NAAR DE NESTPLAATSEN VAN DE BIJENWOLF.



Voor 10 Augustus had het Bestuur der Afdeling Gooiland de leden uitgenodigd voor een uitstapje naar de nestplaatsen van de Bijenwolf. Met een 15 tal personen waaronder een vertegenwoordiger van de pers trokken wij onder leiding van onzen voorzitter den Heer Chr. H. J. Raad, om 2 uur Hilversum uit en ontmoetten bij de uitspanning het Bluk (halfweg Hilversum — Laren) een even groot gezelschap der afdelingen Bussum — Laren en Baarn, benevens den tweeden leider, den Heer F. W. Beekhuis van Till, een natuuronderzoeker en lid van onze Vereniging, die ons nog veel kon leren van de verschillende insecten, die wij bij onze liefhebberij ontmoeten.

De Heer B. heeft zijn bijenstal op ± 200 Meter van een zandkuil staan, welke midden in de heide ligt. Hier werd de openlucht les gehouden. Na een inleiding van den Heer Raad, die de aanwezigen welkom heette, kreeg de Heer Beekhuis van Till het woord. Deze begon met de mededeling dat in bijna 1½% eeuw de wetenschap nog niets vooruitgegaan was met de kennis van onze vijand. Hij onderschatte het werk hiernaar niet maar wij beginnen steeds meer de behoefte van een Nederlands Instituut voor Bijenkunde te gevoelen.

De eerste kennismaking met de wolf vond plaats met een paar gevangen exemplaren (zowel mannelijke als vrouwelijke) in een lampeglas voorzien van een keurig takje heide. Deze werden met honing in leven gehouden. Verder een buisje met de eitjes; deze zijn een stuk groter dan de bijeneieren.
De Heer B. v. T. is een zeer serieus onderzoeker, hij heeft dit insect nu 2 jaar in studie (in 1934 ving hij een 4000 exemplaren) en zal nog wel een jaar of 5 nodig hebben. Een der deelnemers vroeg om zijn bevindingen in ons Groentje te vermelden. De Heer B. v. T. kan ons zeker heel wat hierover vertellen, benevens van de wasmot, die hij ook al enige jaren in studie heeft, maar ik kon hem nog niet tot schrijven krijgen, misschien dat een vraag van ons Bestuur meer resultaat zal hebben. Ik zal daarom maar oppervlakkig blijven totdat de Heer B. v. T. met de finesses komt.

Over de bestrijding van de wolf kon nog niet veel gezegd worden, momenteel wegvangen en doodslaan, waar je hem ontmoet (en helaas waar is dat niet) maar wellicht dat de natuur zelf zich herstelt, want de wolf heeft een vijand in een klein vliegje met een witte plek op de kop, dat zijn eitje legt bij het wolvenei en waarvan het larfje de wolvenlarf vernietigt.

Na deze uiteenzetting begaven wij ons naar den stuif rand der kuil; deze bestond uit een harde oerbank, welke men slechts met moeite met een stevige spade kon bewerken.

- Een bewaker van het Natuurreservaat, waarop wij ons bevonden, was al eens komen neuzen of we ons wel aan de voorschriften hielden, want zonder vergunning mag men niet graven.-

Al heel spoedig vloog een wolf met zijn droeve last over onze hoofden, een beetje verontrust, door al die grote wezens en ja, als gevolg kwamen twee kleine vliegjes, die overal volgden. Enige nesten werden uitgegraven, er waren er die wel 60 c.m. diep waren. Om een klein denkbeeld van de studie naar deze insecten te geven: de Heer B. v. T. schuift, wanneer hij een nest wil hebben het zand m.M. voor m.M. af, dus dat wordt dan soms 4 à 500 keer, na elke beweging uitkijken, of er al iets bloot komt.

Er werden nog verscheidene wolven doodgeslagen. Wanneer een wolf zijn prooi moest laten vallen, kwam hij later weer terug om deze op te rapen, zodoende zich blootgevend aan de weinig medelijden hebbende imkers.
Na de excursie werden de deelnemers door den Heer B. v. T. uitgenodigd ten zijnen huize de thee te gebruiken, waarvan dankbaar gebruik werd gemaakt, want het was een hete middag. Tevens werd kennis gemaakt met de verzameling insecten, waaronder de teelt van wasmotten een grote plaats innam.

Zeker namens alle deelneemsters en deelnemers onze dank voor deze interessante en leerzame middag en laten wij hopen, mocht er eens een Instituut komen dat de Heer B. v. T. er een werkzaam aandeel in moge hebben (mits hij ons Groentje niet vergeet).
HILVERSUM. JAN K. VERMAAS.

Naschrift Red. Het is me gebleken, dat men uit het art. in het Sept.-no. opmaakte, dat bestrijding van de bijenwolf absoluut onmogelijk is en dat wij daarom alles maar aan moeder natuur moeten overlaten.
Niets is minder waar. De bestrijding is moeilijk en kan voorlopig slechts succes sorteren door doodslaan der wolven, maar bovenal door secuur uitgraven der nesten.
Den Heer B. v. T. hebben wij uitgenodigd eens iets van zijn studiën in het Groentje te vermelden.

RED.