Klaar voor de Noordooster?


In een vorig artikel hebben we er op gewezen, dat, wil men behoorlijk profijt van goede zomerdrachten, i.c. de Noordooster, trekken, men daar niet met korven moet aankomen, doch wél met kasten en dit zo te verstaan, dat de vaste bouw daar uit de boze is en de losse bouw er op zijn plaats is.
Wij hebben er op gewezen, dat men goed zal doen geleidelijk tot de losse bouw over te gaan. In de eerste plaats kost dat niet zoveel ineens en in de tweede plaats kan men zich geleidelijk in een nieuwe situatie inwerken. Vooral dit laatste is noodzakelijk, wil men niet een en al teleurstelling boeken.
Het zou n.l. niet de eerste maal zijn, dat doorgefourneerde korfimkers verwoede tegenstanders van de losse bouw werden, omdat hun eindresultaat niet dát bracht wat zij er van verwachtten en wat hun was voorgespiegeld.

Beginnen we zachtjes aan ons bedrijf om te zetten, dan maakt men zich als het ware het kastbedrijf spelenderwijze eigen.
Voor zulke "omvormingsimkers" lijkt me het beste om zich tegen de zwermtijd een paar kasten aan te schaffen, resp. zelf te maken. We houden ons aan de gangbare kasten en dat zijn voor ons doel de Simplexwoningen, dus kasten welke men naar believen zo hoog kan maken als men wil.
Of men die woningen nu wil maken van eerste klas vurenhout, of dat men zich tevreden wil stellen met hout van gesloopte kisten, dat doet er voor het ogenblik niet toe, mits zich maar houdt aan de binnenwerkse maten en het simplex-raampje.
Ons doel is het lossebouwbedrijf te leren en waar stellig 90% van onze lossebouwimkers in Simplexkasten imkert en dit inderdaad ook een bruikbare woning - vooral voor ons doel - is, handelen we het veiligst om zulk een woning te verkrijgen.
Hoe men in zo'n woning moet imkeren, kan men lezen in de raadgevingen van een "Ouwe Rot" en we zullen het daar dus niet over hebben.
Hier gaat het er slechts om hoe we ons bedrijf zullen omvormen en dat had ik me zo gedacht.

Als voorbeeld nemen we een korfimker met 10 korven. In 5 jaar tijd moet zijn bedrijf omgevormd zijn en gedurende dit aantal jaren kan hij een behoorlijk kastimker worden, mits hij nauwkeurig de aanwijzingen van onzen „Ouwen Rot" volgt en niet zelf gaat proberen; dat is voor later zorg. Zorg dus dit jaar, dat ge twee kasten bevolkt. Rust de kast uit, zoals het behoort. Voorzie de raampjes van gehele vellen kunstraat en bevolk de kasten met een flinke zwerm; liefst een voorzwerm.
Plaats de kasten behoorlijk waterpas en laat de volken de raten netjes uitbouwen. Ge zult zien, dat met een beetje zorg dit best van stapel loopt en het zou me niets verwonderen, of ge begint er aardigheid aan te krijgen. Hoe meer plezier ge er van hebt hoe beter, doch meen vooral niet, dat ge nu al sterker kunt gaan "omvormen". Er liggen nog heel wat voetangels en klemmen en óók op het gebied van de bijenteelt maakt één zwaluw nog geen zomer.
Zo hebt ge dit jaar dus bij het inwinteren - vooropgesteld, dat ge niet wenst uit te breiden - 8 korven en 2 kasten.
Het volgend jaar vermindert het aantal korven op gelijke wijze en het aantal kasten neemt weer met twee toe. Ge begint dus 1938 met 4 korven en 4 kasten en zo vervolgens.
Er is natuurlijk niet het minste bezwaar, dat ge nog een paar korven blijft aanhouden - ge zoudt ze b.v. kunnen gebruiken om Uw kastvolken te versterken - want ik weet uit ervaring, dat iedere imker in zijn hart nog een goed woord voor het korfbedrijf over heeft.

Vormen we op deze wijze ons korfbedrijf om, dan zijn we paraat voor de Noordooster en misschien - wie weet - blijkt het, dat in Uw eigen streek kasten meer voordeel opleveren dan korven en ge profiteert van een zomerdracht, waarvan ge niet had verwacht, dat zij nog overschot kon geven.
Laten we over enige jaren de vraag aan het hoofd van deze opwekking stellende, tot antwoord krijgen: klaar voor de Noordooster!!

JOH. A. JOUSTRA.