OFFICIËELE MEDEDEELINGEN.



Verslag van de Algemeene Vergadering, gehouden te Utrecht
in Hotel De L'Europe op 3 April 1934.

Voor deze vergadering was bizonder veel belangstelling. De Societeitszaal was tjokvol en het was er zeer warm. 120 afgevaardigden van afdeelingen en zeker evenzoovele belangstellenden waren opgekomen om op dezen mooien Lentedag onze Algemeene mede te maken.
Reeds om 10 uur begon de zaal vol te stroomen en al spoedig was het een geroezemoes van stemmen eigen aan de bijeenkomst van Imkers.
Om goed 11 uur werd aan dit geroezemoes plotseling een einde gemaakt, door een korten hamertik van den Voorzitter en het was ineens doodstil en alle oogen richtten zich naar het tooneel waar het Hoofdbestuur zich had opgesteld omdat de zaal anders te klein zou zijn om allen te bevatten.
De Voorzitter uitte zijn vreugde over zooveel belangstelling in het Vereenigingsleven en deelde mede, dat dhr. Schaafsma door ziekte en dhr. v. d. Brink wegens sterfgeval niet aanwezig konden zijn. Ook dhr. van Giersbergen had bericht gezonden wegens een sterfgeval niet aanwezig te kunnen zijn. Een welkom werd toegeroepen aan allen die aanwezig waren.
Spreker memoreerde hen, die sinds de vorige Algemeene Vergadering ons door den dood waren ontvallen, in het bizonder dhr. H. Stienstra, oud H.B.-lid en oud-Redacteur van het Maandschrift. Op deze woorden, die door de verg. staande werden aangehoord, volgde een oogenblik van stil herdenken.

Daarna deelde de Voorzitter mede, dat de Vereeniging er zoo goed voorstaat, zoowel in ledental als financieel. Reeds nu kon spreker mededeelen, dat de a.s. Imkersdag op 15 September te Amsterdam gehouden zal worden ter gelegenheid van de opening der markthallen, terwijl ook eene tentoonstelling zal worden georganiseerd van honig en bijenvolken. Over deze vergadering hangt echter een wolk, daar het H.B. zich genoodzaakt heeft gezien om 2 leden van de Vereeniging voor royement voor te dragen. Dhr. Raadersma heeft zich echter aan het royement onttrokken, door als lid te bedanken. Het tweede royement geldt de fa. Buitenhoff. De afgevaardigde van Brummen overhandigt den Voorzitter een schrijven van secr. en penningmr. van afd. Eerbeek, die verklaren, dat dhr. Buitenhoff zijn lidmaatschapkaart heeft ingeleverd en deze fa. dus ook niet geroyeerd kan worden. De vergadering blijft dus deze onaangename bezigheid bespaard. Dhr. Kemperink (Enter) vraagt of zoo'n lid weer aangenomen kan worden en ook dhr. Stienstra (Leeuwarden) stelt een vraag in deze richting. De Voorzitter zegt, dat dit wel niet zal gebeuren, omdat het bestuur eener afd., dat een geroyeerde als lid aanneemt, stellig zelf geroyeerd zou worden. Dhr. Eekman (Borne) vindt, dat het bestuur van de afdeeling, die een lid teveel suiker laat koopen, mede schuldig is.

Vervolgens memoreert de Voorzitter het aftreden als H.B.-lid van dhr. Frankenhuis en bedankt hem voor hetgeen hij voor de Vereeniging zoovele jaren gedaan heeft. Dhr. Jansen is in zijn plaats gekomen, doch deze heeft weer bedankt. De motieven waarom hij bedankt heeft zijn den Voorzitter niet recht duidelijk, omdat hij aan het Hoofdbestuur een andere reden opgeeft, dan hij in een circulaire aan zijn kiezers schrijft.
Spreker deelt tevens mede, dat het H.B. gedaan heeft kunnen krijgen, dat de suiker vrijgesteld werd van omzetbelasting en vrij stellig ook afd. Handel van de omzetbelasting vrijgesteld zal worden.
Dhr. van Rhijn werd 75 jaar, spreker roemt hem om zijn groote ijver en liefde voor de Vereeniging. Van zijn hand verschijnt binnenkort een drachtkaart en beschrijving van Nederland als honingland.
Besloten wordt het verzoek van afd. Hoogeveen om te worden ingedeeld bij Groep 2, toe te staan.

