Raadgevingen van een ouwe rot.


Beste vriend,

Allereerst wil ik antwoorden op hetgeen je schrijft over de gevolgen van de toevoeging van peper als denatureringsmiddel aan de suiker voor de bijen. Je schrijft me dan, dat als gevolg van deze toevoeging zeer veel bijen zijn gestorven, zowel bij jezelf als bij andere imkers in je omgeving.
Ik betwijfel echter of de peper werkelijk de oorzaak van deze sterfte geweest is. Wanneer dit wel het geval zou zijn, zou de sterfte bij alle bijenvolken moeten zijn opgetreden en dat is niet zo. Wel hoorde men dit jaar meer klachten over dode bijen gedurende het voeren dan in andere jaren. Hier staat echter tegenover, dat er ook imkers zijn, die evenmin als vorige jaren iets abnormaals hebben bemerkt. Ik geloof dan ook, dat andere factoren van meer invloed geweest zijn en dat de gang van zaken als volgt geweest is.
In de eerste plaats is door verschillende omstandigheden de suiker dit jaar veel later (in sommige afdelingen wel een maand) gedistribueerd dan in andere jaren, zodat er in het algemeen zeer laat gevoerd is.

In de tweede plaats voeren vele imkers hun bijen door middel van bakjes, welke op de broedkamer geplaatst worden en die in normale omstandigheden ook zeer goed voldoen. Bij koud weer echter en speciaal bij koude nachten, zoals we die dit jaar in de eerste helft van October gehad hebben, is er grote kans, dat een deel der bijen verkleumt, daar ze om het voedsel te bereiken de warme broedkamer moeten verlaten en zich in het koude bovengedeelte van de kast moeten begeven. Vooral wanneer dit voedsel dan nog niet verwarmd, dus koud wordt toegediend, wordt de kans op verkleumen nog groter en het is duidelijk, dat deze verkleumde bijen in de bakjes zullen sterven.

Bovendien komt er mijns inziens nog dit bij. Doordat het zulk koud weer was hebben de bijen in de eerste helft van October in vergelijking met andere jaren slechts zeer weinig kunnen uitvliegen. Het gevolg hiervan is geweest, dat dit jaar zeer veel bijen, die gedurende de heidedracht afgeleefd geraakt waren, in de woning of in de onmiddellijke nabijheid ervan zijn gestorven (dode bijen voor het vlieggat). Was het weer zachter geweest, dan waren deze bijen uitgevlogen en niet teruggekeerd, dus buiten op grotere afstand van de kast gestorven.

Je ziet dus, dat meerdere oorzaken voor het grote aantal dode bijen verantwoordelijk kunnen zijn geweest en dat het niet aangaat, alles op rekening van de toegevoegde peper te schrijven. Om een goed oordeel hierover te krijgen, zou men van een betrekkelijk groot aantal gelijksoortige volken (b.v. 20 stuks) de ene helft moeten voeren met suiker waaraan alleen methylviolet was toegevoegd en de andere helft met suiker waaraan tevens peper was toegevoegd. Eerst dan zou met vrij grote zekerheid een conclusie te trekken zijn of de peper al dan niet schadelijk voor de bijen is.
Voor mijn mening, dat de koude een der oorzaken geweest is, pleit b.v. het feit, dat ik een imker gesproken heb, die aanvankelijk met behulp van de bovengenoemde bakjes had gevoerd en toen veel dode bijen in de bakjes vond. Op aanraden van een collega had hij daarna gevoerd door honingflacons, gesloten met een deksel, met zoveel mogelijk kleine gaatjes, omgekeerd op het spongat van de stromat te plaatsen. Hij vond toen geen dode bijen meer.
Nu moet je echter in verband hiermede niet denken, dat ik de bovenbedoelde bakjes zou willen ontraden, daarvoor acht ik ze veel te doelmatig. Het is alleen nodig, eventueel er aan klevende bezwaren weg te nemen. Je kunt dit bereiken door ze te vullen met een lauw-warme suikeroplossing, waardoor een snel leeg halen door de bijen wordt bevorderd. Bovendien moet bij koud weer de bovenzijde van de kast, dus boven het bakje, goed worden afgedekt met enige dekkleedjes of jutezakken, zodat hier geen warmte verloren gaat; de suikeroplossing blijft dan zo lang mogelijk warm en de bijen behoeven zich niet in een koude ruimte te begeven om het voedsel te bereiken.

