Wenken voor beginnende kastimkers.

Aan het einde van het jaar maakt de zakenman zijn balans op en hoewel niet iedere imker een zakenman is of zijn bijen als een zaak beschouwt, is het toch zeer aan te bevelen het verloop van het bijenjaar nog eens na te gaan, omdat we hierdoor eventueele goede resultaten of .... mislukkingen nog eens weer onder het oog krijgen en ze nu kunnen zien in grooter verband.
De aanteekeningen, die we van ieder volk afzonderlijk gemaakt hebben (zie „Wenken" Aprilnummer) worden nog eens nageplozen en verzameld in een cahier. Wanneer we dit eenige jaren achtereen doen, krijgen we de beschikking over allerlei gegevens, die ons van groot nut kunnen zijn.

In groote trekken de balans van het bijenjaar 1934 voor ons land opmakend, zien we ongeveer het volgende.
De voorjaarsontwikkeling was overal goed tot zeer goed. De zomerdracht was in de laaggelegen streken, waar voldoende water in de bodem aanwezig was, buitengewoon goed b.v. in Midden-Friesland (Bolsward, Sneek) en de Friesche klei. In tegenstelling hiermede was de Groninger klei slechts zeer matig. Ook de Wieringermeer was zeer goed.
Op de hooggelegen zandgronden was de zomerdracht door de droogte over het algemeen slecht tot matig.

En ten slotte moet ik nog noemen de heidedracht, die eveneens door de droogte geheel mislukt is. Waar we ook zien, in Drente, op de Veluwe, in de Peel, nergens vinden we heidehoning, evenmin als in de aangrenzende heidegebieden van Duitschland en België.
De inwintering is gunstig verloopen, terwijl ook het zachte Novemberweer, waarbij de bijen hun woning nog eens konden verlaten, als een goed begin is te beschouwen.

Op de stand is in December natuurlijk niets meer te doen, alleen is het noodig bij sneeuwval de sneeuw voor de kasten over een strook ter breedte van 1 a 1½ Meter te verwijderen, terwijl men bij buitenstaande kasten de vliegplanken van sneeuw vrijmaakt. Door deze sneeuw kan namelijk de luchtverversching in gevaar komen, wanneer na dooi weer opnieuw vorst invalt, waardoor de gedeeltelijk gesmolten sneeuw tot een harde korst bevriest en de vlieggaten kan afsluiten of verstoppen. Ook door doode bijen kunnen de vlieggaten soms geheel of gedeeltelijk verstopt geraken.

Het verdient daarom aanbeveling met behulp van een omgebogen stuk stevig ijzerdraad deze doode bijen voorzichtig te verwijderen. Mocht de zon schijnen, terwijl er sneeuw ligt, dan zou ik U nog willen aanraden, de vlieggaten zoodanig met plankjes of oude dakpannen af te schermen, dat de lichtstralen niet naar binnen kunnen vallen. De bijen zouden hierdoor naar buiten gelokt worden, waarvan er verscheidene bij het terugkeeren in de sneeuw zouden neerkomen, waar ze verkleumen en onherroepelijk verloren zijn.

Overigens late men zijn bijen met rust, totdat ze door de natuur zelf weer tot nieuw leven geroepen worden. Tenslotte wil ik nog wijzen op het nut van een gezond vereenigingsleven. Bezoek de vergaderingen en lezingen, die door het Bestuur van Uw afdeeling worden uitgeschreven.

Tracht enkele praatavonden te organiseeren.

Hierbij verdient het de voorkeur, dat een der leden over het een of andere onderwerp (b.v. het drijfvoeren, het zwermen, het behandelen van honig, koninginneteelt, het inwinteren, enz. enz.) een korte inleiding houdt, waarop dan over dit onderwerp de eigenlijke praatavond kan volgen en de leden hierover van gedachten kunnen wisselen. Blijkt dit onderwerp uitgeput dan gaat men verschillende andere kortere vragen en opmerkingen behandelen en bespreken.
E. L.