Rapport van de Commissie
tot nazien van de boeken en notulen 1933.
Haarlem/Borne, 26 Maart '34.
Aan de Algemeene Vergadering '34 van de
Vereeniging tot Bevordering der Bijenteelt in Nederland.
Geachte Vergadering,
Overeenkomstig art. 8 van het Huish. Regl. Uwer Vereeniging kwamen ondergeteekenden, afgevaardigden der afdeelingen Kennemerland en Borne als Commissie van onderzoek op 22 Maart '34 in het Vereenigingshuis te Wageningen bijeen, teneinde zich te belasten met de contrôle der boekhoudingen enz. van de Afdeelingen Handel, Suiker, Verzekering en Vereeniging over het jaar 1933 en Notulen Uwer Vergadering 1933.
De Commissie heeft de eer U omtrent hare bevindingen bij dezen rapport uit te brengen en deelt U mede:
dat haar onderzoek op datum en plaats hierboven genoemd heeft plaats gehad in tegenwoordigheid der heeren: J. v.d. Bend als Directeur, resp. leider der Afdeelingen Handel, Suiker en Verzekering en van Joh.A. Joustra als leider der Afd. Vereeniging, resp. alg. secretaris-penningmeester-redacteur;
dat de contrôle der commissie heeft bestaan in het nemen van steekproeven, waar het de commissie in een dergelijk kort tijdsbestek onmogelijk was, post voor post te controleeren met de diverse boekhoudingen, alsmede die verdere contrôle te verrichten o.a. opneming voorraden enz. welke met een eigenlijke boekcontrôle onafscheidbaar is verbonden;
dat derhalve van een eigenlijke contrôle der boekhoudingen zooals de commissie in staat was deze te verrichten dan ook geen sprake is; de commissie mitsdien voor hare verrichtingen geen enkele verantwoordelijkheid op zich kan nemen, zoo deze mocht bestaan, noch hare Afdeelingen Kennemerland en Borne hiervoor verantwoordelijk stelt.
1. Aan de Notulen Uwer Vergadering van '33 en zooals deze bereids in het Maandschrift verschenen bijwijze van verslag, kan de Commissie hare goedkeuring hechten. Aangeteekend zij hierbij, dat één lid der commissie niet op de Alg. Verg. 1933 aanwezig geweest is.
2. De Commissie vond de Balansen en Verlies- en Winstrekeningen als zoodanig sluitend. In hoeverre echter de diverse Balansen Winst- en Verliesrekeningen der 4 Hoofdafdeelingen onzer Vereeniging een zuivere afspiegeling zijn van den werkelijken financieelen toestand der Vereen. metname, of de financieele toestand door en door gezond is, leiding financieel beheer en exploitatie der 4 Hoofdafdeelingen niets te wenschen overlaten; het spijt de Commissie U haar antwoord hieromtrent te moeten schuldig blijven.
In het verslag van den financieelen controleur der Vereeniging, zou een dergelijke verklaring niet voorkomen. Verslag niet aanwezig.
Hoewel onze komst reeds dagen tevoren was bekend gemaakt, was op den dag van ons onderzoek bij de stukken niet aanwezig het beredeneerd rapport van den accountant. Zooals gebruikelijk, behoort bij een contrôle steeds een accountantsrapport aanwezig te zijn, willen de controleurs zich kunnen overtuigen of de accountant zich kan vereenigen met de wijze waarop de zaken worden gevoerd en of hij (de accountant) ook adviezen heeft gegeven voor een andere, meer economische exploitatie enz. Dat het volledig rapport op den dag der contrôle niet ter tafel bij de andere documenten aanwezig was, acht de commissie van onderzoek een onverschoonbare nalatigheid.
Intusschen geeft de contrôle, waarover de commissie in staat was deze te verrichten, haar aanleiding tot de volgende opmerkingen:
Commissie van Bijstand Directeur Afd. Handel.
Waar de Commissie op gezag van het Hoofdbestuur mag aannemen, dat de ambtenaren der Vereeniging, waaronder ook de Directeur van Afd. Handel, volkomen voor hun taak berekend zijn, zoo ziet de commissie in een handhaving eener Commissie van Bijstand voor den Directeur van Afd. Handel een dure inconsequentie.
De Commissie van Onderzoek is eenparig van oordeel, dat een Directeur deskundig leider eener handelsinstelling volkomen vrij dient te zijn, wil hij zijn handelseigenschappen ten volle kunnen ontplooien ten voordeele van Afd. Handel. Volgens oordeel der Commissie kan zulks niet, indien een Directeur een of andere Commissie naar de oogen heeft te zien of met het bestaan van zoo'n Commissie rekening houdt (en zulks is het geval!) of rekening dient te houden. Een Directeur die steeds een Commissie op den achtergrond vindt, is aan banden gelegd gelijk een kettinghond en kan nooit zijn handelseigenschappen ontplooien ten voordeele van Afd. Handel. De Commissie ziet in een Commissie van Bijstand voor een Directeur, welke ten volle berekend is voor zijn taak, een curator, welke totaal overbodig is.
De Commissie van onderzoek adviseert U mitsdien beleefd de Commissie van Bijstand voor den Directeur van Afd. Handel zoo spoedig mogelijk op te heffen, ter verkrijging van een gezonden toestand.
Administratiekosten suiker.
a. Het wil de commissie voorkomen, dat de post: Administratiekosten Suiker, waaronder te verstaan: het zenden van drukwerkjes (suikerlijsten), het invullen van vrachtbrieven en het verantwoorden der ontvangen suikergelden van de Afdeelingen, zooals deze door middel van den postgiro afdeelingsgewijze binnenkomen, in te boeken en waarvoor Afd. Suiker rond f 1500.— dient te betalen aan Afd. Handel, ongehoord hoog is.
De jaarlijksche suikercampagne, Voor- en Najaarslevering tezamen, speelt zich af in het korte tijdsbestek van hoogstens 4 à 5 maanden. Het aantal plaatselijke afdeelingen bedraagt momenteel 186. Nemen we aan, dat alle afdeelingen 2 x suiker bestellen (Voor- en Najaar) zoo worden 2 x 186 vrachtbrieven ingevuld of 372 vrachtbrieven, zoo worden 2 x 186 posten in de boeken verantwoord, in totaal dus 744 verrichtingen waarvoor dus Afd. Suiker aan Afd. Handel betaalt: 744:1500 of ruim ƒ2.— per verrichting! Aan U het antwoord of een dergelijk bedrag per verrichting niet de spuigaten uitloopt.
Voor wat betreft het verantwoorden der posten in de boeken, we laten geheel in het midden of zulks niet nog op eenvoudiger wijze geschiedt of kan geschieden.
Over het verzenden van suiker aan verspreide leden spreken we maar niet, waar immers reeds de suikerprijs voor dergelijke leden hooger is.
