Over Zwarte, Gele en Grijze bijenrassen.
Met genoegen las ik de diverse artikelen in ons Groentje aangaande diverse bijenrassen enz. Vooral de Amerikanen verstoren de zoete rust der laatste jaren in de bijenwereld. Het zij mij vergund ook mijn mening hieromtrent
te mogen kenbaar maken. Daar ik reeds jaren doende ben om mijn bijen te veredelen en verschillende rassen heb beproefd kon ik de verzoeking niet weerstaan om ook de hoedanigheden van de Amerikaanse bij te leren kennen.
Veel ervaring heb ik er nog niet mede opgedaan daar ik in 1934 mijn eerste gele koningin heb ontvangen, welke door teelt is vermeerderd tot vijf stuks. Mijn voorlopige ervaring is, dat dit bijenras zwermtraag en zachtaardig is. Bovendien is de vruchtbaarheid van dit ras geweldig. Een buitengewone haaldrift kon ik niet constateren, maar geef toe dat de omstandigheden hiervoor niet gunstig waren. Wel zijn ze zeer actief en geven nogal enige moeite wegens roven. Herhaaldelijk moest ik dit constateren ook door klachten van imkers uit de buurt. Het schijnt dat de drachtcatastrofe verlopen najaar hier niet vreemd aan is.
Verder goed of kwaad kan ik er niet van zeggen maar hoop dit jaar bij gezondheid onbevooroordeeld de eigenschappen van mijn vijf volken te controleren tegenover haar buren. De bewering, veelal geuit dat de inheemse bijen goed zijn omdat zij zich hier hebben staande gehouden kan ik geenszins delen. Als we zo zouden door redeneren en op alle gebied de buitenlandse rassen uit onze oorspronkelijke rassen uitwezen kwamen wij op zeer vreemde resultaten uit.
Mijns inziens is er wel degelijk grond voor om door kruisingen van vreemde rassen op allerlei gebied grote resultaten te bereiken. Bij de huisdieren vooral heeft men toch met goed gevolg vreemd bloed ingevoerd en ingekruisd. In onze paardenrassen zit Arabisch bloed. Bij schapen waar het op de wol aan komt heeft men schitterende resultaten bereikt. Denk eens aan de kruising van Duitse schapen met Merinoschapen, die weder een kruising zijn van Spaanse landrassen met Noord-Afrikaanse rassen. Denk eens aan onze kippen hoe menigmaal zijn deze niet gekruist en dikwijls met groot succes. Denk eens aan onze aardappel, toch ook geen gewas dat hier inheems is en toch kunnen wij haar niet meer missen en gedijt zij hier uitstekend. De stelling dat wat hier inheems is en dat alléén voor veredeling vatbaar is kan in geen geval juist zijn.
Wij mogen en moeten dus alles wat hier groeit en gedijt proberen te veredelen zonodig met kruisingen uit andere rassen. Dit sluit niet in dat een ieder geschikt is om met beleid dit te doen. Er behoort grote kennis toe en weinigen zijn hiervoor in de wieg gelegd. Onoordeelkundig te werk gaan kan veel bederven. Om op de bijen terug te komen moet ik er met nadruk op wijzen dat wij hier in Nederland minstens twee soorten van bijen hebben. Ten eerste noem ik de heidebij. Dit is een speciaal soort bij, door de eeuwen heen dienstbaar gemaakt om haar productie te halen op de heide. Deze bij is zeer vruchtbaar maar tevens zwermlustig. Haar gehele eigenschap is gebaseerd op de dracht op de heide. Deze bij zonder meer over te zetten in streken met voorjaars- of zomerdracht is een grote fout.
Tevens is het een laakbare fout haar te kleineren omdat zij in 't laatste geval niet haar plicht doet. Zij kan hier niet aan voldoen en er zouden jaren mede heen gaan om haar aan deze verandering te doen aanpassen. Ten tweede heeft men hier een bij die op de najaars- of zomerdracht thuis hoort. Deze is zwermtraag en in ieder geval ingesteld op benutten van deze honingbronnen. Deze bij over te plaatsen in de heide zal zeker een mislukking worden. In ieder geval zal zij zich dan niet kunnen meten met haar heide-zusters. Deze grondwaarheden mogen wij in ieder geval niet uit het oog verliezen, anders zal het ons schade brengen.
