Zijn onze honingprijzen hoger dan voor de oorlog?


In de laatste tijd wordt nogal eens geschermd met de veeleisendheid van de imkers, die te hoge prijzen voor hun honing willen bedingen.
Dergelijke uitspraken komen natuurlijk niet van de imkers zelve, want die weten zeer goed, dat de prijzen, welke zij thans voor hun honing krijgen, beduidend lager zijn dan die van voor de oorlog.
Momenteel wordt voor slingerhoning in de tussenhandel een prijs gemaakt van ongeveer 70 tot 80 ct. per K.G.; in de kleinhandel gelden prijzen van 35 tot 75 cts. per pondsflacon en dat dan zo te verstaan, dat het grootste gedeelte tegen een prijs rondom 35 ct. en een zeer klein kwantum tegen prijzen rondom 75 ct. inclusief flacon wordt verhandeld.
Hoe waren nu die prijzen voor de oorlog en wel in 1912?
Volgens het jaarverslag van den secretaris over het boekjaar 1912 waren de gemiddelde prijzen: Raathoning f 0.54; Slingerhoning f 0.48; Pershoning f 0.24.
Hierbij werd opgemerkt, dat de gemiddelde prijs van slingerhoning stellig hoger moet zijn dan f 0.48 per pond en de van afdelingen verkregen opgaven vermoedelijk bedoeld zijn als groothandelsprijzen. Ook de opgaven van pershoning worden onjuist genoemd.
De pondsprijs van slingerhoning ligt thans dus belangrijk lager, dan die van vóór de oorlog.
Daar komt echter nog iets bij. Vóór de oorlog was er een geregelde uitvoer van honing naar Duitsland. In 1910 werd naar Duitsland uitgevoerd 72000 K.G. honing; de invoer bedroeg in dat jaar 2.658.000 K.G. honing.
De invoer in 1935 bedroeg ongeveer 4.500.000 K.G., dus bijna het dubbele van de invoer in 1910.
Lagere prijzen dan voor de oorlog en nóg slechtere afzet door het totaal gemis aan uitvoer en een verdubbelde invoer.
De Nederlandse imkers zijn gebaat bij een gemiddelde prijs van 50 ct. per K.G. in de groothandel en hun enige wens is de honing voor die prijs gegarandeerd in eigen land te kunnen kwiteren. Zijn dát onbillijke wensen?
In een volgend artikel hopen wij een en ander omtrent onze wensen nog eens nader uiteen te zetten. We zullen dan eens zien, of de wensen van onze imkers werkelijk zo veeleisend zijn.

JOH. A. JOUSTRA.