De Commissie van onderzoek is eenparig van oordeel, dat Afd. suiker hier op ongehoorde wijze wordt belast ten voordeele van Afd. Handel. Een suikercampagne. Voor- en Najaarslevering tezamen, welke zich geheel afspeelt in hoogstens 4 à 5 maanden — aan werkloonen (denatureeren enz.) dus het eigenlijke werk, betaalde Afd. Suiker over 1933 bovendien f 856,55½ — terwijl de administratie met behulp der postgiro een hoogst eenvoudige is; een dergelijke administratie welke zich in 4 à 5 maanden afspeelt, is volgens het oordeel der commissie met f 250.— in totaal uitstekend betaald.
b. Ook kan de commissie zich niet vereenigen met het boeken van den post: Administratiekosten Suiker, bedragende over 1933 f 1500.— en wel op de crediet-zijde der Verlies- en Winstrekening van Afd. Handel. Immers, op een Verlies- en Winstrekening eener handelsinstelling dienen uitsluitend en alléén die resultaten voor te komen door en met Handel behaald. Boekt men derhalve een post: Adm. kosten Suiker f 1500.— op de Verl.- en Winstrek. van Afd. Handel en sluit Afd. Handel dit jaar af met een zoogenaamde winst groot f 510,28, zoo wil dit in werkelijkheid zeggen, dat Afd. Handel óók over 1933 wederom met verlies gewerkt heeft, immers, hare winst diende dan hooger te zijn dan f 1500.—. Sinds jaren wordt hier geschermd met een onechte winst. Gaarne geven we toe, dat tenslotte die f 1500.— in de Vereeniging blijven, doch deze f 1500.— mogen nooit aangewend worden, om Afd. Handel zoogenaamd met winst te doen sluiten. Een zeer ongezonde toestand, die niet bestendigd mag blijven.
De commissie van onderzoek adviseert U mitsdien beleefd in de beide gevallen sub. a. en b. zoo spoedig mogelijk te doen voorzien in het belang der Vereeniging.
Pakhuishuur.
Zooals Uwe vergadering bekend zal zijn, beschikt de Vereeniging over een pakhuis, in eigendom toebehoorende aan Afd. Suiker en heeft Afd. Suiker hiervoor destijds rond f 7740.— betaald (verbouw oude schuur tot pakhuis). De bovenverdieping van dit kapitale gebouw is het geheele jaar door bij Afd. Handel in gebruik, alsook alle lokalen der benedenverdieping zijnde voor: kunstraatfabricage, voor honigzeemen, bewaarplaats honig enz. Over de rest van dat groote gebouw beschikt Afd. Handel nog ruim 7 à 8 maanden. De commissie heeft tot haar groote verwondering geconstateerd, dat Afd. Handel voor het gebruik van dit kapitale pakhuis geen cent pakhuishuur betaalt aan Afd. Suiker.
Het groote gebouw heeft destijds rond f 7740.— aan Afd. Suiker gekost. Er wordt hier op ongehoorde wijze op de suikerzak geteerd ten nadeele der imkers. Afd. Suiker wordt zeer ten onrechte pakhuishuur onthouden waarop deze Afd. volkomen recht heeft.
Volgens het eenparig oordeel der commissie van onderzoek dient Handel, willen de belangen van Afd. Suiker niet geschaad worden, minstens 3 maanden pakhuishuur te betalen aan Afd. Suiker. Zulks is werkelijk niet te veel, eerder te weinig, waar men over de groote zolderruimte het geheele jaar door beschikt. Berekend tegen 7% (onderhoud-afschrijving) met als bouwkosten f 7740.— dient Afd. Handel jaarl. minstens f 360.— aan pakhuishuur aan Afd. Suiker te betalen. De commissie adviseert U ook hierin wel te willen voorzien ter verkrijging van een gezonde toestand.
Kantoorhuur.
Blijkens Verl. en Winstrek. 1933 betaalt Afd. Handel f 250.— kantoorhuur aan Afd. Suiker. Het Vereenigingshuis, waarin het kantoor gevestigd is, heeft met inbegrip restauratie rond f 14678.— gekost. Ook dit groote gebouw staat ten name van Afd. Suiker. Aan huishuur wordt rond f 780.— opgebracht. Het wil de commissie van onderzoek voorkomen, dat met name de kantoorhuur veel te laag is. Immers, door Afd. Suiker werd blijkens balans December 1926 óók het noodige meubilair aangekocht en heeft Afd. Suiker daarvoor de niet geringe som van f 2350.— betaald. Billijk zou het zijn, wil Afd. Suiker ook hier weer niet te kort gedaan worden, dat Afd. Handel óók meubilairhuur betaalt. Het meubilair, waaronder schrijfmachines en verderen kantooropstand is dagelijks bij Afd. Handel in gebruik en zoo dient Afd. Handel minstens 7%, wat toch werkelijk niet teveel is, te betalen van het bedrag groot f 2350.— of jaarl. f 164,50.— aan meubilairhuur aan Afd. Suiker.
Wij adviseeren U ook hierin wel te willen voorzien ter verkrijging van een gezonde toestand.
Salarissen Afd. Handel.
Aan salarissen-loonen werd door Afd. Handel over 1933 uitgegeven een bedrag van f 5424.12. Voor een omzet als van Afd. Handel is volgens oordeel der commissie van onderzoek, dit bedrag te hoog. Niet de salarissen alszoodanig zijn te hoog, doch er is een teveel aan gesalarieerd personeel aanwezig, aan volwaardige werkkracht. De commissie heeft den indruk, dat er voor 4 menschen, vier volslagen werkkrachten, niet geregeld werk is. Zoo kan b.v. op het magazijn best volstaan worden met één in plaats van met 2 pakhuisknechten. Voor de 2e volslagen werkkracht zou de commissie een flinke loopjongen willen aanstellen, tevens handige hulp. In den drukken tijd worden er immers altijd nog tijdelijke werkkrachten in dienst genomen (denatureering-verzending suiker).
De commissie van onderzoek is van oordeel, dat op deze wijze op den post salarissen en loonen, welke te hoog is in verhouding tot het omzetcijfer van Afd. Handel, kan bezuinigd worden. Afd. Handel is met een dergelijk hoog bedrag aan salarissen-loonen te zwaar belast. De commissie adviseert U een ernstig onderzoek in te stellen.
Betaling intrest Afd. Handel.
Blijkens Balans en Winst- en Verliesrek. Afd. Handel 1933 en Balans afd. Suiker 1933 bedroeg de schuld van Afd. Handel aan Afd. Suiker per 31 Dec. 1933 nog f 5617,36 terwijl Afd. Handel in den loop der maand October '33 f 700.— schuld aan Afd. Suiker afgelost heeft. Aan rente betaalde Afd. Handel bij een bedrag aan geleend geld van Afd. Suiker groot f 5617,36 slechts f 58,88 blijkens Verlies en Winstrek. Het wil de commissie voorkomen, dat Afd. Handel minstens 4% rente aan Afd. Suiker dient te vergoeden en wel 4% van f 5617,36 of f 224,69. De commissie adviseert U hierin alsnog te doen voorzien.
