EEN UITZUIGERSFAMILIE.
Waarde lezer(es), gelieve deze titel letterlijk op te vatten: Het was een uitzuiger, die ik den 21 Juni van 't jaar 1931 betrapte op het neervellen van een honingbij met een zeer kennelijk en allesbehalve loffelijk doel.
Het was een zonnige dag, herinner ik mij, en de bijen haalden druk stuifmeel. Bij een alleenstaand vijfraamskastje plofte ineens deze onguur uitziende roover (zie foto) van boven op een stuifmeel-bij en beiden sloegen tegen den grond. Toen ondergeteekende een stap voorwaarts deed, om het geval te bekijken, nam de roofvlieg heel kalm — werkelijk zonder de minste haast — mijn honingbij tusschen zijn lange beenen en ging een paar meter verderop weer op de grond zitten, om de moordpartij voort te zetten. Gauw beide gevangen met een lucifersdoosje en een druppel ether maakte daarna — zonder de minste wroeging van mijn kant zooals U begrijpt — een einde aan dit struikrooversbestaan. Op bijgaande foto zijn ze allebei in origineel aanwezig, aan een insectenspeld gestoken. De bij draagt stuifmeelklompjes.
Geen enkel imker hoeft zich ongerust te maken over een mogelijke nieuwe plaag van de kant van dit insect. Zoo'n vaart loopt het tot nu toe niet. De levenswijze van deze vrij onbekende bijenvijand is toch belangwekkend genoeg, om er iets van te vertellen.
Er is in de vliegenwereld een heele familie van Roofvliegen (Asilidae), die zich hebben gespecialiseerd in het verorberen van mede-insecten. Dat komt trouwens buiten de Asilidae ook bij andere groepen vliegen voor. De door Asilus gebruikte methode bestaat in het zich neerstorten op het slachtoffer, er dan mee gaan zitten en het vervolgens met de grootste gemoedsrust uitzuigen. Er is aan de kop een min of meer intrekbare zuiger met een punt als een dolk, waarmee de sappige lichaamsinhoud van de levende prooi gewoonweg wordt overgeheveld in de eigen maag, onder het motto : Niet lang spartelde de oude vrouw in de bedreven handen van de moordenaar (gelijk ergens in een Russische roman één der figuren zegt).
Die zuiger bevindt zich op de foto tusschen de voorpooten en is — jammer genoeg — niet zichtbaar.
Ik weet niet, wat erger is: levend leeggezogen te worden of in levende toestand door knagende kaken in stukken te worden gezaagd, zooals de wespen met gevangen vliegen doen. Maar bij al deze gruwelijke dingen kunnen we ons troosten met de overweging, dat het pijn-gevoel bij insecten waarschijnlijk zeer weinig ontwikkeld is,
Asilus verlamt natuurlijk de bij niet, zooals een bijenwolf dat doet, aangezien geen enkele vlieg een angel heeft, om dat te kunnen doen.
Nu is het m'n plicht er bij te vertellen, dat deze Roofvliegen ook allerhande andere insecten vangen. De schade ten onzen opzichte is tot nog toe, voor zoover we weten, niet groot. Toch zou ik het graag eens vernemen, indien deze vlieg ergens in belangrijke mate op bijen ging jagen.
Zoo'n zuigende Asilus is zóó verdiept in z'n beroepsbezigheid, dat je zoo'n gulzigaard gemakkelijk kunt naderen en vangen, ofschoon z'n gezichtsvermogen uitstekend is.
Foto: W. A. van Elmpt. Roofvlieg (Asilus), met z'n prooi:
een honingbij, ± 3½ X vergroot.
De lezer zal op de foto kunnen opmerken, dat het middelste paar pooten naar voren gericht staat. Deze stand houdt verband met de functie. Het zijn echte grijppooten: de prooi wordt er mee vastgehouden.
De larven van deze vliegen zijn een aardje naar hun vaartje. Levende in vermolmd hout en boomstammen zoeken ze andere insecten-larven op en boren zich, vooral als ze nog jong zijn, in het lichaam van zoo'n larf in, die er tot aan z'n vroegtijdige dood mee gezegend blijft.
De meeste van deze Roofvliegen, zijn te vinden op boomen en struiken, waar ze ook jagen.
W. A. VAN ELMPT.