Een nieuwe vinding.
Misschien zijn er, die, wat nu volgt, reeds jaren toepassen. Zelfs acht ik dit wel waarschijnlijk, omdat het, om zo te zeggen, het ei van Columbus is.
Wanneer de zomerhoning moet geoogst worden, vind ik altijd een tijdrovend en lastig werk de bijen van de honingraten te vegen of te schudden. Daarom was ik één en al oor, toen ik verleden zomer in ons Groentje van een schuurtje las, dat met de buitenwereld in gemeenschap stond door een gleuf tussen 2 glasrepen, aangebracht aan de bovenkant van het venster. Men zet dan de honingramen met bijen maar in dit schuurtje en de bijen vliegen door de gleuf naar de kast terug. Maar omdat zo'n gelegenheid mij ten enenmale ontbrak en ik ook wel twijfelde, of mijn Krainers (en vooral de wespen niet te vergeten) de weg terug niet zouden vinden, begon ik te peinzen, of er niet iets anders van te maken was. Toch wou ik het middel in het klein eens proberen. Ik nam een theekist. Uit de wand zaagde ik boven een plank uit en sloot de opening door een rechtstaande glasplaat, waarboven een glasreep werd geplaatst, zó, dat een gleuf van 1 c.M. overbleef. Toen zette ik in de kist een tiental honingramen met bijen, genomen boven uit een kast met rooster. De opening sloot ik met een paar zakken af. Werkelijk, na een uur ongeveer waren de bijen er uit. Ik juichte reeds over mijn goede inval.
Maar dit was te vroeg. Want toen ik het voor de tweede keer probeerde kwamen reeds enkele kapers op de kust, die de weg terug ontdekt hadden, gelokt door de geur van de honing. En niet lang duurde het, of er trokken evenveel in als uit en kreeg ik het begin van een intense roverij. Gauw ben ik er toen mee opgehouden. Toch geef ik de moed niet op. Er moest toch wat anders op te vinden zijn. En toen schoot het me eensklaps te binnen, dat ik inplaats van de gleuf bijenuitlaten kon gebruiken. Wat dom toch, dat ik daar niet eerder aan gedacht had. De opening weer dichten, een drietal gaten boren, daar bijenuitlaten voor, was het werk van een ogenblik. Weer honingramen met bijen in de kist, afdekken met zakken en kijken. Ja hoor, 't ging prachtig. Aangetrokken door het licht gingen de zich moerloos gevoelende bijen door de uitlaten naar buiten en na een uur of anderhalf (hangt ook wel van 't weer af) waren de ramen schoon, behalve dan enkele achterblijvers (en waar treft men in de wereld geen achterblijvers aan!) Wie zo'n bijenuitlaatkist wil namaken, bedenke wel, dat die alleen gebruikt kan worden door hen, die met moerroosters werken.
RIJPERKERK. E. RINSMA, H. d. S.