Practische ervaringen.


Afstandblikjes schoonmaken. Dit voorjaar bezocht ik een Imkerkennis en was deze bezig om zijn W.B.C, blikjes schoon te maken. Er waren er nog al veel en hij deed dit met een mes, terwijl zijn vrouw en kroost hierbij vlijtig hielpen. Ik vroeg hem of hij dankbaar was voor een goed, goedkoop en vlug recept. Natuurlijk, heel graag! Welnu, neem dan een pan, gooi ze daarin, doe er water en een flinke handvol soda op en laat het vijf min. koken. Gooi ze daarna op een rooster en laat ze aflekken. Als een klontje, zo schoon, zijn ze dan. Of hij dankbaar was!

Overzetten van korfvolk in kast. Zet in 't voorjaar het korfvolk in de kast waar ze in zal. Is de korf goed bevolkt, uitgebouwd tot aan de rand ongeveer, neem dan uit een uwer kasten een raam met broed en hang dit in de broedkamer, verder aangevuld met kunstraten. Het korfvolk er op, de vier hoeken in de kast goed afdekken en tien tegen een dat ge de volgende dag de moer op deze raat vindt. De rooster er overheen, het korfvolk er weer op en na 22 dagen kunt ge deze er afnemen, daar al het broed is uitgelopen. Makkelijk hè!

Afvliegen van bijen voor glasramen. Heeft men in een of ander vertrek last van bijenbezoek, in een bijenschuurtje of zo, maak dan de glasruit van boven een centimeter korter. Hierover heen maak je dan een glasreep welke ongeveer vijf centimeter over de andere in schuine richting staat. De bijen hebben de gewoonte om steeds naar het licht toe te vliegen en tegen de glasruit naar boven te klauteren. Ze vinden daar de een centimeter ruimte en „futs", weg zijn ze. Door het overstekende glas aan de buitenkant vliegen ze altijd hier tegen aan en kunnen niet weer naar binnen. Ik profiteer steeds van deze wetenschap wanneer ik wil slingeren.

De dag tevoren neem ik de honigkamers af en zet ze in mijn bijenschuurtje. De bijen vliegen naar het licht toe en zonder moeite vind ik de volgende dag de bakken zonder bijen, en kan slingeren. Je moet het maar weten.

(Probeer eens de opening niet boven, doch beneden in de glasruit te maken; ze zijn dan veel vlugger verdwenen. RED).

Wasmotlarven in zaagspleet bovenlatje. Op onze Imkersdag werd hierover nog al zwaar geboomd. Doe het zo: neem een mengsel van was en hars en smelt dit. Laat dit, tot bevestiging, langs de kunstraat lopen en over de zaagspleet bovenkant. Het wasmotlarfje schijnt aan dit mengsel het land te hebben en de Imker kan een lange neus maken dat hij ze zo lekker gefopt heeft. Alles is maar een weet.

Kunstraat bevestigen in glasstolp. Wat heb ik daar niet mee gesukkeld! Overal vroeg ik om raad. Altijd maar weer viel ze naar beneden zodra zich het volk er aan gezet had. Zelfs na acht dagen viel ze er nog uit en uit balorigheid zwermde het volk uit. De kunstraat met hars en was aangegoten voorkomt het uitvallen.
S. F.

Weg met de mieren!
Dhr. H. Mulder te Ermelo geeft de volgende raad.
De Goudsbloem (Calendula) is een uitstekende mierenverdrijver. De mieren blijven altijd meters van de Calendula verwijderd.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~


Honingt de meidoorn?

Het doorlezen van ons „Groentje" van Mei j.l. geeft mij aanleiding tot het maken van een tweetal opmerkingen.
De eerste is met betrekking tot het artikel „Wenken voor beginnende kastimkers".

(De tweede opmerking betreft een drukfout welke in dit no. is hersteld Red.)
De schrijver zegt tot mijn verwondering, dat tijdens de bloei van de Meidoorn er geen dracht is. Vergis ik mij dan zo? Ik meen dat de Meidoorn zelve zeer sterk bevlogen wordt, zelfs zo dat bij gunstig weer de geur van de Meibloemen 's avonds voor de kasten te ruiken is. Veel Meidoorn is er in mijn omgeving niet maar toch wel zoveel, dat ik verwacht bij goed weer deze vraag voor mij zelf te kunnen beantwoorden. Maar er is een andere bloem, welke in dit verband vaak genoemd is en dat is de Vlier. De Vlier wordt niet door bijen bevlogen en tijdens haar bloei zijn er bijna geen andere, wel honinggevende bloemen.
L. B. M.

Naschrift. De schrijver vergist zich niet, doch hij schijnt den schrijver van de wenken verkeerd te hebben begrepen, hoewel het onder de ouderen algemeen bekend is, dat de tijd van de Meidoornbloei met een zwarte kool staat aangeschreven. De Meidoorn honingt wel, hoewel niet overvloedig en zij komt zelden in zulke hoeveelheden voor, dat men van een „dracht" kan spreken. Zeer terecht heeft de schrijver van de wenken dan ook op deze ongunstige periode gewezen en aangemaand dan te gaan voeren. Behalve de Vlier bloeien er in deze nog wel andere gewassen, ook wel, die soms rijk honingen, doch dat neemt niet weg, dat we gerust van een drachtpauze kunnen spreken.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Uitslag van een Nozèma onderzoek.

Aan de imkers te Zeist en Soest, die via de bijenteeltcursus Zeist monsters van bijenvolken deden ondertoeken, kan worden medegedeeld, dat deze monsters geen sporen van Nosèma bevatten. Dr. Winkel, die liet onderzoek verrichtte merkt hierbij aan, dat deze uitslag slecht een aanwijzing is en geen garantie geeft, dat de betreffende volken Nosèma-vrij zijn en blijven.

Het is wenselijk, dat alle imkers in een zeker raijon hun bijen doen onderzoeken, teneinde voor een bepaalde streek een zekere garantie te krijgen in dit opzicht. Mooi werk voor de organisatie's! Aan Dr. Winkel ons aller dank.
Soest. W. A. van ELMPT.