Afschrijving handelsartikelen ƒ 15.
Afschrijvingen op goederenvoorraad enz. hebben over 1933 zoo goed als niet plaats gehad. Slechts f 15.— is in 't geheel afgeschreven. Het zou de commissie aangenaam geweest zijn, als zij daarover eens iets in het accountantsrapport had mogen lezen, metname, het oordeel van dezen deskundige over de afschrijvingstactiek van Afd. Handel en metname, hoe waardevermindering der groote goederenvoorraden en op welke wijze deze waardevermindering over 1935 is opgevangen.
Afd. Suiker (suikervracht).
Gezien de hooge kosten, betaald voor het verzenden der suiker aan de Afdeelingen; betaald werd over 1933 niet minder dan f 5714,28, komt het de commissie gewenscht voor, er bij den Minister op aan te dringen, de Voor- en Najaarslevering te doen samensmelten; alle benoodigde suiker dus in één keer af te leveren zooals dat vroeger geschiedde. Ook daardoor zal de suiker voor de imkers nog goedkooper kunnen worden.
De commissie vraagt zich tevens af, of dit enorm hooge bedrag ook nog niet te verminderen zou zijn, indien de suiker te Rotterdam of Amsterdam (plaats van afzending) gedenatureerd werd en dat b.v. een lid der Afd. Amsterdam, namens de Vereeniging hierop toezicht houdt en zich tevens belast met het verzenden der suiker aan de Afdeelingen tegen billijke vergoeding. De commissie zou U hier willen adviseeren de ideeën hier ontvouwd eens te doen uitwerken.
Afd. Vereeniging. De commissie heeft met genoegen geconstateerd, dat Afd. Vereeniging thans op eigen beenen kan staan en derhalve de steun, die deze jaarlijks van Afd. Suiker geniet en bedragende f.1000.— per jaar, kan gemist worden. Zulks is voorwaar een verblijdend teeken en is blijkens het jaarverslag van den Alg. Secr., het ledengetal dezer Afd. ongeacht de trieste tijden nog steeds stijgende. De Comm. zou U hier willen adviseeren de jaarl. bijdrage van Afd.Suiker aan Afd.Vereen. thans te doen vervallen, ingaande 1934.
Zekerheidsstelling rekenplichtige ambtenaren.
A. Het is de commissie van onderzoek gebleken, dat door de rekenplichtige ambtenaren onzer Vereeniging als: een Directeur van Afd. Handel-Suiker-en Verzekering en een Alg. Secr. Penningm.; ambtenaren dus, welke gelden der Vereeniging onder hunne berusting hebben of daarover met hunne handteekening kunnen beschikken, geen bedrag aan geldelijke zekerheid gestort is; hierin van Vereenigingswege (Hoofdbestuurswege) tot nog toe niet is voorzien. Om ook maar in het minst aan de betrouwbaarheid dezer titularissen te twijfelen, immers, voor de betreffende ambtenaren kan het stellen eener zekerheidssom geen bezwaar vormen, zoo is de comm. eenparig van oordeel, waar het hier een financieele regeling als zoodanig betreft (een formaliteit), dat hierin zoo spoedig mogelijk wordt voorzien.
Het zal Uw verg. zeer zeker bekend zijn, dat onder meer, ambtenaren van Rijk en Gemeenten als: Rijksontvangers-Gemeenteontvangers enz. welke gelden van Openbare lichamen onder hunne berusting hebben of daarover met hunne handt. kunnen beschikken, dat dergelijke ambtenaren reeds bij het aanvaarden hunner betrekking verplicht zijn een geldelijke zekerheidssom te storten in verhouding staande met de ontvangen resp. ontvangsten-uitgaven.
B. óók wat betreft het over gelden der Vereeniging beschikken door middel van handteekening, vond de comm. zoowel voor den Directeur als voor den Alg. Secr. Penningm. tot hare verwondering geen regeling.
De comm. van onderzoek adviseert U derhalve beleefd, voor wat sub A, en B. vermelde, zoo spoedig mogelijk te doen voorzien.
Namens de Afd. Borne en Omstr; Get: B. EEKMAN.
Namens de Afd. Kennemerland; Get: A.J. GRAFTDIJK.
.-.-.-.-.-.-.
Wageningen, 4 Mei 1934.
Mijne Heeren!
Op het verzoek van den Voorz. om advies te willen uitbrengen over het rapport van de comm., belast met het nazien der rekeningen diene het volgende.
Het uitbrengen van een advies terzake is al zeer moeilijk omdat het meerendeel der in bedoeld rapport genoemde bezwaren niet berusten op boekhouding of beheer, doch veel meer critiek uitbrengen op eenmaal door H. B. en/of Alg. Verg. genomen besluiten, o.a. Instelling comm. Afd Handel, Administratie Suiker, Kantoor- en Pakhuishuur, Salarissen Afd. Handel, Bijdrage aan Afd. Vereeniging, Zekerheidstelling ambtenaren.
Om echter aan het verzoek van den Voorzitter te voldoen, meent onderget. op het rapport de volgende bemerkingen te moeten maken, die eenigszins verband houdt met boekhouding of gevoerd beheer.
Het rapport der comm. op den voet volgende komt hij tot de volgende bemerkingen.
Rapport B1. 1, Steekproeven.
Steekproeven in welken vorm ook zijn door de comm. niet genomen.
Contrôle Boekh.
Gezien de wijze waarop de comm. haar taak heeft opgevat, ligt het oordeel hierover buiten het begrip der comm.
Rapport Accountant.
Het niet ter tafel zijn van dit rapport is een gevolg geweest van samenloop van omstandigheden, geheel buiten medeweten en/of schuld van ondergeteekende.
Rapport B1 1/2, Comm. van Bijstand.
De beoordeeling van de comm. van Bijstand is geheel in strijd met de waarheid en met de bevindingen van ondergeteekende. Al kwam meermalen verschil van meening naar voren (hetgeen toch vanzelfsprekend en zeker niet ten nadeele van het geheel is), toch trad de comm. nimmer op als Curator of gevoelde ondergeteekende zich de kettinghond. De samenwerking tusschen de comm. en onderget. was steeds goed. Op instandhouding der comm. dringt onderget. dan ook aan, omdat juist in een Comm. Verg. meer uitvoerig de zaken van Afd. Handel ter sprake kunnen komen, beter dan in een grootere verg. waarin andere belangrijke zaken de aandacht vragen.
Rapport B1. 2, Adm. Suiker.
