Vragenrubriek
Vragen bestemd voor deze rubriek richte men tot den Heer A. Oonk te Warnsveld. Beantwoording kosteloos. Wenst men schriftelijk antwoord, dan sluite men een postzegel in. Alleen vragen, die ook voor anderen van nut kunnen zijn worden beantwoord.
Vraag 360. Wat verstaat men onder endeling?
K. D. te S. (Gld.)
Antwoord: De eerste nazwerm wordt endeling genoemd. Ook wel zingende voorzwerm. Dit is dus een nazwerm met de oude bijen van de voorzwerm, omdat de oude moer verongelukt is, of geknipt was en er dus geen voorzwerm van het volk is afgekomen. Een zingende voorzwerm is altijd veel groter dan een natuurlijke eerste nazwerm, die vooraf een voorzwerm heeft gegeven. Verdere benamingen voor eerste nazwerm zijn: middenzwerm, nalaat of kortweg nazwerm.
Vraag 361. En wat is een maagdezwerm ?
K. D. te S. (Gld.)
Antwoord: Als een volk een voorzwerm heeft gegeven en deze voorzwerm zwermt in hetzelfde jaar nog eens weer, dan wordt zulk een zwerm "maagdezwerm" genoemd.
Vraag 362. Als ik tijdig de nodige jonge moeren kweek, kan ik dan b.v. in het laatst van Mei de oude koninginnen in de langzamerhand zwermrijp wordende volken vervangen door jonge? Zou zulk een jonge moer, na te zijn aangenomen, ook nog weer kunnen gaan zwermen? Mijns inziens wel, aangezien de voedersapspanning en eventueel ruimtegebrek zal blijven heersen. Weet U een goede methode, die zo mogelijk weinig meer materiaal kost? Separeren bevalt mij niet. Wat denkt U ervan, als ik b.v. een broedbak met veel kunstraat onder de bestaande broedbak plaatste? De jonge bijen kunnen dan bouwen, als het tenminste niet voor het grootste percentage darrenwerk wordt en de jonge moer heeft ruimte voor haar eitjes.
W. R. M. te H. (N.H.)
Antwoord: Als U tijdig jonge moeren kweekt, kunt U, mits er absoluut nog geen zwermdrift in de volken is, de oude wel door jonge vervangen. Een jonge moer gaat in de regel niet zo gemakkelijk meer zwermen, doch volledige zekerheid kan hiervoor niet worden gegeven, daar dit hoofdzakelijk van de drachtverhoudingen in Uw streek afhangt. Doch door kunstgrepen kan zwermen wel worden voorkomen, door als het volk al te sterk mocht zijn het enkele ramen met verzegeld broed te ontnemen en deze door kunstraten te vervangen. Verder ruimte geven door het opzetten van een honingkamer, waarin U slingerof raathoning oogst. Is men dan ongeveer half Juli gekomen, dan zijn er meestal weinig drachtbronnen meer en behoeft men voor zwermen met een jonge moer minder beducht te zijn. Ook kunt U een broedbak met kunstraten onder de bestaande broedbak plaatsen ; dat is een nog afdoender middel, doch dan kunt U alleen slingerhoning winnen. Is de jonge moer beneden aan het leggen, dan plaatst U een rooster en breekt circa 6 dagen daarna boven alle moerdoppen weg, voor het geval deze mochten zijn aangezet. Bij invallend slecht weer, of vrij langdurige drachtpauze dient er beneden af en toe iets gevoerd te worden, of een raampje met honing te worden ingehangen. Als U gehele vellen kunstraat geeft, behoeft U voor darrenwerk niet bevreesd te zijn, want, als er een jonge moer in een volk is, wordt er veel minder darrenwerk gebouwd, dan wanneer het volk een oude moer bezit.
Vraag 363. Ik zou graag een model hebben van een bijenkast voor voor- of nazwermen, zoals het voorkomt, waar ik ze ook in kan houden, zodat ze vóór en tijdens de heidebloei niet meer zwermen. Ik had gedacht een kast van 6 of 7 Simplexramen onderin en dan een honingkamer van kleine raampjes,
ongeveer 1 à, 1 1/2 pond inhoud in warme bouw er boven op en de broedkamer dan in koude bouw zonder rooster er tussen. De zwermen neem ik van ronde korven. De kasten wilde ik zelf maken, daar ze mij anders te veel kosten.