Zoals je me schrijft heb je van de suikeroplossing de bovendrijvende peper zoveel mogelijk afgeschept. Inderdaad is het aan te bevelen, dit gemalen goedje na oplossing van de suiker zoveel mogelijk te verwijderen, daar de voedertoestellen erdoor worden verontreinigd. Ik heb me hier geholpen door de warme oplossing door een kaasdoek te zeven, dit gaat zeer vlug en de peper is zo goed mogelijk verwijderd.
Je zou misschien uit het bovenstaande de indruk kunnen krijgen, dat ik het niet zo erg vind, dat de peper door de suiker is gemengd. Dit is natuurlijk niet het geval. De peper bezorgt inderdaad de imkers veel last, terwijl ze de suiker onnodig belangrijk duurder maakt. Bovendien wil ik ook niet beweren, dat ze onschadelijk is. Het was alleen mijn bedoeling je te waarschuwen voor een te snel uitgesproken oordeel en je te wijzen op mogelijke andere ongunstige omstandigheden. Ik acht het ook van groot belang, dat iedere imker, gedurende de winter en ook bij de uitwintering, zijn bijen terdege in het oog houdt om eventueel nadelige gevolgen te kunnen waarnemen en hiervan mededeling te doen aan den rijksbijenteeltconsulent of aan den secretaris der vereniging, den Heer Joustra.

Over het verloop van het bijenjaar ook in andere delen van het land, waarnaar je me vraagt, kan ik het volgende mededelen.
Het voorjaar was ondanks een koude April gunstig, in streken waar koolzaad verbouwd wordt, b.v. Groningen en de Wieringermeer, hebben verschillende imkers begin Juni kunnen slingeren, ook in de Betuwe hebben enkelen na de fruitbloei bloesemhoning kunnen oogsten.
De zomerdracht zette goed in, zodat algemeen de beste verwachtingen werden gekoesterd, helaas echter heeft het in Juli zoveel geregend, dat de oogst van de zomerhoning grotendeels mislukt is. Vooral in streken, waar deze honing in hoofdzaak van de klaver moet komen, zoals b.v. de Friese en Groninger zeeklei, midden Friesland, Noord Holland, Zuid Holland enz. Ook de Wieringermeer, waar tot dusver bijna fantastische opbrengsten werden geboekt, heeft totaal gefaald.
Op plaatsen waar men kon profiteren van de vroege zomerdracht, b.v. korenbloem (Gelderse Achterhoek, sommige gedeelten van Overijsel en Noord Brabant) kon de opbrengst matig genoemd worden, vooral bij imkers, die gezorgd hadden hun bijen vroegtijdig op vlieghoogte te hebben.
De heide had zich door de vele zomerregens natuurlijk zeer goed ontwikkeld, zodat de opbrengsten over het algemeen bevredigend waren, behalve in de Peel. Op de heide was het een groot nadeel, dat de bijen door het slechte weer in Juli te weinig broed hadden aangezet, zodat ze de heidedracht begonnen met te veel open cellen in het broednest. Het gevolg hiervan was, dat de gehaalde honing hierin werd opgeborgen, zodat er betrekkelijk weinig raathoning in de honingkamers geoogst kon worden.
Wie dit euvel, namelijk het aanwezig zijn van vele lege cellen in het broednest, door drijfvoedering in Juli heeft weten te voorkomen, heeft het hiervoor gebruikte voer op de heide wel betaald gekregen.

Tenslotte wil ik je nog aanraden om, nu de lange winteravonden gekomen zijn, zoveel mogelijk aan het verenigingsleven deel te nemen. Bezoek de door het afdelingsbestuur uitgeschreven lezingen of praatavonden en neem er ook deel aan de besprekingen. Wees niet bang een vraag te stellen, in de mening, dat je medeleden of degeen die de lezing of inleiding gehouden heeft, je voor dom zullen aanzien. Juist door de vragen en door de gedachtenwisseling naar aanleiding van het gesprokene komen de verschillende gezichtspunten naar voren en wordt juist datgene besproken, wat voor de praktijk van het meeste belang is.

Met beste imkersgroeten,
WILLEM VAN DEN IEMENHOF.