De voorstelling van zaken zooals deze in het rapport geschiedt is wel zeer naïef, en geeft blijk dat de comm. zich niet in 't minst op de hoogte heeft gesteld van den omvang der werkzaamheden, aan de suikerlevering verbonden. De zinsnede uit het rapport (Over de verzending van suiker aan verspr. Leden enz.) bewijst dit volkomen.
Een volgende zinsnede (voor wat betreft het verantwoorden der posten in de boeken enz.) is geheel schimmenspel. De comm. toch heeft hiervan geen inzage genomen om dit ook maar eenigszins te kunnen beoordeelen, en mist dus het recht om hierover te spreken, nog meer om dit te doen op een wijze zooals dit in het rapport geschiedt. Wil de comm. dit in het midden laten dan dient zij dit ook niet in het rapport op te nemen.
De boeking van de post Adm. Suiker op de Cred. zijde van de Verl.- en Winstrek. Afd. Handel was aan de comm. niet duidelijk te maken. De comm. beschouwt dit bedrag blijkbaar als een donatie of schenking aan Afd. Handel, inplaats van een vergoeding voor gepresteerden arbeid.
Rapport B1. 3, Salarissen.
De comm. heeft den indruk dat er voor 4 menschen (volwaardige arbeidskrachten) niet voldoende en geregeld werk is, baseert zulks louter en alleen op omzetcijfer Afd. Handel doch wil blijkbaar geen rekening houden met de werkzaamheden die voor Afd. Suiker, Afd. Verzekering en voor Afd. Vereeniging op het Bijenhuis worden verricht, terwijl toch in het begin van dit rapport die andere functies worden genoemd. Doch bovendien, onderget. vraagt zich af hoe een comm. die blijkens haar rapport zoo weinig op de hoogte is met den gang van zaken en indeeling van werkzaamheden op het Bijenhuis, in de ruim 4 uren welke zij aan de vervulling van de haar opgedragen taak heeft besteed, tot een zoodanige conclusie kan komen. Het doet hem genoegen dat de comm. het personeel op het Bijenhuis althans nog voor volwaardig oordeelt en dit niet recruteert onder de onvolwaardige arbeidskrachten. Toch begrijpt hij dit oordeel der comm. niet, daar haar toch bekend is dat in het pakhuis naast Visser slechts een jongen werkt, en dat op het kantoor naast onderget. niet anders aanwezig is dan 1 juffr. Zelfs de salarissen der verschillende personen werden op verzoek medegedeeld.
Rapport B1. 3, Renterekening.
Ook deze werd door de comm. onderde loupe genomen, echter op een zoodanige wijze dat duidelijk blijkt dat zelfs een eenvoudige renteberekening en het behoorlijk lezen van Balansen met bijbehoorende rekeningen, uitgaat boven het begrip dezer comm. Volgens de officieele rekeningen toch betaalt Afd. Handel aan Afd. Suiker niet f 58,88 rente, maar f 249,98 ofwel nog ruim f 25. meer dan de comm. meent dat Afd. Handel verschuldigd zou zijn. Zie over renteberekening rapport van den Accountant.
Afschrijving handelsvoorraden.
De afschr. op handelsgoederen wordt genoemd ad f 15.—, en dan wordt gesproken van Afschrijvings TACTIEK van Afd. Handel. Op de rekeningen komt echter geen afschrijving op handelsgoederen voor ten bedrage van f 15.—. Waarschijnlijk heeft de comm. zich ook hier weer vergist en de f 15.—, Afschr. op Gereedschappen (volgens besluit H. B.) aangezien voor Afschr. op Handelsgoederen. Toch is dit onbegrijpelijk omdat de wijze waarop werd gewaardeerd aan de comm. werd medegedeeld en o.a. voor honing en was, als zijnde handelsartikelen waarover de comm. nog het meest kon oordeelen, de waardeering per K.G. werd genoemd en dit naar hij meende nog wel ten genoegen der comm.
Dit zijn de voornaamste punten uit het rapport waarvan ondergeteekende eenige toelichting wenschelijk vond. De overige genoemde bezwaren laat hij gaarne aan Uw Bestuur ter beoordeeling over. Dringend verzoekt hij echter, bij bestendiging van de tegenwoordige bevoegdheid en werkzaamheid dier commissies, toch in ieder geval daarvoor menschen aan te wijzen die eenig begrip hebben van boekhouding en een balans behoorlijk kunnen lezen.
Vergelijkend overzicht van de verhouding van Afd. Handel tot de andere Afdeelingen van 1925 tot 1934, volgens officieele balansen, eerste jaar van splitsing der Afdeelingen, 1925.

Hoogachtend, Dir. Afd. Handel,
w.g. J. v.d. BEND.
.-.-.-.-.-.-.-.-.
Afschrift rapport accountant.
Aan het Hoofdbestuur der Vereeniging tot
Bevordering der Bijenteelt in Nederland.
Mijne Heeren,
In vervolg op het mondeling onderhoud, dat ik met Uw D. B. had, geef ik hier nog enkele aanteekeningen uit den aard der zaak alleen betrekking hebbende op die punten welke het administratief gedeelte betreffen.
Blz. 1, punt 2. De comm. vindt de Balansen en Verl.- en Winstrek. als zoodanig sluitend, doch de comm. meent het antwoord schuldig te moeten blijven op de vraag of de toestand door en door gezond is. Het verwondert mij, dat de comm. iets dergelijks durft op te merken, juist omdat zij alle gegevens ter beschikking had, zoodat de comm. bij nauwkeurig onderzoek het antwoord niet had behoeven schuldig te blijven. De opmerking is dan ook insinueerend omdat de comm. OF had moeten aangeven WAAR de toestand door de balansen aangegeven ongezond was, OF de juistheid der balansen enz. had moeten aannemen.
Blz. 2, Adm. Suiker. Hier is de commissie wel zeer naïf geweest door te berekenen, dat een vergoeding van ruim f 2.— per boeking wordt gegeven. Blijkbaar heeft ze zich niet op de hoogte gesteld van het VELE werk dat aan de administratie verbonden is, welke nalatigheid zeer is te betreuren, daar de comm. ook hier weer alle cijfers a.h.w. voor het grijpen had. Doch dan is het ook onverantwoordelijk een bewering neer te schrijven, welke er vlak naast is. Want in de foutieve redeneering van de comm. is bovendien niets berekend voor het vele werk, dat annex is met de suikerlevering, distributie, toezicht enz. Zeer zeker loopt een dergelijke bewering dan ook de spuigaten uit. De comm. meent, dat het werk in totaal met f 250.— uitstekend betaald zou zijn, doch ondergeteekende is van oordeel dat, gezien het vele werk aan de suikerdistributie verbonden, een vergoeding van f 1500 eerder te laag dan te hoog is. Dus is het juist omgekeerd als de comm. meent. Juist door de combinatie der afd. is het mogelijk, dat afd. Suiker het werk voor f 1500.— gedaan krijgt, hetgeen niet mogelijk zou zijn, indien afd. Suiker afzonderlijk stond en b.v. in een andere plaats zou zijn gevestigd. Zeer zeker zou dan het totaal der kosten hooger zijn.
