Gulden woorden van een Zwitsersen imker
"Wetenschappelijk waarnemen en denken", aldus heet een stukje van P. Winteler te Filzbach, voorkomend in een nummer van de 55ste jaargang van het Zwitserse bijenblad en dat voor alle imkers is geschreven.
Hier moge de vertaling volgen.
"Dat is iets voor academisch geschoolde lieden", zult gij, waarde bijenvriend, zeggen. Volstrekt niet! Wetenschappelijk denken bedoelt zóó te denken, dat het resultaat ervan, n.l. de gevolgtrekking, als onomstotelijk bewezen feit moet worden erkend.
Natuurlijk moet de streng logische denkwijze den academisch gevormde gemakkelijker vallen, maar een monopolie hebben zij er niet op. Ook wij leken kunnen het ons eigen maken, als wij er zorg voor dragen, dat de blik scherp, het hoofd helder, het oordeel zakelijk, de wil taai en energiek is. - Maar wat zal het ons baten? Deze vraag moet tegenwoordig altijd eerst worden beantwoord ! Oneindig veel ! Vraag U slechts af, wat Uw eigen vergissing of die van anderen U reeds een schade heeft veroorzaakt, dan kunt gij zelf het antwoord geven. Overleg eens eerlijk, wat eigen schuld U reeds een mislukkingen heeft bezorgd, dan zult gij erkennen, dat ook in de imkerij ieder voor een groot deel smid is van zijn eigen geluk en voor eigen vrijspraak het boze noodlot eigenlijk maar weinig in de schoenen kan schuiven. Welke is dan de weg, die naar het juist aangegeven doel leidt?
Een zeker minimum verstand moet men voorop kunnen plaatsen, zei eens onze voortreffelijke oude wiskundeleeraar. Wie laat zich zeggen, dat dat minimum bij hem zou ontbreken? De aanwezigheid hiervan brengt echter slechts voordeel, als men het toepast.
1. Profiteer van de ervaringen van anderen. Niemand heeft voldoende tijd, verstand en geld om alles zelf te proberen.
2. Als je meent een waarheid op het spoor te zijn, stel zoveel tegenwerpingen op, alsof je het tegendeel wilde bewijzen.
3. Ontwijk geen opmerkingen van tegenstanders, ook dan niet, als ze ontspringen uit louter oppositielust.
4. Baseer geen bewering op iets, dat zelf nog niet is bewezen.
5. Erken autoriteiten, maar reken met de mogelijkheid, dat zij zich ook kunnen vergissen.
6. Vergeet niet, dat één of twee voorbeelden nog geen bewijs vormen. Zeg niet: (hier spreekt de fokker, vert.) mijn No. 3, een bastaard, heeft van mijn 12 volken het beste geleverd, dus komt het op rassenreinheid niet aan. Beweer niet, dat het merken van een koningin schadelijk is, als er een die ge als eersteling hebt getekend, niets presteert, maar die ge bij het tekenen tevens mishandeld hebt. Als ge 30 volken hebt, de helft der koninginnen merkt en voorzichtig, met deskundige hand, 2-3 jaar afwacht, noteert, vergelijkt - dan kunt ge oordelen.
7. Heb je iets bereikt, zij het een practisch of theoretisch resultaat: Voor de dag ermee, en lever het over aan de kritiek ! Vrees niet haar onverbiddelijkheid. Als het juist was, wat gij vondt, zo zal het zich tenslotte toch waar maken; zijn er verbeteringen nodig, zo zijt gij nog lang niet tot schande gemaakt. Hoe vaak hebben reeds verkeerde aanwijzingen of foutieve beweringen waardevolle resultaten gebracht! Als er maar iets achter steekt. Een oude, ervaren imker, die ik tot een publicatie wilde brengen, zei me onlangs: Het is niet gemakkelijk, met iets voor het voetlicht te komen. Direct begint de critiek. Wij, angstige mensen ! Als wij het ons maar voor gezegd wilden houden, hoe weinig er in de wereld zou kunnen gebeuren, als slechts dat gebeuren mocht, wat absoluut erkend was.
A.J. WINKEL.