EEN VACANTIEREISJE IN KÄRNTEN.

Die Frauen, die Bienen sind ganz gleicher Art.
Sind süsze Geschöpfe, behandelt sie zart.
Doch wenn du mit ihnen verliert die Geduld.
Dann spurst dir die Angel, bist selber dran Schuld.


Dit aardige versje las ik op een Zwillingkast van een imker even buiten Klugenfurt, de hoofdstad van het Oostenrijkse Bondsland Karaten. Hoe komt nu een Hollandse bieboer zo ver buiten zijn land ? Het Oostenrijkse Bijenblad „Der Bienenvater" hat es getan. Het spreekt vanzelf, dat in dit blad over de Krainer bij, die in Karnten inheems is, gesproken werd.

De stand van een douanebeamte.

Tal van aardige foto's van verschillende dalen van het schone land met zijn bevolking in nationale klederdracht kwamen er in voor. Een artikel van een ambtenaar der Oostenrijkse Spoorwegen, tevens wandel-leraar en „Bienen-sachverstandiger" in één der mooiste gedeelten trok vooral de aandacht van mij, eveneens spoorman, en aansluiting moest er gevonden worden.

Deze kwam tot stand door de aankoop van een Krainer moer en zo trok schrijver dezes in de tweede helft van Mei naar het Zuiden, hopende daar voor de gure Hollandse Meimaand iets beters te vinden, maar ook daar was het weer van de kook.


Mijn eerste bezoek in Klagenfurt was aan het mij opgegeven adres van het Landesverband für Bienenzucht in Karnten, gelijk ons Bijenhuis in Wageningen. Dit is ondergebracht in een oud hospitaal (Siechenhaus), zo'n massief Duits bouwwerk uit vroeger eeuwen. Ik kwam binnen in een winkel, waar het zeer druk was, daar er juist jaarmarkt in Klagenfurt was en tal van buitenmensen kwamen hun inkopen doen voor het naderend seizoen. Kunstraat en diverse gereedschappen werden over de toonbank verkocht. Een kind kwam een pond honing halen, die in verschillende verpakkingen, maar ook los verkocht werd. Toen ik aan de beurt was, liet ik mijn introductie zien, waarop ik in het kantoor binnengelaten werd.

De verschijning van een Hollandsen „sportimker", zo wordt daar een amateur-imker genoemd, was een gebeurtenis en werd zeer op prijs gesteld en spoedig zaten we met een man of zes over bijen te praten. Ik was nieuwsgierig naar het verenigingsleven daar en vernam dat het Verband 122 Verenigingen (Afdelingen) met 3600 leden telt.

In het Bondsland Karnten (te vergelijken met een van onze Provincies) telt men ongeveer 5000 bijenstanden met 70.000 volken (1934), waarvan 30.000 in vaste bouw (Bauernstöcke) en de rest in losse bouw. Men heeft een grote verscheidenheid van kasten, o.a. Wiener Vereinstander, Lüftenegger stocke, Albertibleuten enz. De kasten worden hoofdzakelijk van achteren behandeld en zijn geschikt om opgestapeld te worden met de vlieggaten naar één richting.

De bijenhouders behoren van 40 tot 45 % tot de boerenstand. De meeste imkers houden van 30 tot 60 volken, de grootste heeft echter 600 volken. De hoogste bijenstand bevindt zich op 1600 Meter hoogte. In 1933 was de oogst in het woud gemiddeld 40 K.G. per volk, maar dit was een zeer goed honingjaar. Het jaarsgemiddelde is 25 K.G.

Er worden de volgende honingsoorten gewonnen:
Rhododendronhoniny (Alpenroos), deze plant groeit van 1000 tot 1400 M. hoog. De honing is licht gekleurd, vloeibaar en smaakt zeer lekker, maar versuikert snel.

Pijnboomhoniny (Fichtenhoning), deze is donker, taai en versuikert niet, hij wordt meestal gelijk gewonnen met de honing der frambozen (Himbeere) en andere woudplan ten. Ook wordt er nog dennenhoniny (Tannenhonig) geoogst, deze is donkergroen.

In hete jaren scheidt de Larix een vloeistof af (Larchenzucker). deze wordt echter spoedig zuur.

De weiden geven een donkerrode honing. De boekweithoniny heeft een scherpe smaak en wordt voornamelijk voor kook- en bakdoeleinden gebruikt.

Er zijn 2 soorten Erica in Karnten, de voorjaars-erica in de kalkalpen en de herfst-erica in het oer-alpgebied, de honing is lichtgekleurd en taai. Bij het beklimmen van de Dobratsch hebben wij de voorjaars-erica bloeiend aangetroffen. Eerst uitgebloeide planten, dan stukken vol in bloei en vervolgens nog in knop. Deze heide leek op onze dopheide.

Het Landesverband is zeer actief: 80 % van de honing der leden brengt het aan den man. De verkoopprijs bedraagt momenteel S 4.50 per K.G. (f 1.26) l M wijl de wederverkopers 20 % rabat krijgen. Hoewel het moeilijk is de prijs •net die hier te lande te vergelijken vind ik het een aardige goede prijs. Ik betaalde voor een Shilling f 0.28 en het verblijf is voor ons zeer goedkoop in Oostenrijk.

Ten tijde van mijn bezoek was de voorraad zo goed als uitverkocht. De leden leveren hun honing in grote bussen, die zij desgewenst van het Verband kunnen lenen. De honing wordt in verschillende verpakking verkocht: potten, glazen, bussen, deze worden alle voorzien van kleurige etiketten. Verder wordt de honing nog in papieren bekers verkocht o.a. % K.G. en hele kleine bekertjes, welke men 's morgens bij zijn ontbijt krijgt.