De comm. laat in het midden of de boekingen van afd. Suiker niet nog eenvoudiger kan geschieden. Naar mij is medegedeeld heeft de comm. geen blik geslagen in de boeken van afd. Suiker, zoodat zij niet bevoegd is een oordeel over de wijze van boeken uit te spreken.
Verder meent de comm. aanmerking te moeten maken op de wijze van boeking van de post administratie suiker, n.l. op de creditzijde op Verl.- en Winstrek. van Afd. Handel. Door een foutieve redeneering komt de comm. zelfs tot de conclusie, dat afd. Handel geen winst gemaakt heeft groot f 519,28, doch verlies heeft geleden. Blijkbaar is het de comm. ontgaan waarvoor het bedrag ad. f 1500.— dient, n.l. tot vergoeding van die onkosten welke bij afd. debet op Verlies- en Winstrek. voorkomen en welke feitelijk komen ten laste van afd. Suiker. Waar dus het totaal van alle onkosten, salarissen enz. debet op Verl.- en Winstrek. van afd. Handel voorkomen, waaronder ook die welke ten laste van afd. Suiker geboekt moeten worden, is het logisch dat als tegenpost f 1500.— credit op de Verl.-en Winstrek. van afd. Handel moet voorkomen, en dat niet als camouflage, doch als een vermindering van de te hoog geboekte salarissen enz. debet op Verl.- en Winstrek. van afd. Handel.
De beteekenis van de alinea — Over het verzenden van suiker aan verspreide Leden.....enz. — ontgaat mij geheel en al, daar de meerdere opbrengst van suiker geleverd aan V. L. geheel ten goede komt aan afd. Suiker en in het minst niet aan afd. Handel.
Pakhuishuur. De comm. meent, dat afd. Handel abnormaal profiteert van de afd. Suiker, doch wordt over het hoofd gezien, dat het pakhuis mede is ingericht voor afd. Suiker. Vroeger toch werd altijd gedurende de suikercampagne een pakhuis gehuurd voor opslag, denatureeren en verzenden van suiker, hetgeen zeer oneconomisch was, verlies aan suiker tengevolge had en bovendien extra onkosten met zich bracht. Het verwondert mij trouwens zeer, dat waar de comm. zoo buitengewoon gewaakt heeft voor de belangen van afd. Suiker, het niet bij haar is opgekomen, dat afd. Handel alle werk voor afd Verz. gratis verricht en ook voor administratie en expeditie van het Maandschrift maar een matige vergoeding geniet en de comm. niet geadviseerd heeft aan afd. Handel hiervoor een vergoeding of meerdere vergoeding toe te kennen. Is dit der comm. ontgaan?
Zonder zich op de hoogte te stellen beweert de commissie, dat er op ongehoorde wijze op de suikerzak wordt geteerd door afd. Handel en wel ten nadeele der imkers. Gesteld dat de bewering der commissie juist was (hetgeen niet het geval is, zie boven), dan komt er ten laste van elke K.G. suiker nog slechts 1/4 cent extra. In elk geval had de comm. zich niet zoo mogen uitdrukken.
Salarissen. De comm. komt tot de conclusie, dat de post salarissen te hoog is in verhouding met den omzet, echter zonder dit te motiveeren. Het gaat toch niet aan de post salarissen uit te drukken in procenten van den omzet ZONDER daarbij de cijfers van gelijksoortige bedrijven te vermelden en dan pas te zeggen DIT percentage is te hoog. Indien men geen vergelijkingscijfers heeft, kan men moeielijk tot de conclusie komen dat DIT percentage te hoog is. Bij gemis aan vergelijkingscijfers moet men de salarissen niet uitdrukken in percenten van den omzet, doch men moet zich een oordeel vormen over het werk, dat moet worden verricht. De post salarissen op de Verl.- en Winstrek. Afd. Handel vermeldt een totaal van f 5424,12 voor ALLE salarissen en loonen door afd. Handel betaald, dus niet alleen voor afd. Handel doch ook voor afd. Suiker, afd. assurantie en expeditie Maandblad (uitgezonderd dan de loonen voor denatureeren van suiker en plakken van het Maandblad). Spreekt dus de comm. van salarissen in verhouding tot den omzet, dan moet zij ook rekening houden met omzet suiker en de andere posten die genoemd zijn.
Betaling interest. Hier is de comm. er totaal naast. Ze heeft de renterekeningen van de afdeelingen blijkbaar niet begrepen, alhoewel zij deze ter inzage heeft gehad. Doch wat te zeggen van een comm. die de rekeningen niet kan begrijpen en toch een oordeel durft vellen, ja zelfs nog van advies durft te dienen. Hier is het spreekwoord van een schoenmaker, die zich bij zijn leest moet houden wel zeer op zijn plaats.
Afschrijving Handelsartikelen. Nog erger maakt de comm. het in de alinea welke over de HANDELSARTIKELEN handelt. Op GEREEDSCHAPPEN (welke nog op de balans voorkomen tot een bedrag van f 75.—) is f 15. — afgeschreven, hetwelk een normaal bedrag is en geheel in overeenstemming met een besluit van Uw bestuur. De comm. schrijft echter, dat er op handelsgoederen f 15.— is afgescheven en dat NIETTEGENSTAANDE de comm. ALLE VOORRAADLIJSTEN ter beschikking had en dus na kon gaan tegen welke prijzen de voorraden bij het opmaken der balansen werden gewaardeerd, heeft ze toch de euvele moed om een dergelijke ONZINNIGE bewering neer te schrijven. Slechts medelijden kan ons vervullen voor een comm., die dergelijke stommiteiten in haar rapport verwerkt.
Hoogachtend,
w.g. K. RINZEMA, accountant.
.-.-.-.-.-.-.-.-.-.
Mededeeling van het Hoofdbestuur
Op de Alg. Verg. van 4 April 1934 heeft het H. B. toegezegd het rapport van de comm. tot nazien enz. dat daartoe in handen van het H. B. is gesteld, in de eerstvolgende Alg. Verg. aan de orde te stellen. Het H. B. heeft gemeend voor de behandeling van dat rapport niet te mogen wachten tot de gewone Alg. Verg. van 1935, doch heeft het gewenscht geacht een buitengewone Alg. Verg. bijeen te roepen, waarop tevens het rapport der comm. Bruijel zou kunnen worden afgedaan. Het H. B. heeft daarbij overwogen, dat het noodzakelijk is, niet alleen, dat de Alg. Verg. van 1935 een rustig en kalm verloop kan hebben, maar ook en nog meer, dat de rust in de vereeniging welke telkens en telkens weer door enkele raddraaiers wordt verstoord, zoo spoedig mogelijk worde hersteld.
