Door eigen kracht omhoog!


Wanneer ik over bovenstaand onderwerp een bijdrage lever voor ons maandblad, dan zal ik U lezer met enige cijfers, die over het algemeen droog zijn, moeten lastig vallen. En gaarne wil ik toegeven, dat cijfers of getallen niet altijd even aantrekkelijk zijn voor ieder die ze ziet, en begrijpelijk, met niets wordt meer gegoocheld dan met cijfers.
Doch terzake. Wanneer wij het artikel van onzen red. lezen in het Febr.no.: "Halen wij de 12000?", laten wij elkander dan beloven op deze vraag in de loop van 1936 den redacteur een bevredigend antwoord te geven. Er zit een kerngezonde groei in onze vereniging, een groei, die in niet één zuster-organisatie zit, en de mogelijkheid om einde 1936 12000 leden in onze vereniging te hebben georganiseerd, is aanwezig. Immers de practijk toont nog steeds aan, dat nog tal van imkers ongeorganiseerd zijn, althans in mijn omgeving. Vaak trof ik bijenhouders aan, die reeds jaren imkerden zonder enige schriftelijke voorlichting, en zonder hulp welke de organisatie hun bood in de vorm van accijnsvrije suiker.
Aannemende dat, wat ik door 't Westland heen ontmoette, op nog tal van plaatsen ook zo gesteld is, ligt er naar mijn opvatting nog een groot terrein braak voor onze vereniging, dat met succes bewerkt kan worden.

Nu enige van die droge cijfers.
Voor mij ligt hier een voorlopig overzicht van de uitkomsten van de landbouwtelling 1930 van het Dep. van Binnenl. zaken en landbouw.
Uit de gegevens blijkt, dat zo ongeveer om de 10 jaren een telling heeft plaats gehad. En geef ik hier de cijfers vanaf 1870 als volgt.
Volgens deze telling waren er in ons land [de volgende aantallen bijenvolken]:
in 1870 214.834
in 1880 203.914
in 1890 135.895
in 1900 95.733
in 1904 111.270
in 1910 69.406
in 1921 93.637
in 1930 84.800

Provinciaal verdeeld geeft de laatste telling de navolgende cijfers te zien [volken]:
Groningen 5.000
Friesland 3.500
Drente 9.100
Overijsel 10.400
Gelderland 19.200
Utrecht 3.600
Noord-Holland 2.300
Zuid-Holland 2.200
Zeeland 2.600
Noord-Brabant 17.800
Limburg 9.100
Een totaal dus van 84.800 volken overwinterd in korven of kasten.

In hoeverre deze cijfers door de laatste telling verkregen volledig of juist zijn, kan ik moeilijk beoordelen. (Er zal nog wel wat aan mankeren. Red.) Doch dat onze vereniging aan de hand dezer cijfers een plaats inneemt, die gezien kan worden en aan de spits gaat, zal ieder moeten toegeven.
Wordt er voor de najaarsvoedering niet ruim 530.000 K.G. suiker gedistribueerd aan onze leden met ongeveer 88.000 bijenvolken gezamenlijk. (In 1934 ruim 800.000 K.G. Red.)
Cijfers en aantallen om met recht trots op te zijn, voorzover deze betrekking hebben op het aantal bijenhouders in ons land, en het aantal bijenvalken. Minder gunstig zijn echter de cijfers vaar wat de afname betreft van onze leden van afd. Handel onzer vereniging.
Willen wij ons zowel inwendig als uitwendig sterk maken, en vooral het eerste is noodzakelijk, om de oeconomische moeilijkheden, waaronder wij als bijhouders gebukt gaan, het hoofd te kunnen bieden, dan is trouw aan eigen zaak een der eerste eisen, welke wij aan onszelven moeten stellen. En dan zal het ons gelukken door eigen kracht omhoog te gaan.
Hoeveel sterker zou onze afd. Handel niet staan, indien onze leden zich in hun behoeften voorzagen bij eigen afd. Handel? Laten onze afd.-besturen de proef eens nemen het benodigde voor 1936 voor hun leden bij afd. Handel collectief te bestellen; zelf heb ik het steeds gedaan en tot volle tevredenheid der leden en van mijzelf.
Hoeveel anders zouden de omzetcijfers van afd. Handel er niet uitzien. Met de omzetcijfers van afd. Handel voor mij over de laatste 12 jaren kan ik helaas niet die trouw aan eigen zaak constateren.
Zowel al onze benodigde suiker van afd. Handel betrokken, moet dat dan ook mogelijk zijn voor al onze andere benodigdheden voor onze mooie bijenteelt.
In eenheid en samenwerking ligt de macht der organisatie en door de grootst mogelijke eenheid zullen wij in de toekomst in staat moeten zijn een zodanige actie te voeren, die het mogelijk zal maken de Ned. bijenhouderij weer winstgevend te doen zijn, wat nu tengevolge van de onbeperkte invoer van buitenlandse honing vrijwel uitgesloten is.
Over de invoer van buitenlandse honing en de betekenis daarvan in een volgend art.
Iedereen kenne en doe zijn plicht. Haal de lauwe en lakse er bij, zoek ze op in hun eenzaamheid; een beetje goede raad en een weinig hulp is voldoende om hun tot organisatie te brengen, in eenheid ligt onze macht, welke er toe leidt om door eigen kracht omhoog te gaan.

VLAARDINGEN. C. BOS.

Noot Red. Van 1 Jan. tot eind Maart boekten we meer dan 500 nieuwe leden. RED.