In een hotel kregen wij eens de honing in een fraai gekleurd bekertje, dit was "Gebirgshonig" en er stonden verschillende Alpenbloemen op. Als aandenken ging het mee naar Holland. Is dit niet iets voor onze Vereniging, bekertjes met typische Hollandse tekeningen er op in de handel te brengen?

De buitenlandse honing is zo goed als van de markt verdwenen. Het invoerrecht voor honing bedraagt in Oostenrijk 60 Goudkronen (— 84 shilling) per 100 K.G. (± f 23.52 tegen bij ons f 5.—, geen wonder dat de Vereniging daar bijna alle honing van de leden kan slijten. Red.)

Gedeelte van de stand van den "Wanderlehrer und Sachverstandiger" Jaklitsch met zwermvanger. Bijenkroeg op de voorgrond.



Zoals gezegd is de Krainer bij in Karnten inheems en wordt er dan ook slechts dit ras gekweekt. Tegen de grens van Italië worden nog enige kruisingen aangetroffen, maar men is er op uit deze geheel uit te roeien. Ik vroeg terloops aan verschillende imkers, of er nog verschil was tussen de Krainer bij in Oekraine en Karnten, maar dit werd ten stelligste ontkend. (In Krain beweert men het tegendeel. Red.)
De imkers uit de Oekraïne hielden, toen de Oekraine nog bij Oostenrijk behoorde, hun bijen in de dalen van Karnten.

Het houden van bijen is geregeld in de wet van 5 Juni 1924 (betreffende het houden van bijen en de bescherming van de bijenweide in Karnten).
Hiervan ontving ik een exemplaar, hetwelk ik aan onze Bibliotheek gezonden heb. Ik was nieuwsgierig naar de afstanden, waaraan men zich te houden zou hebben met het oog op de zachtaardigheid van het ras. (In mijn woonplaats moet ik 50 Meter van de huizen verwijderd blijven).

Wanneer in Karnten de kasten met het vlieggat naar een straat, drukke weg, vreemd woonhuis enz. gericht staan, moet er minstens 10 Meter tussenruimte zijn. Binnen deze afstand moet het vlieggat 3 Meter hoog liggen of moet er een 2 Meter hoge afscheiding zijn. Wanneer de vlieggaten naar een andere richting liggen, behoeven deze afstanden niet in acht genomen te worden. Deze wet regelt ook het eigendomsrecht op zwermen. Verder wordt er in gesproken van "Gastebienen", dit zijn volken, welke in de standen van andere imkers ondergebracht, over het roven der bijen en het reizen met bijen.
Dit wordt aardig uitvoerig behandeld, o.a. naar de boekweit slechts van 12 Aug. tot 5 Sept. ; bij slechte dracht en ziekten kan het reizen geheel verboden worden.

Met den voorzitter heb ik vervolgens het gehele magazijn bezichtigd en kwamen tenslotte in het Laboratorium terecht. Hier viel mijn oog op een pracht model van een bij. Dit model was ± 50 cM. groot, alle in- en uitwendige delen zichtbaar, een prachtig studie-voorwerp.
Hier maakte ik kennis met het middelpunt van de „Milbennarte". Men is in Karnten, vooral met het oog op de uitvoer van bijen (jaarlijks een 5000 Boeren-stokken) naar verschillende landen, zeer bang voor bijenziekten en men heeft een groep wandelleraars opgeleid, welke in staat zijn de verschillende ziekten vast te stellen. Deze mensen zijn in het bezit van een vergrootglas en microscoop. Men is dus wel paraat en m.i. kunnen wij daaraan een voorbeeld nemen. (Inderdaad, doch gelukkig komen bij onze bijen ernstige ziekten niet voor. Red.) Ik heb een lid van deze wacht bezig gezien en kom later hier nog even op terug. Tenslotte moest ik de verschillende honingsoorten proeven, ze smaakten goed. De boekweithoning deed even aan Holland denken.

Een aantal adressen van imkers in Klagenfurt, Rosenbach en Vilach ontving ik en werd tenslotte vereerd met het verenigingsinsigne.
Van de mij opgegeven adressen heb ik verschillende standen bezocht en overal vond ik de grauwe en weinig steeklustige Krainer bij. Aan zwer-ver-hindering wordt niet veel gedaan, het omhangen wordt algemeen toegepast. Er is geen sprake van overmatig zwermen. Alle standen zagen er keurig uit, men kreeg de indruk, dat de houders allen met hart en ziel imkers waren, en ik zie nog de imkersvrouw uit Villach, die met een breed armgebaar zeide: „All die millionen Bienen sind meine Kinder".

Het aanbrengen van de Zwermvanger.


In Rosenbach, de grensplaats aan de Joego-Slavische grens, troffen wij op een bijenstand van een douane-ambtenaar de vrouw des huizes met een vreemdsoortige gazen kooi naast de stand. Er moest een zwerm komen en zij moest deze — daar de baas dienst had -- met deze kooi opvangen, hetzelfde idee als van de fuiken, welke men wel bij korven gebruikt. Wanneer de zwermen gelijk komen, plaatst men er meerdere.

Op alle standen ziet men naast de losse bouw bijna steeds de boerenstokken, maar weing meer voorzien van een beschilderde voorplank.
In het volgende nummer hoop ik nog iets over de behandeling van de Boerenstokken en van de „Milbennarte" te mogen schrijven.
HILVERSUM JAN K. VERMAAS.