Verwijzende vervolgens naar het rapport van den accountant en den Directeur van afd. Handel vat het H.B. zijn oordeel over het rapport der comm. tot nazien van de rekeningen samen in de volgende punten:
1. De comm. heeft — zulks in strijd met haar verklaring — géén steekproeven genomen en zelve geen onderzoek verricht, dat dien naam mag dragen. De door haar geuite grieven zijn geput uit vroeger gepubliceerde balansen en winst- en verl. rek. en zijn blijkbaar van te voren opgesteld.
2. Haar beweerde grieven berusten grootendeels op oppervlakkig lezen der cijfers en volslagen onwetendheid en onbekendheid met boekhouden in het algemeen en onzer Vereeniging in het bizonder.
3. De comm. begrijpt blijkbaar niet of wil niet begrijpen, dat onze Vereeniging één geheel vormt en niet is een samenvoeging van afdeelingen.
4. Het rapport van den accountant was van te voren aan den Heer Eekman op diens verzoek toegezonden. Door een vergissing van den secretaris, die in één portefeuille 2 en in één geen exemplaar van bedoeld rapport had gelegd en bij ongeluk juist die portefeuille medenam waarin het rapport ontbrak, was dit niet ter tafel. Het nu voor te stellen alsof de comm. daardoor met den inhoud geheel onbekend moest zijn, kan echter niet door den beugel.
5. Behalve bedoelde grieven, die blijkens de opmerkingen van den accountant en den Directeur van afd. Handel zonder beteekenis zijn, heeft de comm. zich niet ontzien insinuaties te uiten en zelfs pertinente onwaarheden neer te schrijven zooals, dat er 4 volwaardige arbeidskrachten op het Bijenhuis zouden zijn, hoewel de Directeur haar had medegedeeld, dat bij hem nog een juffrouw op het kantoor werkzaam was en in het pakhuis naast den pakhuischef maar één jongen.
6. Slechts de opmerking, dat de ambtenaren zekerheid moesten stellen is de overweging waard. Reeds heeft het H. B. stappen in deze richting gedaan.
7. Onjuist is ook de bewering dat de post f 1000.— van de afd. suiker op de begrooting der Vereeniging wel kan worden geschrapt. Zij houdt geen rekening met het besluit van het H. B., dat deze post slechts als sluitpost mag gelden.
.-.-.-.-.-.-.-.
Afschrift.
Rapport van de Commissie van onderzoek naar het rapport van de Commissie
voor het nazien der boeken, ingesteld door de
Algemeene Vergadering van 3 April 1933.
Toen punt 3 van de agenda der Alg. Vergadering: het rapport van de Commissie voor het nazien van de boeken, van de agenda was afgevoerd, omdat het te laat was ingediend en het Hoofdbestuur daardoor niet had kunnen gereed komen met een advies, was het daarmee nog lang niet afgedaan. — Het bleef spoken: Eerst bij de jaarverslagen van den Directeur van verschillende afdeelingen, daarna bij de balansen, winst- en verliesrekening. Toen kwam het tot een incident. De vergadering kreeg de indruk, dat de Rotterdamsche afgevaardigde putte uit dit rapport. Hij had het in zijn bezit en kwam daar openlijk mee voor den dag.
Al spoedig werd het duidelijk hoe hij in 't bezit er van gekomen was. De Heer Jansen, afgevaardigde van den Haag, gaf te kennen, dat hij het van zijn vriend Graftdijk, een van de rapporteurs ontvangen had, maar deze mededeeling werd door den Voorzitter vanwege het groote tumult niet gehoord en als de beste uitweg om uit de moeielijkheid te komen, nam hij een voorstel over, dat opkwam uit de vergadering n.l. het benoemen van een commissie, die onderzoeken zou, wat er met dat rapport gebeurd was en hoe het in handen van derden was gekomen.
De commissie heeft haar taak tot deze opdracht beperkt. Ze heeft zich zuiver beperkt tot het misbruik dat van het rapport van de Commissie voor het nazien van de boeken gemaakt is, maar niet tot het delict in engeren zin. Wanneer ze dat had willen doen, dan had ze niets anders te doen gehad, dan den heer Jansen uit te noodigen, zijn mededeeling nog eens te herhalen en den heer Graftdijk te vragen, of de mededeeling van den heer Jansen in overeenstemming was met de waarheid en ten overvloede had ze bij den heer Poel nog kunnen informeeren, hoe hij in 't bezit van het rapport gekomen was. Dan was ze stellig tot de conclusie gekomen, dat, om te beginnen de heer Graftdijk een ontoelaatbare handeling gepleegd had, maar dat de heer Jansen ook schuldig was. Hij had zich nl. schuldig gemaakt aan de voortzetting van het delict. Een tweede schuld kwam daar nog bij: Het was zijn plicht geweest, den heer Graftdijk met het rapport te verwijzen naar het Hoofdbestuur. Dit was ook de fout van den heer Poel, die ook het rapport in zijn bezit hield.
De Commissie heeft echter gemeend het daarbij niet te moeten laten. Er was te veel te doen geweest om dat rapport. Zij heeft zich op het standpunt gesteld, dat de Alg. Verg. alles wilde weten, wat met dit rapport gebeurd is, met name ook, hoe het gekomen is, dat het niet tijdig genoeg gereed was, om geplaatst te worden in het maandblad, uitkomende voor de datum der Alg. Verg. zooals Art. 8 van het huishoudelijk reglement voorschrijft.
Het is de Commissie gebleken, dat het van het begin af aan niet gegaan is met dit rapport, zooals het gewoonlijk ging. De afdeelingen Borne en Buinen waren aan de beurt van aanwijzing. De afdeeling Borne wees zichzelf aan om een rapporteur te benoemen, de afdeeling Buinen wees de afdeeling Kennemerland aan. Het was toeval, dat Borne aan de beurt was van aanwijzing. Dat deze afdeeling zich zelf aanwees was iets ongewoons, maar het was niet ongeoorloofd, niet in strijd met de statuten. Het was echter géén toeval dat de afdeeling Buinen Kennemerland aanwees. We hebben trachten te ontdekken van wie het initiatief is uitgegaan. De heer Letema, afgevaardigde van Buinen zegt, dat de heer Eekman, afgevaardigde van Borne, hem heeft voorgesteld Kennemerland aan te wijzen. De heer Eekman daarentegen zegt, dat de heer Letema er mee verlegen zat en dat hij hem toen op de heer Raadersma gewezen heeft en hij motiveerde dit nog voor ons, door te verklaren, dat hij de zekerheid had, dat het met afdeeling Handel niet in orde was, dat hij het een buitenkansje achtte, zijn grieven in een officieel rapport te berde te kunnen brengen, dat hij wist, dat de heer Raadersma, de afgevaardigde van Kennemerland, het daarin met hem eens was en dat hij, toen de gelegenheid zich aanbood, er voor gezorgd heeft, dat deze naast hem kwam te staan als rapporteur. De heer Raadersma had zich moeten excuseeren wegens gebrek aan tijd, maar hij had beloofd, dat een ander, die even competent was, zijn plaats zou innemen. We weten nu, dat het den heer Jansen was, die hij op het oog had.