Vervolgens komt aan de orde het rapport van de commissie tot nazien van de boeken en notulen 1933. De Voorzitter deelt mede, dat dit rapport het H.B. te laat bereikt heeft om het hier te kunnen behandelen. Het is een lijvig rapport en het H.B. draagt er nog geen kennis van. Spreker vraagt of het rapport in handen gesteld kan worden van het H.B , dat het volgend jaar in de A.V. dit rapport zal behandelen. Dhr. Poel (Rotterdam) wil iets weten over intrestberekening en pakhuishuur. Spreker wil het rapport hier behandelen, terwijl dhr. Wegenaar (den Haag) op art. 10 van het H. R. wijst waarin staat, dat de Voorzitter elk voorstel van een afgevaardigde in stemming moet brengen, mits dit gesteund wordt door minstens 10 afgevaardigden.
De Voorzitter wijst er dezen afgevaardigde op, dat het H.B. geen besluit neemt, doch machtiging aan de A.V. vraagt. Het H.B. kan het rapport niet behandelen, omdat dit nog geen kennis heeft kunnen nemen. De afgevaardigde van de Klomp (dhr. de Leeuw) zegt, dat het H.B. geen blaam kan treffen. Het is de schuld van Borne en Kennemerland, dat het rapport zoo laat is verschenen. Dhr. Poel zegt bij het verslag op het rapport terug te zullen komen.

Aan de orde het Jaarverslag van den secr. Dhr. Poel spreekt over rek. en verslag afd. Handel. De Voorzitter wijst hem er op, dat dit nog niet aan de orde is, doch spreker zegt een aanloopje te moeten nemen. Nog eens moet de Voorzitter hem tot de orde roepen. Haaksbergen zou de automatische weegschaal liever in Wageningen zien, dan te Soesterberg.
Het Jaarverslag wordt goedgekeurd met dank aan den secretaris.

Jaarverslag Dir. Afd. Handel. Dhr. Poel (Rotterdam) spreekt over winst- en verliesrekening, over posten over voorraden enz., doch de Voorzitter deelt hem mede, dat hij weer buiten de orde is, daar hier slechts het verslag van afd. Handel en niet de rekeningen enz. aan de orde zijn. Vervolgens wordt het jaarverslag goedgekeurd.

Jaarverslag afd. Suiker. Dhr. Eekman te Borne zegt tegen alles te zullen stemmen. Het verslag wordt goedgekeurd met aanteekening, dat Rotterdam, Borne en Beemster tegen zijn.
Bij het jaarverslag verzekering deelt de Voorzitter mede, dat de assuradeuren weer tegemoetkomend zijn geweest en spreker beveelt deze afd. in de belangstelling aan. Dhr. Sutherland (Velp) meent, dat men zoo diep in de misère zit, dat men de premie niet kan betalen, wat den Voorzitter aanleiding geeft te zeggen, dat toch ook niemand om deze reden zijn huis niet zal verzekeren, want dan is men bij brand nog veel verder van huis.
Dhr. v. d. Puttelaar zou gaarne in het Maandschrift vermeld zien, indien er een uitkeering heeft plaats gehad. Voorzitter zegt, dat dit in het Aprilno. gebeurt.

