Practische ervaringen.
Getrouw aan mijne belofte en in de mening, dat mijn werkwijzebeschrijving nog tijdig in bezit van imkers zal zijn, om zelf in ledige tijd de aanmaak van ramen, hiervoor dienende, te timmeren. Ik schrijf alweer mijn artikel naar aanleiding van wenken voor beginnende kastimkers en korfteelt. In mijn vorig artikel heb ik betoogd, dat slinger- en raathoning uit korven, in geen geval, kan wedijveren wat betreft zuiverheid en smaak, met een kastproduct en dit ligt voor de hand. Het is noodzakelijk, voor prima slingerhoning, dat men toch niet te veel gebruik maakt van de algehele omhangmethode. Een enkel raam en dan voor tijdelijk kan geen kwaad, daar dit wel eens nodig is, te weten om in broedkamer wat leggelegenheid te geven voor de koningin en bovendien wat werkverschaffing aan de werksters en bouwsters met een paar wasplaten. Zodra deze uitgebouwd zijn en gedeeltelijk belegd, kunnen ze weer naar boven om alweer ingeruild te worden met de ramen uitlopend broed, die tijdelijk boven waren geplaatst. Alzo een paar ramen, met eenmaal broed in de honingzolder naast de overige prachtige zuivere honingraten. Wanneer u een vriend of kennis op bezoek krijgt en deze vraagt eens een kijkje in een kast te mogen nemen, dan zal hij verrukt staan over de mooie, witgele schijven honing in zo'n verhoogsel en de prikkel tot honingeten vermeerderen.
Geheel anders zal het zijn bij aanschouwing van een gevulde honingzolder [met] bruine broedraten, waarin wellicht, „neen zeker" stuifmeel en nog meer zit, wat toch, uit zuiverheid beschouwd, niet in de slinger terecht mag komen.
Om nu mooie raathoning te winnen, maak raampjes op dezelfde maat (broed- of honingzolderraampjes), met boven, voor en achterlat 4 1/2 à 5 c.M. breed, onderlat gewoon, alles zonder draadbespanning. Aangezien deze stukken te groot en te zwaar zouden zijn, verdeel ik de broedraammodellen in 3, de honingzoldermodellen in 2 vakken door een latje van ± 4 c.M. breed. Bovenin een reepje voorbouw ter breedte van ± 2 c.M. en verder naast ieder raam een rekje bestaande uit 5 à 6 latjes ter breedte 3 c.M. en dikte 2 à 3 m.M. op onderlinge afstand van ± 3 c.M. en het geheel zo groot als het raam waarvoor het dienen moet en hangen op ruim 1 c.M. van het raam. Alzo krijgt u een soort afgesloten terreintje, zodat de bijen deze vakken correct en gelijkmatig van dikte zullen uitbouwen tot ruim 5 c.M. Zo'n vak uit groot raam 30x20 c.M. bevat ± 1 1/2 K.G. prima waar, want de bijen brengen er, althans bij flinke dracht, geen stuifmeel in. Om de bouwlust sterk aan te moedigen hang ik naast ieder raam bestemd voor raathoning, een raam uitlopend broed, dat, na uitgelopen te zijn, wordt weggenomen en vervangen door een raathoningraam, met alweer ter weerszijden een rekje. Met een honingzolderraam is deze werkwijze iets moeilijker met het oog op naasthangen van uitlopend broed, doch een praktieker weet hier wel raad mede. Collega's, laat zo'n volle raathoningzolder eens aan familie of kennis zien ge zult beslist de hulp van uw lievelingen moeten inroepen of uw bezoek neemt de gehele voorraad zonder toestemming mee.
Raathoning van witte klaver blijft wel een jaar goed in conditie, bewaard op koele plaats.
Tot later,
ST.-J. H. C. B.