DE NOODKLOK LUIDT.

We leven in een tijd van crisis en malaise met als gevolg verarming der massa, zonder uitzondering. Heeft ons bijenbedrijf — en dan bedoel ik hiermede ons mooie vak als zelfstandig bedrijf zoowel als bijbedrijf — tot nu toe het hoofd boven water kunnen houden, door verschillende omstandigheden van uiteenloopenden aard wordt dit steeds moeilijker. Voor den korfimker, welke zijne honig moet verkoopen door bemiddeling van opkoopers — zeemers aan de koekfabrikanten, is het rendement van hun bedrijf reeds tot een minimum ingeschrompeld; in vele gevallen geeft het zelf reeds verlies. Voor den mobiel (lossebouw) imker, die zijn honig op moderner wijze wint, was de rentabiliteit tot voor kort — tenminste als moeder natuur haar medewerking wil verleenen — nog vrij goed te noemen. Doch ook voor deze wordt schraalhans hoe langer hoe meer keukenmeester. Ik wil hier voor U in het kort de verschillende oorzaken van het dalen der honigprijzen nagaan.

We zullen daarbij onzen honig in drie soorten verdeelen en wel; raathonig, slingerhonig (flacon) en pershonig.

Vooreerst de oorzaken van de inzinking van den raathonigprijs.
Gelukkig hebben we hier nog met geen buitenlandschen vijand te maken, doch alleen met inlandsche oorzaken en wel: doordat onze mede-imkers (korfimkers in hoofdzaak) persé hun honig onmiddellijk na den oogst kwijt willen en hem daardoor tegen alle prijzen — ver beneden den markt- (detail)prijs — trachten te verkoopen. Ze redeneeren als volgt: alles wat ik nog aan raathonig verkoop, is gewonnen, want anders moet het in "'t vat" en krijg ik er zoo goed als niets voor.

Een tweede categorie prijsbedervers zijn de zgn. Schacheraars, die den honig bij den imker koopen (in de korven), en er dan den raathonig uithalen en deze voor prijzen, ver beneden detailprijs, op de door de imkersvereenigingen in het leven geroepen markt te verkwanselen. Hun eenigste doel is: de marge welke zit tusschen in- en verkoopprijs. Of ze daardoor den Nederl. imker dupeeren laat hen ijskoud. Dit zijn wel de twee hoofdoorzaken van de dalingen der raathonig-prijzen.

Nu wat betreft den slinger- of flaconhonig. Tot hier toe zit onze vijand in eigen huis. Het zijn de firma's, welke er in ons land een bijenpark op na houden — dus notabene onze mede-imkers — maar daarnaast den zeer goedkoopen buitenlandschen honig onder schoon klinkende namen — zelfs onder eigen etiket — als zuiveren Holl. bijenhonig aan de markt brengen. Hier geldt: "Het doel heiligt de middelen". Den winkeliers — hun wederverkoopers — wordt diets gemaakt, dat den geboden honig uit hun eigen bijenpark wordt gewonnen, en worden naar aanleiding en tengevolge van groote advertenties, daverende artikelen over hun eigen bijenparken in deze kruideniersbladen opgenomen om dit te bewijzen. Zoowel de winkelier-wederverkoopers als de consument-kooper is in de stellige waan, hier met ons nationale product te doen te hebben, waaraan ze in de meeste gevallen de voorkeur geven, wetende dat ze daardoor het Ned. product dienen.
Schandelijke misleiding!

Waren tot voor enkele jaren de prijzen van den flaconhoning nog goed te noemen, én door concurrentie met den werkelijk Holl. honig én door de concurrentie onder de verkoopers van buitenlandschen honig onderling, is het prijsniveau tot een voor onze Holl. bijenbedrijven bedenkelijke laagte gedaald. Voor onze Holl. bedrijven wordt het steeds moeilijker tegen eenigszins loonende prijzen ons waardevol product aan den man te brengen. Er blijven dan ook veel bedrijven met hun honing zitten en voeren deze noodgedwongen het volgende voorjaar aan hun volken op als voerhonig.
Het is zelfs voorgekomen — schrik niet lezer — dat men den waardevollen honig aan de kippen voerde! 't Is toch niet waar, zegt U? De droeve feiten zijn er om het te bewijzen. 't Is schande! roept U uit. Ja 't is schande dat het heden ten dage nog onbelemmerd kan gebeuren, dat ons vaderlandsche product op boven beschreven wijze, door het buitenlandsche uit "eigen home" kan worden verdrongen. Is het niet diep treurig, dat men ons hypermoderne Ned. volk noemde en nog kan noemen: "de Chineezen van Europa". Zijn het ook niet onze eigen imkers, vakgenooten, vereenigd in een bond, die voor enkele zilverlingen hun naam verkwanselen, om deze te laten dienen ter dekking van een valsche lading? Speurt U maar eens de winteretalages in onze groote steden af en ook gij zult spoedig tot de ontdekking komen dat dit een diep treurige waarheid is. Tot U zal even als mij het bloed beginnen te bruischen van woede over zooveel snoodheid. Het oordeel van den geschiedschrijver zal dan ook niet malsch zijn!

Nu nog iets over de prijzen van den flaconhonig. Zooals ik reeds aanhaalde, wordt het buitenlandsche goed door de onderlinge concurrentie tegen alle mogelijke afbraakprijzen (ten opzichte van onze Holl. honig) verkocht. Prijzen van 25—35 cent zijn nu reeds heel gewoon. De flacon is bij den prijs inbegrepen! Men ziet dat hij ras den prijs van onzen Holl. pershonig nadert. Ook de zoo juist in werking getreden omzetbelasting treft onzen Holl. honig veel erger dan den buitenlandschen. Immers van onzen Holl. honig moet men 4/00 x 60 c. = 2.4 cent per K.G. of in detailverkoop 4/00x 100 c. = 4 cent per K.G. betalen, terwijl dit voor het buitenlandsche goed slechts 4/100 x 24 c. = 0.96 cent en dus nog voor geen cent bedraagt. Het buitenlandsche goed wordt daardoor belast met 10% invoerrecht.

