HOEVEEL VOEDSEL VERBRUIKT EEN GOED BIJENVOLK IN ÉÉN JAAR.


Dhr. Boom te Breda schonk aan de Bibliotheek eenige ontbrekende jaargangen van die Deutsche Bienenzucht. Bij het doorbladeren van deze oude jaargangen viel mijn aandacht op dit onderwerp, omdat het voor mij nieuw was. Het was door dhr. Dengg overgenomen uit die Schweiz. Bienenzeitung.

De schrijver er van was dhr. Dr. K. Brunnich, een bekende fokker van ras-koninginnen in Zwitserland, die ook een boekje heeft geschreven over het kweeken van ras-koninginnen zie E III N. 26. Wat een goed bijenvolk in één jaar van Febr. tot Oct. aan nectar, pollen en water in den stok brengt is natuurlijk slechts bij benadering te schatten. Brunnich neemt aan, dat een goede koningin in Zwitserland tot 160000 eieren kan leggen in een bijenjaar op grond van zijn practische waarnemingen. De hoeveelheid voedsel, die voor de larven van deze eieren noodig is, kan wel berekend worden. Een volwassen bijenlarve weegt 180 m. gr. De hoeveelheid voedsel die een larve opneemt moet minstens even groot zijn. Een gedeelte van het opgenomen voedsel gaat door vertering verloren, daarom moet het gewicht van het opgenomen voedsel iets hooger zijn en wordt dit 200 m. gr. De 160000 larven verbruiken te samen 32 K.G. voedsel.

Het onderhoudsvoedsel van één bij, als er veel dracht is, bedraagt 4-5 m. gr. in den drachtloozen tijd 1-2 m. gr. per dag, gemiddeld wordt dit 3 m. gr. per dag. Er overwinteren 20 tot 30000 bijen, Brunnich neemt aan dat deze 9 mnd. leven (in Zwitserland is geen najaarsdracht) of 270 dagen, bij een gemiddeld verbruik van 3 m. gr. per dag heeft iedere bij 800 m. gr. noodig, zoodat er 16 tot24 K.G. verbruikt wordt. De overige 130 tot 140000 bijen leven slechts 6 weken en hebben voor onderhoud slechts 200 m. gr. voedsel noodig te samen dus 26 tot 28 K.G. voedsel.

Ook met de voeding der darren moet rekening gehouden worden. Brunnich neemt aan dat 1000 darren worden aangehouden. Een dar verbruikt volwassen 14,6 m, gr. per dag, in 6 weken 613,2 m. gr. een volwassen darrenlarve weegt 480 m. gr., zoodat 1000 darren 1,093 K.G. voedsel kosten.
De onderhoudskosten van de koningin beteekent niet veel. Het bijenei weegt 0,15 m. gr. 1000 eieren 1,5 gr., de koningin weegt 0,24 gr., als zij 1000 eieren op één dag legt is dit toch nog 5 maal haar gewicht, voorzeker een geweldige prestatie! Het totaal van de hoeveelheid voedsel voor één bijenvolk in één bijenjaar wordt dan volgens bovenstaande berekening 85 tot 95 K.G. gemiddeld 90 K.G.

De berekening van Brunnich is iets lager, hij komt tot 80 K.G. Hiervan is dan de helft honig, 20 K.G. pollen en 20 K.G. water. Is het een zeer goed bijenjaar, dan kan een volk 20 K.G. honig aan den imker geven, zoodat het volk dan 40 plus 20 K.G. honig is 60 K.G. honig had. Nu is voor l K.G. honig 3 K.G. nectar noodig, zoodat er gemiddeld 180 K.G. nectar moet zijn binnengedragen. Gemiddeld ' verzamelt een bij 30 m gr. nectar bij één uitvlucht, zoodat er 6 millioen uitvluchten noodig zijn om 180 K.G. nectar of 60 K.G. honig te verzamelen. Voor 20 K.G. pollen zijn l millioen uitvluchten noodig, meer dan 20 m. gr. Pollen wordt per uitvlucht niet verzameld. Eindelijk wordt het aantal uitvluchten voor 20 K.G. water op Va millioen geschat. Al zijn deze getallen slechts een benadering van de werkelijkheid, toch geeft dit overtuigend aan, dat de spreekwoordelijke vlijt der bijen dubbel verdiend is. Dengg heeft getracht deze opgave practisch te bevestigen. De drachttijd duurt van April tot in Aug., nemen wij aan, dat er 100 goede dracht-dagen zijn, dat geeft ongeveer 60000 uitvluchten per dag. Vliegen de bijen 10 uur per dag, dan zijn er 6000 uitvluchten in een uur en 100 per minuut. Dengg telde de thuiskomende bijen vanaf 10 April gedurende 10 minuten iedere 10 dagen om 10 uur tot l Juni. In het begin was het tellen niet moeielijk, later moest hij met 4 bijen tegelijk tellen om niet in de war te komen.


Dengg schatte het aantal overwinterde bijen op niet meer dan 15000 van dit volk Het totaal der uitvluchten was 6713 in 60 minuten dus per minuut 671, zoodat er ongeveer overeenstemming is tusschen de theorie en practijk. Dit geldt voor één volk, wat moet er in de natuur dan een voorraad van nectar en pollen zijn voor de duizenden volken van ons land!
L. J. VAN RHIJN. (uit die Deutsche Bienenzucht jrg. 1913 S 21).