Bij de besprekingen van jaarverslagen begint er een minder prettige toon te heerschen door de wijze waarop dhr. Poel (Rotterdam) meent zijn opmerkingen te moeten plaatsen, hetgeen dhr. de Leeuw te De Klomp aanleiding geeft daarop te wijzen en te zeggen, dat de Vereeniging vroeger een prooi was van verdeeldheid en wantrouwen en de A.V. een Poolsche landdag was. Door de leiding van den Voorzitter is er rust gekomen en zijn de verschillen overbrugd. Spreker is echter onaangenaam getroffen door een circulaire van Rotterdam in Nov. 1933, welke het H.B. verdacht maakt met zijn Alg. Secr. De Voorzitter valt dezen afgevaardigde in de rede en zegt, dat Rotterdam is afgedaan en dhr. de Leeuw dus buiten de orde is. Dhr. de Leeuw meent niet buiten de orde te zijn, daar het hier gaat om het beleid van het H.B. Van Ring 8 uit worden giftige dampen uitgestrooid, doch de wind steekt krachtig op uit alle deelen van het land, die niets van die gifgassen willen weten. De Voorzitter zegt, dat het H.B. niets te verbergen heeft, alles mag gezien en geweten worden. Dhr. Sutherland (Velp) zegt, dat men den dag niet moet prijzen voor den avond. Spreker zegt, dat er een vergadering met het H.B. heeft plaats gehad met de afgevaardigden van Amersfoort, Borne en Velp. Deze afdeelingen hebben schriftelijk hun eindconclusies ingediend, maar we hebben er niets meer van gehoord. Een en ander had in de eerste plaats in het Groentje moeten komen. De toelichting op een voorstel van Velp is door het D B. ingekort, doch in hetzelfde nummer staat een artikel van 10 pagina's. Er was dus wel plaats voor. Spreker wil de geheele toelichting voorlezen, doch de Voorzitter zegt, dat hijzelf de toelichting ingekort heeft, omdat zij onnoodig lang was. Dhr. Sutherland leest thans een motie voor, die zeer breed gesteld was, wat de afgevaardigde van Epe (dhr. Wiepjes) deed opmerken, dat dhr. Sutherland de motie maar moest laten drukken. De motie wordt niet voldoende ondersteund. Vervolgens vraagt dhr. Sutherland waar het H.B. de bevoegdheid vandaan haalt zonder voorkennis van de A.V. een adres aan de Regeering te richten over maatregelen tegen buitenlandschen honig. De Voorzitter wijst op de geregelde contactvergaderingen met de Zuidelijke bonden en we kunnen toch niet zeggen, we moeten eerst wachten tot 3 April? Hier moest gehandeld worden.
Dhr. Jippes (Groningen) spreekt over de declaratiedwang. Hij heeft daar niets van in het Maandschrift gelezen. De Voorzitter is vrijhandelaar uit principe en spreker meent, dat hij daarom niet aan een en ander medewerkt. De Voorzitter belooft dhr. Jippes daar straks bij de voorstellen over te zullen spreken.
Dhr. v. d. Puttelaar (Amsterdam) prijst het H.B. voor de wijze waarop dit zoo royaal heeft medegewerkt aan het tot stand komen van het museum, zooóók voor de Imkersdag en de tentoonstelling.
Dhr. Wiepjes te Epe zou gaarne willen, dat het H.B. pogingen in het werk stelde méér suiker te verstrekken.
Dhr. Regter (Beemster) wil het rapport van de commissie tot nazien van de boeken in het Maandschrift zien opgenomen.
Dhr. Lijftogt te Apeldoorn vind het noodig, dat indien in het Maandschrift stukken voorkomen zooals b.v. van Dr. Schotman, de Red. er onder moet zetten, dat een en ander voor rekening van den schrijver is. Een nieuwe kast mag pas gepropageerd worden, indien de bruikbaarheid daarvan bewezen is.
Dhr. Wegenaar vraagt op de agenda een punt op te nemen over het beleid van de Redactie. Voorzitter zal er rekening mede houden.
Tot plaats van de A.V. 1935 wordt weer Utrecht gekozen.
Over het quotum, dat het H.B. wil stellen op f 1,15 wordt nog even gesproken. Dordrecht wil het verlagen tot f 1.— en nu volgen ook eenige andere afdeelingen, die er mede accoord gaan. Als reden werd genoemd de lage ondersteuning van werkloozen in Twente. Voorzitter voelt ervoor, dat werkloozen wat minder betalen. Aangezien, gezien deze besprekingen, er geen 10 afdeelingen meer zijn, die het voorstel Dordrecht willen steunen, komt dit niet in behandeling. De Voorz. merkt nog op, dat de laag gesteunde werkloozen door anderen geholpen moeten worden, maar dat daarom niet het quotum voor alle leden behoeft te worden verlaagd.
Aan de orde f 1000.— storten in het reservefonds van het Ned. Honigcontrôlestation. Dhr. Wegenaar (Den Haag) wil die f 1000.— in ons eigen fonds reserveeren, doch de Voorzitter begrijpt de logica niet, omdat het er op neer komt, dat men dan niets geeft. Als het Honigcontrôlestation het fonds moet aanspreken, dan moet het dit kunnen doen. Het is een reserve.

(Wordt vervolgd.)

.-.-.-.-.-.-.-.

Het volgende telegram werd verzonden:

Aan Zijne Excellentie den Minister van Economische Zaken Den Haag.

Excellentie.
De Algemeene Vergadering van de Vereeniging tot bevordering der bijenteelt te Utrecht op 3 April 1934 bijeen,
kennis genomen hebbende van het voorstel der Afd. Velp, inhoudende opdracht aan het Hoofdbestuur om zich tot Uwe Excellentie te wenden met verzoek de invoerrechten op buitenlandschen consumptiehonig te verhoogen en van het namens de drie Vereenigingen voor bijenteelt aan Uwe excellentie reeds hiervoor toegezonden adres.
zich vereenigende met een viertal moties door afgevaardigden ingediend om het Hoofdbestuur te verzoeken aan de Regeering te vragen maatregelen te nemen tot bescherming der nationale bijenteelt, aangezien deze onmisbaar is voor de fruitteelt en de Nederlandsche imker de concurrentie tegen buitenlandschen honing, die voor zeer lagen prijs wordt verkocht niet kan volhouden.
dringt er bij Uwe Excellentie met den meesten nadruk op aan om tot het in stand houden der bijenteelt in ons land overeenkomstig het genoemde adres te besluiten, de buitenlandschen honig voor consumptie bedoeld met hooger invoerrecht te belasten.
VAN DER FLIER, Voorzitter.

.-.-.-.-.-.-.-.

Mededeeling.

Het D.B. deelt mede, dat op grond eener verklaring van den Heer Jansen, secretaris van het bestuur der afd. den Haag in de vergadering van het H.B. van 21 Februari, als zou zijn bestuur bereid zijn alle verlangde inlichtingen te geven over het royement der Heeren Popken en Wagner, aan deze Heeren en aan het bestuur dezer afd. heeft voorgesteld eene commissie van 3 leden tot onderzoek te benoemen, waarvan één aan te wijzen door het D.B, één door genoemde Heeren en één door het bestuur dezer afdeeling. De Heeren Popken en Wagner waren aanstonds bereid dit aan te nemen. Tot onze verwondering berichtte het bestuur dezer afdeeling dat met algemeene stemmen (één blanco) besloten werd dit voorstel niet te aanvaarden.
Welke conclusie hier uit valt te trekken, laten wij aan het oordeel der leden over.