BOEKBESPREKING.
Bijenroman
door Georg Rendl;

geautoriseerde vertaling van Felix Augustin. Uitgave „De Spieghei" Amsterdam. Prijs gebonden f 2.90, ingenaaid f 1.90,
T allooze boeken over de bijen zagen reeds het licht; Georg Rendl meent, dat het er meer dan twintigduizend zijn. Een bewijs, dat het bijenleven de belangstelling trekt van ongekend velen.
Bij al die bijenboeken zijn er maar weinige, die uitsluitend over het leven der bijen alléén handelen. Meestal zijn het handboeken, specialite's op een bepaald onderwerp, enkele studiën e.d. vaak uit den aard der zaak droge stof.

De meeste van die boeken richten zich dan ook tot de imkers zelve, tot hen, die in de praktijk van de bijenteelt zitten en leiding noodig hebben. De „Bijenroman" maakt hierop een uitzondering. Rendl, die zelf imker is, heeft het leven der bijen beschreven voor leeken. Hij heeft in zijn onopgesmukt verhaal over een korfvolk, alle episodes uit het bijenleven de revue laten passeeren op een onderhoudende wijze en wel zoo, dat de belangstelling ervoor hoe langer hoe meer gewekt wordt.

Zijn korfvolk zwermt en de zwerm zoekt zich een plaatsje in een holle boom een tweede zwerm belandt in een kerktoren en nu vertelt hij verder van de „up
and downs" van zijn 3 volkjes en laat zoo alles wat er met een volk gebeuren kan ons geestesoog voorbijgaan.
Wij geven hier het oogenblik weer, dat de nazwerm ronddartelt in het luchtruim en zich eindelijk neerzet in een top van een hoogen den.



Rendl vertelt alles zoo eenvoudig weg en dat is het wat ons in dit boek bekoort. Hij poogt niet het wondervolle bijenleven wonderlijker te maken dan het is en toch boeit hij van het begin tot het eind.
Het torenvolk blijft een onbevruchte koningin behouden, omdat het slechte weer haar bronsttijd voorbij heeft laten gaan, zonder dat zij gelegenheid had met een dar te paren; het wordt later leeggeroofd.
Het boomvolk verwisselt van moer, omdat de oude darrenbroedig werd en kan zich daarna verder ontwikkelen.

Al mogen er ook meer dan twintigduizend boeken over bijen bestaan, dat van Rendl zal zich zeer zeker een plaatsje weten te veroveren, niet alleen bij leeken, die verpoozingslectuur zoeken, doch ook bij imkers, die een schat van kennis over het bijenleven kunnen opdoen.
Wij zijn er van overtuigd, dat Rendl's Bijenroman menig lezer er toe zal aansporen méér van het interessante bijenleven te weten te komen, door zichzelf een bijenvolk aan te schaffen en met „eigen oogen" te aanschouwen, wat Rendl ons op zoo'n prettige manier ervan vertelt.
Wij wenschen deze roman dan ook in veler handen en nemen daarbij enkele onjuistheden, hoofdzakelijk door foutieve vertaling, gaarne voor lief.
RED.