
Wenken voor beginnende kastimkers.
Wanneer omstreeks 10 September de bijen van de heide terugkomen, breekt voor den imker een vrij drukke tijd aan. Voor het honigafnemen en het slingeren leest ge de wenken voor de maand Juli (Maandschrift pag. 147-148) nog eens na. Goed verzegelde ramen raathonig hangt ge in honigkamers, die ge op een droge koele plaats op elkaar zet en van boven goed afdekt, totdat ze als volle ramen worden verkocht of wel uitgesneden en in blikken of cartonnen doosjes worden verpakt. De minder goed verzegelde wordt zoo spoedig mogelijk verwerkt, terwijl de ramen met leege stukken raat worden opgeborgen tot een volgend jaar.
Tusschen het ontzeggelen en het slingeren moet nu nog een bewerking worden uitgevoerd, namelijk het losmaken, het meer in vloeibaren toestand brengen van den taaien gelatineachtigen heidehonig met Kolbtoestel of Ericaborstel. Mij persoonlijk bevalt het Handkolbtoestel beter dan de Ericaborstel, daar met deze laatste m. i. de raten meer beschadigd worden dan met het stabielere handkolbtoestel.
Om goede resultaten te verkrijgen is het noodig vooral aan de volgende punten de noodige aandacht te besteden.
1. Het Kolben, slingeren en zeven moet geschieden in een goed verwarmd vertrek (75°-80° F.) - 20°-25° C. - terwijl het de voorkeur verdient de ramen direct uit de kasten (dus nog warm) te bewerken. Is dit niet mogelijk dan moeten ze eerst worden voor-gewarmd. Hierbij moet men echter niet overdrijven, daar bij te hooge temperatuur het was zijn weerstandsvermogen verliest en vele raten bij het slingeren zullen breken. De temperatuur van het bijenvolk (30° a 55" C.) is de meest geschikte.
2. Plaats het Kolbtoestel voor het gebruik en tusschen de bewerking van twee ramen in een bakje met kokend water, dat op een gas- of petroleumstel geplaatst is, zoodat het flink warm wordt. Voor ge nu met het kolben begint, sloot ge het toestel eerst flink af, zoodat er geen water aan blijft hangen, dat ge gedurende de bewerking in den honig zoudt brengen.
3. Beweeg het kolbtoestel rechtstandig op en neer enigszins in de scheeve richting van de cellen. Leg het te kolben raam op een leeg donkerbruin gekleurd, dus oud broedraam; deze onderlaag is eenigszins veerkrachtig en toch voldoende stevig. Zorg, dat ge ieder plekje van de raat bewerkt; indien noodig kunt ge de bewerking herhalen.
4. Draai bij het slingeren, wanneer de raat nog vol is, niet te snel. Slinger de eerste zijde van het raam aanvankelijk slechts voor de helft leeg, draai het raam om, slinger de tweede zijde geheel leeg, draai het raam weer om en slinger nu de eerste zijde geheel leeg.
Het slingeren moet langer worden voortgezet dan bij zomerhonig, terwijl, wanneer het raam bijna leeg is, met zoo groot mogelijke snelheid moet worden gedraaid.
Dikwijls ontstaat bij ramen uit de broedkamer een min of meer ernstige scheur juist op de grens van het donkergekleurde middengedeelte (broednest) en de honiggordel aan de bovenzijde, dus 3 a 4 cm. vanaf de bovenlat. Meestal is dit niet erg en kunnen we met de hand de beide deelen weer in één vak drukken, terwijl de bijen dan wel zorgen, dat een en ander onberispelijk gerepareerd wordt.
Zijn de beschadigingen van ernstigen aard, zoodat er gaten in de ramen ontstaan, dan moet men trachten hierin verbetering te krijgen door niet beide zijden tegelijkertijd te ontzegelen, doch eerst een zijde en daarna de andere. Gedurende het slingeren geven dan de zegels aan de binnenzijde van het raam een belangrijke versterking. Ook moet men er speciaal op letten, dat de gazen wanden van de kooi in den slinger goed vlak zijn en niet naar buiten doorbuigen, zooals dit bij oudere slingers maar al te vaak voorkomt. Dikwijls is hierin verbetering te brengen door een stevig ijzerdraad strak om de kooi te spannen of door een koperslager
dwarsverbindingen tusschen de hoeken op de buitenzijde van het gaas te laten aanbrengen.
Het zeven van heidehonig geschiedt het beste door kaasdoek (verkrijgbaar bij Afdeeling Handel te Wageningen). Men legt daartoe een stuk kaasdoek over een keulsche pot of een bus, zoodanig, dat een zak wordt gevormd van ca. 10 c.M. diepte. Daarna bindt men een touw flink stevig om den doek en pot of bus. Hoe wijder deze pot of bus is, hoe grooter onze zeef wordt. Het is noodig zoo nu en dan eens in den honig op de zeef te roeren, echter niet te snel en zóó, dat de lepel niet boven het vloeistofoppervlak uitkomt, daar hierdoor lucht in de honig gebracht wordt en door deze lucht de heldere kleur verloren gaat.
Na deze uiteenzetting over de behandeling van den honig, wil ik U aanraden den heidehonig zooveel mogelijk uit de broedkamer te verwijderen dus in de eerste plaats de honig uit de buitenste ramen, terwijl ook ramen met veel honig en weinig gesloten broed zonder bezwaar kunnen worden geslingerd. In geen geval echter mogen ramen met open broed worden geslingerd. Deze verwijdering van den heidehonig geeft den imker twee voordeden; behalve den honig, die hij op deze manier oogst is het voor de bijen gunstiger met suiker als wintervoer te overwinteren, daar deze minder onverteerbare resten bevat dan heidehonig, waardoor bij overwintering met deze laatste in ongunstige winters, dus wanneer de bijen niet veel kunnen uitvliegen, nogal eens roer optreedt.
Zoodra de honig van de kasten is verwijderd beginnen we de bijen te voeren, en wel aanvankelijk met kleine hoeveelheden niet te dikke suikeroplossing, zoo mogelijk met wat voerhoning vermengt. Indien de weersomstandigheden dit toelaten zetten we dit ca. 14 dagen voort, terwijl we de broedkamer goed warm afdekken, zoodat zoo weinig mogelijk warmte verloren gaat. Bovendien is het zeer aan te bevelen, de kasten te versterken met afgesalpeterde bijen, die een korfimker vooral wanneer we het salpeteren (en daarna het zwavelen) zelf voor hem verrichten, ons meestal gaarne zal afslaan. Op deze wijze bevorderen we den broedaanzet, zoodat we met vele jonge bijen den winter ingaan, waardoor we in het voorjaar levenskrachtige en zich snel ontwikkelende volken kunnen verwachten.
Zoodra het weer omslaat en een uitgesproken herfstachtig karakter gaat vertoonen, geven we den volken zoo groot mogelijke porties lauw warm wintervoedsel. Een zeer goede verhouding is 1½ à 2 Kilo suiker op 1 Liter water.
E. L.