Vanzelf kom ik nu even terug op de Amerikaanse bij. Wij moeten deze bij over 't algemeen niet gelijk zetten met de Italiaanse bij. De Amerikaanse bij, alhoewel haar afstamming veelal van Italiaans ras is, is in Amerika geacclimatiseerd. Dat wil zeggen dat zij door de jaren zich aan het klimaat van Amerika heeft aangepast. Als wij spreken van Amerikaanse bij moeten wij vooral niet eng zijn in opvatting alsof in Amerika alle dezelfde bijen zijn. Amerika is een werelddeel en haar inwoners hebben de bijen ook al tot het uiterste gekruist ten eigen voordeel.
Vooral de kruising met Cyprische en Kaukasische bijen zijn zeer in zwang. Ik noem de Amerikaanse bij een prima ras, alleen al uit het feit dat de Amerikanen een volk zijn die op een zeer hoge trap staan wat betreft het uiterste er uit te halen waar wat in zit. We kunnen gerust aannemen en het blijkt ook wel uit de advertenties in haar bijenblaadjes dat zij geen geld sparen om in het bezit te komen van de beste koninginnen om de productie op te voeren.
In Amerika bestaan speciale telers met 5000 volken. Een ieder kan toch begrijpen dat onder bekwaam toezicht een prachtige selectie kan plaats vinden. Wij kunnen dus gerust aannemen dat daar een en ander wel in orde is.
Alhoewel mijn overtuiging is dat in Amerika ook op bijengebied het beste is wat er te krijgen is wil ik toch niet beweren dat dit ras nu ook voor ons deugt. Ze zijn daar ook niet voor ons geteeld en veredeld. Over het geheel genomen is de Amerikaanse bij een specifieke bij voor de voorjaars- en zomerdracht. Mijns inziens is zij dan ook niet geschikt voor de heidedracht. Haar rijk van bestaan zal dan ook bij ons gezocht moeten worden in die streken waar voorjaars- of nog liever zomerdracht is. Dan komt natuurlijk ons klimaat nog een woordje mede spreken. Hier hebben wij eigenlijk nog weinig ervaring over. Dan blijft nog de moeilijkheid van kruising over. Het is hier bij ons totaal niet mogelijk om het ras zuiver te houden daar een massa import veel en veel te duur is. Alhoewel ik persoonlijk voor de eigenschappen ten kwade van kruisingen niet bang ben is het toch wel mogelijk dat ook hierbij moeilijkheden zich zullen voor doen.
Met andere rassen hebben wij deze moeilijkheden ook al zal de verbastering dan wat kleur betreft niet zo opvallen. Alhoewel ik ter verduidelijking ook zelf spreek van rassen is mijns inziens beter het zwaartepunt te leggen op de producten van bevoegde telers.
Het moet eigenlijk niet onze bedoeling zijn om te zeggen nu ga ik een koningin kopen uit Italië of Krain of waar ook en dan ga ik op eigen houtje eens telen. Ook dat is een fout van velen. Dit werk is alleen weggelegd voor de mensen die het hoe en het waarom grondig beoordelen kunnen. Een ieder kan toch begrijpen dat het dwaasheid zou zijn b.v. een Italiaanse koningin te laten komen van een bijenhouderij in Italië. Deze kan toch een bij bezitten die in Italië zelf niet voldoet afgezien nog van de plaatselijke eigenschappen. Wij moeten vóór alles beginnen ons bijenras te veredelen en daarnaast zonodig profiteren van de kennis van bekwame telers die tientallen jaren een bij hebben geteeld, wier opbrengst ver boven het normale gaat. Wij kunnen dan voor enkele guldens ons werk zeer bespoedigen en ben er van overtuigd dat deze gang van zaken ons niet zal berouwen. Uit eigen ondervinding heb ik geleerd dat hiermede veel is te bereiken, meer dan menigeen denkt. Al levert ieder volk maar 5 pond meer op dan is de winst al groot. Wij hebben het dan in de macht om naar ons believen onze teelt steeds door te zetten.
Angst voor kruisingproducten behoeft werkelijk niet zo zwaar te wegen. Wel is het van belang eventueel steeds rekening te houden met klimaat overeenkomst.
Velp (Gld.), Dennenweg 3.
A. VAN SOMEREN, Leraar in Bijenteelt.