En als "Dritte im Bunde" onze pershonig. Ook voor dezen hebben we geen afzetgebied meer, tenminste niet in eigen land. Deze wordt momenteel meest naar Duitschland verkocht en wordt daar voor consumptie- en bakkerij-doeleinden gebruikt. De prijzen welke hiervoor gemaakt worden varieeren van 15— 20 cnt. per pond. Als men dan nog bedenkt dat het Duitsche invoerrecht op honig 80 R.M. d. i. ƒ 48.— per 100 K.G. bedraagt, vertelt U een klein rekensommetje wat deze honig in u weer moet opbrengen.
Heusch, voor onze Holl. imkers om van te watertanden. Er zijn nog wel enkele bakkers welke een partijtje rechtstreeks van den Holl. imker koopen, doch dit zijn uitzonderingen. Onze Holl. koekfabrikanten — en dat zijn er heel wat! — gebruiken bijna geen Holl. honig. Ze zeggen dat deze hun veel te duur is; het buitenlandsche goedje kost hun slechts een cent of 9 à 10 per pond. Bij sommige soorten nog minder.

Om eens na te gaan of er werkelijk zoo weinig Holl. honig door onze Holl. koekfabrikanten wordt gebruikt, heb ik de 12 voornaamste koekfabrikanten in de stad Groningen bezocht en met hen over deze zaak gesproken. Zegge en schrijve één van deze 12 gebruikte nog al eens inl. honig. Hij bood me echter zoo'n bespottelijken prijs dat ik er niet aan kan denken om zaken met dezen man te doen. Volgens zijn zeggen kon hij hem genoeg voor dezen (geboden) prijs krijgen.

Ik meen U nu eenigszins in grove trekken een beeld van onzen honighandel met z'n dalende prijzen te hebben gegeven. U zult het met me eens zijn: het is wel erg troosteloos. Daar moet, zal en kan wat aan gebeuren tengoede.

Dat er iets moet gebeuren heb ik hierboven op voldoende wijze aangetoond. Wil dit ons zoo speciaal oud vaderlandsch nevenbedrijf van den landbouw blijven bestaan en loonend blijven, dan moet er op de een of andere manier iets op worden gevonden om het voor een verdwijning te redden. Waren al onze Holl. imkers amateurs, och dan bleven deze wel hun bijen, welke ze voor hun plezier en afleiding hebben, behouden. Doch juist het tegenover gestelde is waar. Het groote gros onzer bijenvolken wordt gehouden om er een boterham mede te verdienen, wat tegenwoordig niet meer mogelijk is, bij hard werken.

Een middel om in deze toestand verbetering te brengen, hebben we reeds gekregen in den vorm van het Rijksmerk. Dit is echter bij de thans geldende prijzen te kostbaar, en helpt hij de lagere prijzen van het buitenlamdsche goed ook niet meer afdoende. Een tweede middel n.l. de zgn. declaratiedwang, d.w.z. dat de buitenlandsche honig moet gemerkt worden met het land van herkomst, heeft destijds bij onze regeering geen gunstig gehoor gevonden. Doch ook dit lapmiddel zou ons nu niet meer uit onze moeilijkheden kunnen redden. Als uiterste redmiddel blijft dan nog alléén over verhooging van het Invoerrecht op honig.

Voor den consumptiehonig is dit een gebiedende eisch geworden. Hij, die dit nu nog niet inziet, is of wel ziende blind of wel .... (vul zelf maar in). Op onze gezamelijke besturen van onze imkersbonden in Noord en Zuid rust dan ook de zeer verantwoordelijke taak om hier met den meesten spoed in te voorzien, door de daartoe noodige stappen te doen. Laten ze bedenken dat de vloed hoog en nog steeds stijgende is en reeds over onze dijken begint te sijpelen. Wat vroeger onmogelijk werd geacht moet nu geschieden. Reeds zijn nu ten bate van onzen nationale verarmde landbouwers verschillende maatregelen genomen, welke vroeger voor onmogelijk werden gehouden. Dit kan en zal ook gebeuren als wij imkers met onze hoofdbesturen van hoog tot laag krachtig en eendrachtig samenwerken. "Wat kan, dat moet"! zal ook hier van toepassing zijn.

Aan U afdelingsbesturen rust de taak om het voorstel van de afdeeling Velp met al Uw krachten te steunen. Al is dan de eisch in dit voorstel vervat, hoog, de uitspraak kan natuurlijk iets milder zijn. Doch willen we wat bereiken dan moet ge nu aanpakken en niet langer rustig bij de pakken blijven neer zitten. Zorgt, dat ge vóór 15 Febr. Uw adhaesie-betuiging met het voorstel Velp aan onzer alg. secr. den heer Joustra hebt ingezonden.

Ik ben er vast van overtuigd dat ieder imker met dit initiatiefvoorstel accoord gaat.
Door m'n betoog zult U nu wel overtuigd zijn dat het hoofd van dit artikel „De noodklok luidt” niet overdreven is. Doet ook gij ieder Uw plicht opdat de klanken ter bevoegder plaatje gehoord worden.

Met imkersgroet,
J.H. SCHWIETERS, Dedemsvaart, Jan. '34