Voorloopig moest de zaak nu blijven rusten. Eerst moesten de rekeningen over 1933 zijn afgesloten, maar de zaak bleef zoo goed in hun gedachten, dat ze er niet van konden zwijgen. De heer Raadersma schreef 28 April 1933 aan den algemeenen secretaris, dat de afdeeling Buinen Kennemerland had aangewezen om een rapporteur te benoemen, wat niet meer noodig was en dat hij een geteekende verklaring in zijn bezit had. En den 28 Juli deelde de heer Jansen ook heel overbodig, in een circulaire aan de leden van zijn afdeeling mee, dat de afdeeling Buinen hem aangewezen had als rapporteur. Dit was een vergissing van den heer Jansen, die met de reglementaire gang van zaken blijkbaar niet op de hoogte was, maar dit blijkt er toch wel uit, dat de heer Jansen er zeer van vervuld was.
Actueel werd de zaak eerst, toen de rekeningen over 1933 afgesloten waren en toen de alg. secretaris de afdeelingen Borne en Kennemerland verzocht hem mede te deelen wie tot rapporteurs benoemd waren. Dit was 13 Januari 1934. Reeds 15 Januari d. a. v. schreef de heer Eekman, dat hij rapporteur zou zijn voor Borne. Hij vroeg toen tevens afschrift van de balansen en de rekeningen en het rapport van den accountant. Maar eerst 23 Januari gaf de heer van Koningsbruggen, de secretaris van Kennemerland, den heer Jansen als rapporteur op.
Den 5en Februari schreef de alg. secr. aan den heer van Koningsbruggen dat de heer Jansen geen rapporteur kon zijn, omdat hij geen lid was van de afdeeling Kennemerland! Dit kon niet vlugger omdat de alg. secr. eerst het Dag.bestuur wilde raadplegen. Maar Kennemerland maakte nu nog geen haast, zoodat 15 Februari de alg. secr. op antwoord moest aandringen. Dit kwam pas 21 Februari. Het bevatte het bericht, dat de heer Graftdijk rapporteur zou zijn.
Denzelfden dag nog schreef de alg. secr. aan de heeren Eekman en Graftdijk, dat de boekencontrôle den 24en Februari zou plaats vinden. Het was ondertusschen laat geworden, maar toch maakten de heeren nog geen haast. De heer Eekman telefoneerde 22 Februari, dat hij verhinderd was en diezelfde dag gaf de heer Graftdijk eveneens bericht van verhindering. Hij noemde eenige andere data, maar hierop moest de alg. secr. hem antwoorden, dat hij de heele volgende week niet kon, overstelpt als hij was met werk. Hij verweet hem het lange treuzelen en gaf te kennen, dat het hun schuld was dat het rapport nu niet meer in het Maartnummer, tijdig voor de alg. vergadering verschijnen kon. 15 Maart d. a. v. verzocht de alg. secr. de beide heeren den 22 Maart voor de boekencontrôle naar Wageningen te komen. Ook dit was niet bepaald overhaast. We hebben den alg. secr. naar de reden van dit lange uitstel gevraagd en kregen tot antwoord, dat het geen reden meer had om nog groote haast te maken, daar de tijd verstreken was om het rapport nog tijdig te kunnen publiceeren. Den 22en Maart heeft daarop de boekencontrôle plaats gehad.
Men zou verwacht hebben, dat dit lange uitstel de heeren rapporteurs verhinderd had een behoorlijk rapport samen te stellen; dat ze aanvankelijk uitstel gevraagd, misschien, als ze minder gewetensvol waren, zich er af gemaakt in elk geval verzachtende omstandigheden gepleit hadden. Maar het tegendeel was het geval. Reeds 24 Maart waren ze met hun rapport gereed en nog wel een vrij lijvig rapport van 4 foliovellen en nog wel getypt en zonder een woord van protest of verwijt. Toen is het op een vergadering van ring 8 voorgelezen.
Maar dat grenst aan het onmogelijke; 22 Maart boekencontrôle in Wageningen en .... 24 Maart d. a. v. voorlezing van een lijvig rapport daarover op een ring-vergadering in Haarlem.
Ons eerste werk was nu trachten na te gaan, hoe het met de redactie van het rapport in zijn werk gegaan was. De heer Eekman vertelde ons, dat hij de redactie had gevoerd. Hij had het rapport, rekening houdende met de opmerkingen van den heer Graftdijk opgesteld. Hij had het uit Borne aan den heer Graftdijk toegezonden en deze had het nog weer teruggezonden met het verzoek nog iets er in op te nemen. Hij had het toen opnieuw onderhanden genomen, getypt en het den heer Graftdijk weer toegezonden. Maar zoo is het beslist onmogelijk. De heer Eekman gaf echter als datum waarop de eindredactie door hem geteekend en door hem ter teekening aan den heer Graftdijk toegezonden was den 26 Maart. Hij wist blijkbaar niet, dat het stuk reeds den 24en Maart op de vergadering van ring 8 voorgelezen was. Toen hem dit meegedeeld werd, opperde hij de veronderstelling, dat het voorgelezen stuk de oorspronkelijke redactie geweest zou zijn. Dit is mogelijk. Geen van de anderen heeft echter aan die mogelijkheid gedacht, de heer Jansen niet, ook de heer Poel niet. De heer Graftdijk, die het antwoord zou kunnen geven, weigerde de commissie te ontvangen. Maar dan blijft het toch grenzen aan het onmogelijke. De eerste redactie moet dan toch op de 23ste gereed geweest zijn, om de 24ste voorgelezen te kunnen worden in Haarlem. Het stuk zou dus in de korte tijd van de 22ste op de 23ste geconcepieerd, opgesteld, gecorrigeerd en getypt zijn en dat een stuk van dien omvang! De conclusie ligt voor de hand. Dit rapport moet van tevoren klaar gemaakt zijn.
