante verdere experimenten te besparen.
J.A. J.