NOGMAALS HET ONTSTAAN DER ZWERMEN.
In mijn schrijven in het Groentje van Juni '34 betreffende het ontstaan der zwermen hoofdzakelijk als gevolg eener voedersapspanning is opgebouwd uit de theorie van Gerstung. Volgens mijne meening en ervaring zijn er nog andere oorzaken in het spel n.l. geslachtsdrift en voortplantingszin. Een en ander kunnen wij uit de natuurlijke gesteldheid der dieren in het algemeen zeer duidelijk waarnemen.
Mogelijk, dat er nog andere oorzaken zijn, die het ontstaan der zwermen beïnvloeden, die voor ons nog in het duister liggen. Vele proeven in verband met de theorie van Gerstung genomen, hebben bewezen, dat wel degelijk de voedersapspanning 'n groote rol speelt. Ontneemt men bij 'n een volk, dat zwermnei-gingen vertoont het gesloten broed, en wordt daarvoor in de plaats open broed ingehangen dan zullen de bijen het zwermen tijdelijk uitstellen, hetwelk wijst op 'n ontlading der voedersapspanning.
Zijn er echter oorzaken te zoeken in de phsychologie der insecten, hetwelk dan ook wordt beweerd dan ligt er nog 'n zeer groot arbeidsveld ter onderzoek braak, maar dan ook 'n zeer moeilijk.
Met Imkersgroeten, A. J. HELFENRATH.
Noot Red. Het is inderdaad zeer moeielijk de juiste oorzaken van het zwermen vast te stellen. Natuurdrift, voedersapspanning, tekortkoming der koningin, meerdere of mindere stuifmeeldracht enz. Zijn invloeden van binnen of van buiten overwegend of spelen beide bij het zwermen een rol? Vast staat nog niets!
RED.