We gingen om dit waar te maken uit van de data en de omvang van het rapport. Het zal noodig zijn om deze stelling waar te maken, dat we nog eens ingaan op het rapport zelf, op de inhoud. We zullen het natuurlijk niet hebben over de merites van het rapport, geen oordeel er over uitspreken, dat is niet onze taak. We zullen het slechts hebben over het rapport in het algemeen, over wat het inhoudt. En dan valt het dadelijk op, dat met de mededeeling, dat de balansen en de winst- en verliesrekeningen sluitend bevonden worden de eigenlijk taak van de commissie heel kort wordt afgedaan. De opmerking wordt er echter aan verbonden, dat in het rapport van den accountant niet de verklaring zou voorkomen, dat de financieele toestand door en door gezond was; leiding, financieel beheer en exploitatie niets te wenschen over lieten. Blijkbaar om daaraan tegemoet te komen, worden dan door de commissie achtereenvolgens verschillende punten aan een onderzoek onderworpen als: de commissie van bijstand, de administratiekosten van suiker, de boeking daarvan ten voordeele van afd. Handel, de pakhuishuur ten koste van afd. suiker, de kantoorhuur, de salarissen van afdeeling Handel, de betaling van interest door afd. Handel, de suikervracht. Met de bezwaren daartegen is het rapport verder gevuld. Handel en suiker staan onder dezelfde Directeur, werken met hetzelfde personeel, zijn ondergebracht in dezelfde ruimte en nu tracht het rapport aan te toonen, dat Handel profiteert van Suiker, dat Handel niet dan ten koste van Suiker kan bestaan, dat dus de afd. Handel moet opgeheven worden.
Dat was geen onbescheiden eisch: Uit vroegere rekeningen waren de argumenten reeds geput; op vorige vergaderingen waren ze reeds te berde gebracht. Het was zonder twijfel mogelijk het heele rapport reeds klaar te hebben voor dat de boekencontrôle begon; slechts hoefde het met de cijfers uit de rekening 1933 toepasselijk gemaakt te worden op de rekening van dat jaar om te kunnen doorgaan voor een rapport van de commissie voor het nazien van de rekeningen.
En nu het eigenlijke delict:
We hebben reeds gezien op welke manier het bedreven werd. De heer Graftdijk heeft het rapport uit handen gegeven. Hij heeft het aan den heer Jansen gegeven om het voor te lezen op de vergadering van ring 8 op 24 Maart, 4 dagen voordat het in handen gesteld werd van het Hoofdbestuur.
Het is duidelijk, dat de heer Graftdijk de schuldige is. Hij heeft het aan den heer Jansen ter hand gesteld en deze heeft het op eigen initiatief in de vergadering gebracht. Er is geen sprake van schuld bij het bestuur van ring 8. Het is er niet in gekend, het heeft geen inzage ervan gehad, het heeft geen advies gegeven. Het is door de heeren Jansen en Graftdijk afgehandeld in onderling overleg. Beiden hebben ze schuld. Ongetwijfeld is de schuld van de heer Graftdijk grooter dan die van den heer Jansen. Hij was onmiddellijk verantwoordelijk, maar ook de heer Jansen treft schuld. Hij had het stuk niet moeten aannemen, maar hij nam het aan en werkte van ganscher harte mee.
Nu zou het nog zoo'n vaart niet geloopen hebben, als het hierbij gebleven was. De ringvergadering toonde opmerkelijk weinig belangstelling voor dit rapport. Het was of het langs de heeren heen ging. Ook langs de heer Poel. Het is zaak dit te constateeren. Terwijl het rapport voorgelezen werd, was hij bezig met de cijfers van de rekeningen in het Maandblad, blijkbaar om zich voor te bereiden voor de critiek die hij daarop zou leveren. Toen het voorgelezen was, werd de opmerking gemaakt, dat het hier niet thuis hoorde, maar op de Algemeene Vergadering. De Voorzitter beaamde dit en daarmede had het rapport afgedaan.
Een teleurstelling moet het voor de heer Jansen geweest zijn, toen het rapport op de Algemeene Vergadering van de agenda werd afgevoerd. Het was eerst den 28en Maart in den namiddag in het bezit gekomen van het Hoofdbestuur. Het was niet meer mogelijk voor de Algemeene Vergadering nog advies uit te brengen. Bovendien had het niet in het Maandblad gestaan. Hij had het rapport bij zich. Hij zegt, dat hij niet van plan geweest was er gebruik van te maken en dat hij ten zeerste ontsteld was, toen de heer Poel er mee voor den dag kwam. Maar als hij er geen gebruik van wilde maken, waarom droeg hij het dan bij zich? Hij zegt, dat de heer Graftdijk het hem voor de vergadering ter hand gesteld had. Maar waarom nam hij het dan aan? Toch stellig, omdat hij meende, dat hij het noodig zou hebben. In elk geval heeft hij zich daardoor weer schuldig gemaakt aan dezelfde fout, dat hij een stuk, dat hem niet toekwam, in ontvangst nam. Hij had het moeten weigeren. Dat heeft hij niet gedaan, hij hield het in zijn bezit. Hij ontkent echter, dat hij het verder doorgegeven heeft. Hij beweert nl. dat hij aan zijn tafeltje nog zat te schrijven, toen de Rotterdamsche heeren reeds waren gaan koffiedrinken en dat hij, toen hij opstond om ook te gaan en zijn papieren pakte, het rapport miste. De Rotterdamsche heeren zeggen echter, dat de heer Jansen het eerst is opgestaan en dat zij, toen zij hunne papieren pakten, het rapport op tafel vonden liggen. De heer Poel, het rapport inziende, las daar dezelfde bezwaren, die hij had willen te berde brengen bij de rekeningen en dit maakte zoo'n indruk op hem, dat hij, toen hij aan zijn critiek op de rekeningen toe was, er niet van kon zwijgen. Hij erkent schuld en excuseert zich door te wijzen op zijn overspannen toestand. Hij was patiënt. De heer Jansen heeft vergeefsche pogingen gedaan, om het stuk in zijn bezit te krijgen. Hij schijnt niet in te zien, dat het rapport niet in handen van den heer Poel, maar ook evenmin in zijn bezit mocht zijn.
Het verschil in lezing tusschen de heeren Jansen en Poel laat zich wel verklaren. Zijn de heeren uit Rotterdam het eerst opgestaan, het rapport meenemend, dan hebben ze het hem ontfutseld en dan heeft de heer Jansen zich niet schuldig gemaakt aan het voortgezette delict. Is de heer Jansen het eerst opgestaan, dan heeft hij het laten liggen en dan heeft hij zich aan een zeer laakbare nalatigheid schuldig gemaakt. Maar ook de Rotterdamsche heeren zijn niet zonder schuld. Het rapport, dat in hun bezit kwam, zoo als ze zeggen ongewild, hadden ze moeten teruggeven aan den heer Jansen, nog beter aan het Hoofdbestuur. Dat was loyaal geweest.
Tenslotte dienen we nog te vermelden, dat ook de heer Eekman zich niet ontzien heeft, het rapport aan derden in handen te geven, al was dit dan ook na afloop van de algemeene vergadering van 3 April jl.
Amersfoort, 26 Mei 1934.
De Commissie voornoemd,
get. M. BRUIJEL, get. H. KEMPERINK, get. J. WILHELMUS.