EEN 75-JARIG JUBILEUM.



J. Mehring was de zoon van ouders, die tot den kleinen boerenstand behoorden, hij had een helder verstand, maar financieele bezwaren waren oorzaak, dat hij voor het vak van schrijnwerker werd opgeleid. Na zijn vak grondig geleerd te hebben vestigde hij zich in zijn geboorteplaats Kleinniedesheim bij Frankenthal in de Rheinpaltz, waar hij als een bekwaam vakman algemeen geëerd werd. Qerstung schrijft in de levensgeschiedenis van Mehring (zie Afd. II B N. 14), dat de eerste gietvorm van bijenraat, onafhankelijk van Mehring, vervaardigd is door Schrober, een goudsmid te Frankenthal. Uit nagelaten correspondentie van Mehring moet dit gebleken zijn. Het schijnt dat Mehring met een imkervriend Sprinkhorn samen besloot een houten afdruk te maken van den gietvorm van Schrober. Hiermede maakten zij wasplaten en beproefden deze bij hun bijen.

Schrober was alleen korfimker en had zelf geen gelegenheid proeven te nemen. Springhorn liet, toen hij met Mehring gezien had, dat de bijen de wasplaten uitbouwden, door .een graveur een metalen afdruk van den houten gietvorm maken. Tijdens deze vervaardiging van den metalen afdruk werd Springhorn ziek, daardoor bereikte Mehring het eerste zijn doel en vertoonde op de algemeene vergadering van Duitscbe Imkers te Stuttgart van Sept. 1858 de eerste uitgebouwde kunstraat. Dit is de oorzaak, dat de kunstraat van Mehring het Stuttgarter Kleinod genoemd wordt. Nu is de algemeene vergadering van Duitsche Imkers dit jaar in Sept. te Frankenthal, daarom liet de bijenvereeniging van de Rheinpaltz deze plaat maken, die dan bevestigd zal worden aan de woning waar Mehring eens gewoond heeft.

In de catalogus, die helaas veel fouten heeft, staat op blz. 12 N. 20 Mehring,
J. zie No....., dit moet zijn No. B. II N. 14. Het boek is nimmer opgevraagd.
De bouwsteenen ervan zijn voor een deel getrokken uit het boek van Mehring's Einwesen System, dat in 1900 reeds lang was uitverkocht en Gerstung ter inzage kreeg van Schönfeld.
Sept. 1933, L.J. VAN RHIJN.