NEDERLANDS SUIKERVERBRUIK STERK DALENDE,
DE INVOER VAN BUITENLANDSE HONIG STEEDS STIJGENDE.
In de Telegraaf d.d. 10 Dec. l.l. trof ik een beschouwing aan van Dr. H. C. Prinsen Geerlings betreffende het dalende suikerverbruik in ons land. Volgens de daarin vermelde, aan de officiële statistieken ontleende cijfers, is dit verbruik in duizend metrieke tonnen in de jaren (1 Nov.-31 Oct.) 1929 – 1930 – 1931 - 1932 en 1933 resp. 242,4 - 240,0 - 229,1 - 247.0 en 193,5. Zoals men uit deze cijfers ziet is dit verbruik bij een toenemende bevolking in dalende lijn. Omtrent het hoge cijfer voor 1932 geeft de beschouwing geen licht, mogelijk houdt dit verband met inkopen vóór de sedert 1 Nov. '33 in werking getreden crisisheffing.. Dr. P. G. schrijft dit verminderd gebruik in hoofdzaak toe in het gedeeltelijk vervangen van suiker door andere stoffen in de bereiding van suikerhoudende producten, b.v. door glucose, chocolade, meel (m.i. als bindmiddel in jams enz. wat een der eigenschappen van suiker daarvoor ook is) enz. en het smokkelen van suiker, en schrijft dat, hoewel het gewone gebruik in thee en koffie en op spijzen tot nu toe niet veel van de verhoging van het recht te lijden heeft, het niet onmogelijk is, dat ook dit de gevolgen van de hoge heffing zal ondervinden, door het in de handel brengen van sukretten waarop ook slechts naar verhouding een zeer gering invoerrecht. Zoals uit het hiervoren aangehaalde uit de beschouwing blijkt, schrijft deze deskundige omtrent het suikervraagstuk het verminderde gebruik toe aan verminderd gebruik door de industrie door vervanging door andere stoffen doch is het artikel buitenlandse honing hem m.i. blijkbaar daarbij ontgaan.
Het geeft toch ernstige reden tot nadenken dat bij een dalend gebruik van suiker, hetgeen kan worden toegeschreven aan de verhoogde heffing en de verminderde koopkracht, de invoer van buitenlandse honig steeds stijgende is. De heffing op suiker bedraagt f 37,80 per 100 K.G., het invoerrecht op honing f 5 per 100 K.G. De prijs van suiker is thans ± f 4 de 100 K.G., van buitenlandse honig volgens gegevens van het Centraal bureau voor statistiek, gemiddeld f 17 per 100 K.G., dus komt de 100 KG. suiker de industrie op f 41,80 en de 100 K.G. buitenlandse honig op f 22 de 100 K.G. (buitenlandse honing bestemd voor verwerking in de industrie is vrij van omzetbelasting). Honing bestaat voor gemiddeld 75% uit suiker, waardoor 100 K.G. suiker verkregen uit buitenlandse honig komt op de prijs van f 27,50.
Bij een zodanig verschil in prijs is het geen vraag meer of de industrie er toe zal overgaan, waar niet nog goedkoper surrogaten bruikbaar zijn voor haar betere producten, de buitenlandse honig te gebruiken ter vervanging van de zoveel duurdere suiker. Als men weet, dat walvistraan een der grondstoffen is waaruit margarine wordt bereid zonder dat men dit aan die margarine proeft of ruikt, is het duidelijk dat het slechts een klein kunstje is voor de industrie de suiker uit honig verkregen, te gebruiken ter vervanging van de gewone suiker zonder dat dit aan het product dat niet geëigend is voor die geur en smaak, te merken is. Dat de schatkist in haar inkomsten uit de accijns op suiker een veel belangrijker veer laat door de concurrentie der buitenlandse honig dan door de gesmokkelde suiker tezamen, is aan geen twijfel onderhevig en wijst de stijgende invoer er op dat dit, eenmaal in practijk gebracht, zal toenemen.
Dat de bedrijfsimkerij, meer speciaal het grotere bedrijf, dat in het voorjaar met zijn bijen te vinden is in de fruitteelt en in de zomer in de zaadteeltgebieden en dat door een doelmatige plaatsing in die gebieden voldoet aan de behoefte voor de bestuiving, te gronde gaat, waarop alle tekenen wijzen, door de moordende concurrentie van de buitenlandse honing, moge voor de Regering geen aanleiding zijn om in te grijpen, er zijn andere factoren die voor een gezonde financiële politiek daartoe dwingen. Het is toch te dwaas dat, waar vrijwel alle beschaafde landen met een eigen bijenteelt door invoerrecht, invoerverbod of anderszins hun bijenteelt beschermen, ons land de vergaarbak wordt van de overschotten aan honig ter wereld, waardoor alle genomen maatregelen tot het in stand houden van de eigen bedrijfsbijenteelt noodzakelijk haar effect moeten verliezen en de suiker uit eigen noodlijdende bietenteelt verkregen, waar mogelijk, wordt verdrongen, door dit buitenlands product en de schatkist in haar inkomsten daardoor grote schade lijdt.
H.J. Sutherland, Velp, 13 December 1934.