Raadgevingen van een ouwe rot.


Beste vriend,

Wanneer de bijen naar de heide zijn heb je als imker enige tijd rust. Wel ga je natuurlijk zo mogelijk enige malen zien,hoe ze het daar maken.
In sommige jaren komt het voor, dat de oude koninginnen, die in de zomer niet gezwermd hebben, dit op de heide nog willen doen. Dit gebeurt vooral, wanneer na een goed begin enige dagen slecht weer volgen en daarna opnieuw gunstig weer intreedt. Het is duidelijk, dat het voordeel heeft met jonge koninginnen naar de heide te gaan, daar deze normalerwijze hetzelfde jaar niet meer zwermen. Gedurende de heidedracht (meestal ongeveer half Augustus) voelen de bijen instinctief dat het seizoen ten einde loopt; de darren worden uit de woningen gedreven en afgestoken, hetgeen we kunnen beschouwen als een teken, dat alle zwermplannen opgegeven zijn. Ook het broednest wordt inkrompen en nu bestaat het gevaar, dat de gehaalde honing in de broedkamer wordt opgeborgen. Zeer doelmatig is het daarom, zodra we de bedoelde inkrimping bemerken, ter weerszijden van het broednest enige ramen uit de broedkamer te nemen en deze te vervangen door z.g. blokken, dat zijn houten bakjes, die precies tussen voor- en achterwand van de broedkamer passen en ook de hoogte van de broedkamer hebben. De breedte ervan moet overeenkomen met de breedte van twee of drie afstandsblikjes 2 of 3x38 m.m. Door deze blokken kunnen we de ruimte in de broedkamer dus beperken tot 4 à 6 ramen, waardoor de bijen gedwongen zijn, de honing in de honingkamers op te bergen.

Wanneer de bijen van de heide teruggehaald zijn moet zo spoedig mogelijk de honing er af genomen worden en zo spoedig mogelijk worden geslingerd. Het is mij bekend, dat in het Augustus-nummer van het maandschrift een artikel zal voorkomen over de behandeling van honing, waarin ook het slingeren van heidehoning wordt behandeld, zodat ik je aanraad, dit artikel te bestuderen.
Het is in het belang van de bijen de heidehoning zo mogelijk uit de kasten te verwijderen. Heidehoning bevat namelijk betrekkelijk veel dextrineachtige stoffen, die voor de bijen onverteerbaar zijn en in de winter overvulling van de einddarm kunnen veroorzaken, waardoor in het voorjaar roer kan optreden. Ik schrijf hier met opzet kunnen veroorzaken en kan optreden, daar het ook wel voorkomt, dat met heidehoning ingewinterde volken zeer goed en geheel vrij van roer uitwinteren. Sommige imkers zien hierin en in de opvatting, dat heidehoning de oorzaak van roer zou zijn, een tegenstrijdigheid. Dit is het echter niet, want op het optreden van roer zijn de weersomstandigheden in de winter van nog groter invloed dan de onverteerbare resten van het voedsel. In jaren, dat de bijen gedurende de winter meermalen kunnen uitvliegen, dus meermalen zich kunnen ontlasten, zullen we in het voorjaar geen roer aantreffen, ook niet bij met heidehoning overwinterde volken.
We hebben bij de inwintering echter rekening te houden met de jaren, dat de bijen in de winter lange tijd achtereen de woning niet kunnen verlaten, en dan blijken volken, die uitsluitend op heidehoning zijn ingewinterd, steeds meer last te hebben van roer dan volken, die geheel of grotendeels met suiker werden opgevoerd. Suiker bevat namelijk zo goed als geen onverteerbare resten.

Nadat de honing uit de kasten genomen is, moet je dadelijk met het voeren beginnen. Aanvankelijk voer je het beste bij kleine hoeveelheden om nog een vergroting van het broednest te verkrijgen. De bijen, die na de heidedracht geboren worden, hebben namelijk veel meer waarde dan die welke reeds op de heide gevlogen hebben. Deze laatste zijn grotendeels afgeleefd en versleten, terwijl we vooral voor de verzorging van het broed in het komende voorjaar jonge bijen nodig hebben.
In sommige jaren gelukt deze vergroting van het broednest zeer goed, het komt echter ook voor, dat ons drijfvoeren zo goed als niets helpt en net broednest niet groter wordt dan 3 à 4 ramen.
Zodra het weer omslaat, dus echt herfstachtig wordt, moet je grotere hoeveelheden voedsel tegelijk geven. De beste verhouding voor de suikeroplossing is 1 1/2 à 2 K.G. suiker per Liter water. Deze oplossing behoeft niet gekookt te worden, terwijl het ook niet nodig is azijn of keukenzout toe te voegen, zoals sommige boeken over bijenteelt dit voorschrijven. Om een spoedige oplossing te bevorderen is het natuurlijk wel verstandig heet water te gebruiken.
Voor het toedienen van deze oplossing zijn zeer verschillende toestellen in gebruik. Het eenvoudigste is wel een honingflacon gevuld met suikeroplossing en afgesloten met een linnen doekje omgekeerd op het spongat van de stromat (of gat in het dekkleedje) te plaatsen. Een nadeel is, dat de bijen het doekje vrij spoedig doorknagen en dat de honingpot betrekkelijk weinig kan bevatten. De beste voederinrichting is wel een houten bakje met drie afdelingen, waarvan je een afbeelding kunt vinden in het Mei-nummer van het maandschrift. Je kunt het gemakkelijk zelf maken en het heeft o.a. als voordelen
1e. dat je het zo groot kunt maken als je zelf verkiest;
2e. dat je het bijenvolk niet behoeft te storen, wanneer je gaat voeren, het bakje blijft op de kast staan;
3e. dat je onder het voeren geen last hebt van opvliegende bijen.
De naden kun je dicht maken door er wat vloeibare was in te gieten. Het voedsel, dat je aan de bijen geeft, moet steeds lauwwarm zijn.
Als wintervoorraad moet een flink bijenvolk de beschikking hebben over ongeveer 20 pond voedsel. De aanwezigheid hiervan kun je bepalen, door aan te nemen, dat een vierkante decimeter verzegelde honing of suikeroplossing ongeveer 1 pond weegt.

In een volgende brief zal ik je verder schrijven over het inwinteren en de afdekking van bijenvolken.
Met beste imkersgroeten,

WILLEM VAN DEN IEMENHOF.