Ons land vereist goede koninginnen


Wanneer wij nagaan, in welke tijdsduur onze bijen in een jaar actief zijn, d.w.z. in welke maanden zij onze bijenweide bevliegen enz., dan kunnen wij aannemen, dat dit geschiedt van Maart tot October, zegge 8 maanden. Gedurende deze tijd hebben onze immen veel narigheden te doorworstelen. In Maart en April wisselt de temperatuur snel: nu eens zonnestralen, dán weer afkoelende wind en soms sneeuw. Het is dan ook in dit seizoen, dat vele bijtjes verkleumen en het verlies soms groot kan zijn. Mei valt in de gewone omstandigheden nogal mee, althans wanneer wij in deze tijd niet met Meiziekte te kampen hebben. Juni-Juli is de drachtmaand bij uitnemendheid. Onze bijtjes verkorten door hun geweldige arbeidsprestatie hun levensduur. Bevliegen zij de blauwe korenbloem, dan kan men wel zeker zijn, dat er vele wegens vleugelbeschadiging achter blijven. Augustus-September is de heidemaand en wij weten allen, dat 't verlies aan bijen op de heide groot is. Ook spinnewebben eisen vele slachtoffers en dan komt tenslotte de verwenste bijenwolf, die de maat vol maakt. Wanneer wij onder al die omstandigheden moeten imkeren, dan is het toch wel zonneklaar, dat er steeds flinke reserves aangevoerd moeten worden. Nu weten wij allen, dat er maar één wezen is in 't volk, wat dit kan bewerkstelligen, n.l. de koningin. Een koningin dient dus in ons landje een grote legcapaciteit te bezitten. Maar niet alleen de hoeveelheid volk, doch ook de haalcapaciteit spreekt er een hartelijk woordje bij mee. Dus onze koninginnen moeten de eigenschappen bezitten van voortdurend een flink broednest te maken, terwijl verlangd wordt, dat het hier uitspruitende geslacht ijverig moet zijn. Het is niet mijn bedoeling over de verschillende rassen of stammen te spreken, alleen U te wijzen op de hoedanigheden welke een goede moer dient te bezitten. In ons landje is koninginneteelt dan ook een vereiste. Vaak genoeg bemerkt men, in 't bijzonder bij beginnelingen, dat zij volkjes en zwermen moeten bijkopen om 't volk op vlieghoogte te houden.
Bij een goede koningin moet zulks overbodig zijn. Trouwens, wanneer men volk bijwerpt, zal dit maar tijdelijk weer op vlieghoogte blijven wanneer de moer het toch niet kan bijhouden. Na korte tijd is de oude toestand weer ingetreden.
HOENSBROEK.
C. DE JONG.