A. N. te D. bij A. (Gr.)
Antwoord: De Simplex is een zeer geschikte kast en bevat 10 ramen. Imkers in Uw buurt zullen wel Simplexkasten hebben en kunt U bij hen de maat nemen. Ook kunt U kleinere kasten maken, b.v. op 7 ramen, doch dit maakt niet veel verschil uit. In een kast op 10 ramen doet men evenwel 2 zwermen, dan worden de ramen vlugger uitgebouwd en dan liefst met een jonge moer, omdat deze in de regel dat jaar niet meer zwermt. In de broedkamer doet men hele vellen kunstraat. U kunt in de honingkamer het gewone Simplexhoningraam gebruiken, of desgewenst kleinere ramen, naar Uwe keuze. In de honingkamer plaatst men streepjes voorbouw van kunstraat. U kunt de ramen er in koude of warme bouw op zetten, dat zal weinig verschil uitmaken. Als men strookjes voorbouw geeft, gaan in de regel de bijen niet zo gemakkelijk naar boven, tenzij het heidegewin vroegtijdig invalt en ruim is. Is het gewin matigjes, dan wil het vaak gebeuren, als men geen rooster heeft ingelegd, dat de bijen boven op de broedramen van beneden naar boven in de honingkamer gaan bouwen en dan krijgt men een warboel. Heeft men echter een rooster gelegd, dan heeft men hiervan geen hinder. Ik heb de ondervinding opgedaan, dat met of zonder rooster op de hei weinig verschil uitmaakt. Hoofdzaak is, dat er voldoende dracht is en dan storen de bijen zich weinig aan het rooster.
Een ander geval is, als U in de zomer honingramen geslingerd hebt en deze uitgeslingerde ramen op de broedkamer plaatst. Hierin zullen de bijen op de hei veel vlugger honing dragen, dan in een lege kamer, waarin nog gebouwd moet worden. Dan is een rooster niet nodig, omdat er geen warbouw kan worden gemaakt. Ik maak U er echter op attent, dat alleen mooie uitgeslingerde honingraten in de honingkamer moeten worden gebruikt, die geen stuifmeel bevatten en dan liefst die in dezelfde zomer zijn gebouwd. Overjarige raten zijn minder geschikt en kunnen soms afbreuk aan de kwaliteit doen, omdat te oude raten niet zo hagelwit meer zijn, als pasgebouwde raat.
Vraag 364. Ongeveer 2 à 3 K.M. van mijn stand is een stuk koolzaad. Kan ik mijn bijen gewoon laten staan, of acht U het beter, dat ik ze daar bij plaats? Hier is nooit geen koolzaad verbouwd. Geeft het veel honing, of is het meer de naam?
C. A. S. te H. (Z.H.)
Antwoord: Ik vind het beter, tenminste als dat stuk koolzaad van behoorlijke grootte is dat U de bijen dicht bij dat koolzaad plaatst, dan zal het gewin veel ruimer kunnen worden, dan wanneer ge Uw volken thuis laat staan. Op mooie dagen met weinig wind zouden ze dat koolzaad wel bezoeken, doch de afstand is ver en dan gaat er veel tijd verloren met heen en weer vliegen. U moet Uw volken dan op circa 3 K.M. in rechte lijn van Uw huis brengen met het oog op eventueel terugvliegen van bijen. Koolzaad geeft in de regel bij gunstig weer veel honing, doch er wordt beweerd, dat pure koolzaadhoning aan smaak nogal te wensen overlaat, terwijl deze honingsoort ook zeer spoedig aan versuikering onderhevig is. Omdat koolzaad vrij vroeg in het voorjaar bloeit en de bloei nogal lang aanhoudt, kunnen de bijen in elk geval er prachtig op tot ontwikkeling komen.
A. OONK.
Boekaankondiging.
Handleiding voor de verzorging van Fruitaanplantingen door den Heer Ir. W. G. van der Kraft Hz., Rijkstuinbouwconsulent in Limburg.
De Bibliotheek ontving dit boekje van den schrijver, waarvoor ik Z.W.E.G. gaarne mijn beste dank breng. Het is wel speciaal voor Limburg geschreven, maar is ook voor iedere bezitter van een fruittuin van belang. Het is N.D. II 69.
De Bibliothecaris, L. J. VAN RHIJN.
Ontvangen prijscouranten.
Afd. Handel Ver. v. Bijenteelt.
De prijscourant ziet er keurig uit en is geheel in overeenstemming met de vooruitgang van die afdeling. Practisch is weer de indeling en ook de bijgevoegde bestelkaart.
N.V. Mellona Santpoort komt dit jaar ook weer met rijk geïllustreerde prijscourant uit.
Fa. H. T. van Dam te Jubbega zond ons ook haar prijscourant van imkersartikelen.