WAT IS ER MET ONZE HEIDE?


Zaterdag j.l. maakte onze afdeeling een excursie per bus naar verschillende stallen, die momenteel hier en daar in Drente op de heide staan. Het tochtje was heel mooi, maar 't heeft ons als imkers geen voldoening gegeven. De bijen waren, om het zoo kort mogelijk te zeggen, zeer slecht. Van verschillende
kanten was er al zooiets gefluisterd, maar er waren er ook nog, die hoop koesterden, die zelfs nog optimistischer toon lieten hooren. We weten het nu zeker: de heide geeft deze zomer hier in 't N. van Drente algemeene teleurstelling.

Eerst zijn we naar Eext getrokken, daar hadden een 5-tal Harener vrienden hun kasten en korven geplaatst, toen naar Assen, waar we op één lange rij zelfs meer dan 250 volken hebben bekeken buiten verschillende andere stallen en stalletjes en ten slotte inspecteerden we de eigendommen van verscheidene bijenhouders op de groote heide tusschen Donderen en Norg. En 't was overal precies het zelfde liedje: niettegenstaande het mooie zomerweer geen vlucht. De bijen liggen loom en lui op de raten, aan het vlieggat geen of zeer weinig beweging, alleen bij de allerzwaarste volken vliegt een enkel bijtje af en aan. Lust om de woning te verdedigen is absoluut afwezig: keert men een korf om of maakt men een kast open, bijna geen bij vliegt er uit; zelfs al zwaait men uittartend de hand over de raten, ze trekken zich er niets van aan ! De volken gaan in sterkte zienderoogen achteruit, vele zijn op sterven na dood.

Onder verschillende korven hebben we massa's getrokken broed zien liggen, zeer zeker alles wat zoo'n volk bezat; hier en daar troffen we reeds een verhongerd volk aan.
Verschillende collega's waren reeds aan 't voeren, honing hebben we vóór Donderen niet gezien. Bij de laatste plaats was het oogenschijnlijk nog niet het slechtst: in een paar flinke kastvolken zaten m de honingkamer twee raampjes, die ongeveer half vol heidehoning waren gebracht, Maar dat was ook alles, gedurende de heele lange middag!!

En waar is nu de oorzaak voor dit droevig verschijnsel te vinden ? Wij kunnen er geen van allen een afdoend antwoord op geven ! Wij maken wel allerhande veronderstellingen, we gissen wel en we zetten groote boomen op, maar er is niemand, die tot dusver het zeker woord heeft gesproken. We weten wel, waar 't niét van komt. 't Ligt niet aan de volken, die waren op de meeste plaatsen zwaar genoeg en hadden voldoende vliegbijen. 't Ligt niet aan 't weer: de meeste Augustusdagen hebben goed vliegweer gegeven : ze vlogen in 't voorjaar op de klei bij slechter weer veel drukker en thuis op de stal — waar oogenschijnlijk weinig meer te halen viel in 't laatst van Juli — was ook de beweging veel grooter.

Wat momenteel nog thuis staat en de heide niet bevliegen kan, zich tevreden moet stellen met wat boonen e.d., is ook veel meer in de weer. Gevaren van beteekenis heeft het tot dusver ook nog niet. De bijenwolf kennen we hier in 't N. gelukkig nog niet. En de heide bloeit oogenschijnlijk op de meeste plaatsen goed. Wel zijn hier en daar de bloeitopjes wel erg kort, een gevolg van de groote droogte in Juni zeer zeker, maar we hebben toch ook plaatsen gezien, zooals bij De Haar o.a, waar ze werkelijk mooi was, waar de bloemscheuten wel 4 a 5 cM. lang waren.

In Juli en Aug. is toch ook voldoende water gevallen om, wat nog bloemkop had gevormd, behoorlijk tot ontwikkeling te brengen. Van 't beruchte kevertje of een ander insect, dat de heide kwaad berokkent, is niets te bespeuren, ook niet na aandachtige beschouwing. En tóch geeft de heide geen honing, dat is zeker. De enkele bij, die er op rondscharrelt, heeft wel een gevulde honingblaas, maar een bron, die de massa naar buiten roept, is het niet. Waar kan toch de oorzaak hiervan liggen ? Er is niemand van ons, die deze vraag kan beantwoorden. Wie kan het wel ? Laat hij ons dan uit de onzekerheid helpen! Liefst geen veronderstellingen, die hebben we hier genoeg gemaakt en gehoord.

Ik heb zoo'n flauw vermoeden, dat het positieve antwoord op onze vraag wel eens op zich kan laten wachten. Zou het dan geen aanbeveling verdienen eens een wetenschappelijk onderzoek te laten instellen ? Verleden jaar waren de verschijnselen grootendeels gelijk, als ze a.s. jaar weer zoo zijn, waar blijft dan onze voornaamste honingbron? Misschien is er niets tegen te doen, onze nieuwsgierigheid dient in ieder geval bevredigd te worden. En anders de bakens maar verzetten !
Paterswolde. A. S. PLANTING.

Naschrift Red.: Zooals in Drente, was het overal met de heide gesteld.