Ir. A. W. van der Plassche.

Inspecteur van de Landbouwvoorlichtingsdienst.


Bij Kon. besluit is bevorderd tot Inspecteur van de Landbouw Ir. A. W. v. d. Plassche, voorheen Rijkstuinbouwconsulent te Goes. Wel zelden zal een benoeming zo de algemene instemming hebben als deze en stellig is deze keuze er een, die van grote invloed kan zijn voor de land- en tuinbouw en bijenteelt in ons land.
Ir. v. d. Plassche is slechts 39 jaar oud en heeft een zeer arbeidzaam leven achter de rug. Hij studeerde aan de Landbouwhogeschool te Wageningen en was in 1922 werkzaam te Alkmaar als adjunct-Rijkstuinbouwconsulent. In 1923 volgde zijn benoeming tot Rijkstuinbouwconsulent in Zeeland met standplaats Goes. In dat jaar werd hij tevens secr. van de afd. bijenteelt Noord- en Zuid-Beveland en vervulde deze functie tot zijn benoeming als Inspecteur van de Landbouw.

Ir. v. d. Plassche heeft door zijn grote bekwaamheid en met zijn scherpe blik en zijn gezonde nuchtere kijk op het tuinbouwwezen en de bijenteelt buitengewoon veel bijgedragen tot de grote bloei Inspecteur van de Landbouw, van de fruitteelt en bijenteelt in zijn ambtsgebied en daar een eigen stempel op gedrukt.

Wie in Zeeland komt en daar de goed onderhouden en met kennis van zaken aangelegde boomgaarden ziet, wie nagenoeg in elke fruitplantage tal van bijenvolken ziet staan, die zal moeten beamen, dat hier een leider aan het hoofd stond, die wist wat hij wilde en ook wist wat nodig was voor de opbloei van de Zeeuwse tuinbouw. Het was niet toevallig, dat men Ir. v. d. Plassche in de gelegenheid stelde een studiereis naar Amerika te maken.
Met de eenvoudigheid en doortastendheid hem eigen, kruiste hij dwars door Amerika, wars van alle officieel gedoe en we hebben bewondering voor zijn durf en zijn volharding en dat alles in het belang van het vak, dat hij met zoveel liefde en zoveel enthousiasme voorstaat. Dus ook, neen in de allereerste plaats, in het belang van de Zeeuwse tuinders.

Van welk een invloed zijn werkzaamheid is geweest op de bijenteelt in zijn ambtsgebied getuigt de bloeiende afd. Noord- en Zuid-Beveland, die hij opgewerkt heeft tot een ledental van niet minder dan 137. Doch ook daarbuiten deed zijn invloed zich gelden. De bloeiende Zeeuwse afdelingen hebben ook aan hem direct of indirect hun wasdom te danken en er is geen tuinder, geen imker in geheel Zeeland, die niet met grote waardering: van hem zal getuigen.

Geen wonder, dat meneer v. d. Plassche een grote plaats inneemt in de harten van hen, die met hem te maken kregen en ook geen wonder, dat men zijn benoeming algemeen begroet, doch tevens hem ongaarne ziet vertrekken,
Zeeland verliest een bekwaam en ijverig Rijks-tuinbouw-consulent, doch Nederland wint een Inspecteur van de Landbouw, wiens benoeming onvoorwaardelijk wordt begroet als een weldoordachte keuze.

In deze moeilijke tijden wordt een zeer zware taak op zijn schouders gelegd, doch wij weten, dat hij die taak aan kan en evenals zij, die hem voor deze benoeming hebben voorgedragen, hebben wij het volste vertrouwen, dat hij haar waardig zal vervullen.

Wij wensen Ir. v. d. Plassche van harte geluk met deze benoeming en hopen, dat het hem gegeven zal zijn, nog: tal van jaren zijn krachten te wijden aan het land- en tuinbouwwezen en de bijenteelt in ons land.
________________ JOH. A. JOUSTRA.