ZELFMOORD.

Niets meer en niets minder. De Nederlandsche imkers plegen zelfmoord, en met het nuchterste gezicht van de wereld. Op mijn verzoek, mij een kaartje te sturen, als men, door meedoen aan den imkerskalender, mee reclame wilde maken voor Nederlandsche honing, ontving ik vijf kaartjes: drie daarvan zijn zeker imkers, de beide anderen misschien. Het Groentje bereikt tienduizend menschen, die voorgeven, belang te stellen in de bijenteelt.

Wantrouwen? Wie is die snuiter, die ons ouden en ervarenen, op de vingers komt kijken? Wees gerust, geen "belanghebbende". Iemand, die niet jong meer is, maar die veel gezien en ondervonden heeft. Die zijn brood verdient als psychiater en die een groote genegenheid heeft voor de letterkunde, de wijsbegeerte en de zielkunde, maar boven alles de natuur lief heeft.
Die in den vreemde geleerd heeft, van zijn eigen land te houden. En die het niet aanzien kan. dat onze Nederlandsche bijenteelt straks het onderspit delft. Die het niet verkroppen kan, dat binnen- en buitenlandsche honing, soms zelfs namaakhoning! door steeds grooter handelsfirma's worden opgekocht, om als zuivere Nederlandsche Bijenhoning keurig verpakt overal in den lande de winkels te veroveren, tegen prijzen, waartegen geen goed imker op kan. Die weet, hoe deze firma's bijenstanden hebben, waar weinig of slecht geimkerd wordt, omdat deze standen niets zijn dan tusschenstations, waar aangekochte volkeren logeeren tot ze weer verkocht worden.

In mijn jeugd was ik opstandig, eens ben ik ook bitter geweest tegen mijn eigen landje. Maar de jaren in de binnenlanden van China, te midden van krijg en rooverij, waar de beschuttende Nederlandsche vlag een symbool werd, deden mij onze Westersche samenleving anders zien. In China leeft ieder voor zichzelf en zijn familie. Wij, het Westen, wisten onze samenleving tot een waarlijke staat te organiseeren, zooals de bijen hun staat organiseeren. In de bijenstaat geldt het: eendracht, samenwerking en ieder voor allen! Voor de Nederlandsche imkers, die van hun bijen niets geleerd schijnen te hebben, voel ik brandende schaamte! Naar ik heden verneem, zijn van de vele duizenden tot dusver slechts 22! . . . . twee en twintig !! lid van de Ver. van Rijksmerkimkers! Zijn wij dan nog achterlijker dan de Chineezen? Hebben wij dan zelfs geen begrip van eigenbelang in ons groot imkersgezin? Zijn wij dan imkers: menschen, vertrouwd met de wijsheid en het beleid der bijen?

De Nederlandsche imker slaapt. Hij is ingedut bij zijn korven en kasten en rookt zijn pijp en doet niets. En achter zijn rug, over zijn hoofd gebeuren de dïngen, die hij niet weet of voorgeeft niet te weten, wordt hij verkocht en geleverd ! Straks . . . . in alle winkels staat honing, honing van de groote firma's en met het geruststellende etiket. Honing die mooi helder is en die laat kristalliseert. Veel ervan zal zelfs nooit kristalliseeren . . .

Handelsgeest . . . wij Hollanders. Geen twijfel aan. Maar wat te gronde gaat: de Nederlandsche bijenstand, de Nederlandsche imkers.
Imker zijn is iets, waarop men alleen trotsch kan zijn, als men er aan toe kan voegen: " . . maar imker, die voor zijn land voelt, die voor zijn bestaan wil vechten in de kritieke tijden die komen. En die daarom Rijksmerkimker is".

We zijn te arm. Elke rijksdaalder is zwaar, de belastingen en de tijden plagen ons al zoo erg. Volkomen waar. Maar als we déze rijksdaalder niet wagen, wanneer we ons niet organiseeren tot een machtig geheel, wanneer we niet met kracht en als één man staan achter deze besluiten: Rijkshoningmerk, Honingcentrale, georganiseerde aankoop van de imkers en georganiseerde distributie, de geheele markt in handen van de Ver. voor Bijenteelt, waarin zich alle Nederlandsche imkers hebben georganiseerd, en regeeringsbescherming van de Nederlandsche honing, dan is het met ons allen gedaan, dan zijn de beroepsimkers hun brood kwijt, dan kunnen we in ons land de honing verkoopen voor zes cent het pond, en wordt bijenhouden een dure liefhebberij voor den rijken man!

Luistert hiernaar, imkers! In de magazijnen van een onzer grootste steden vindt U geen potje honing van leden der plaatselijke afdeeling. Daar vindt U alleen honing van één groote firma onder twee bijenstandnamen, een firma, ver van daar, elders in ons land! Die is actief, die werkt en onderneemt, maar gij, Nederlandsche imkers, zijt suf en lamlendig ingeslapen! Ge verdient te gronde te gaan!

Wordt wakker! Het is de hoogste tijd!

JOHAN W. SCHOTMAN.