Bijenziekten
Eind Juni en begin Juli werden vele monsters bijen toegezonden met de mededeling, dat grote sterfte op de standen voorkwam onder verschijnselen van "zandloperij", dus van onvermogen tot vliegen, bovendien van een uitermate snelle verplaatsing.
Enkele imkers maken melding, dat de bijen in grote getale onder de bloeiende lindebomen vleugellam rondliepen. Schijnbaar dus het beeld van een verlamming van het vliegapparaat en een overprikkeling van dat der beweging op de grond.
Of de oorzaak van dit veelvuldig voorkomend verschijnsel zal worden gevonden, zal de toekomst leren. Dat elke opgave van deze sterfte een bijdrage kan vormen tot beter begrip van haar voorkomen en aldus tot een mogelijke oplossing van meewerken, is buiten twijfel.
Laat men dus, indien er een abnormale bijenval op de bijenstand wordt waargenomen, nagaan, wanneer deze begon en eventueel eindigde, hoe groot de sterfte was en of ze bij alle volken voorkwam, onder welke weersomstandigheden het verschijnsel zich voordeed, of het oude of jonge bijen betrof, hoe de bijen zich gedroegen, waarop werd gehaald, of er sprake kan zijn van vergiftigingen en deze waarnemingen aan ondergetekende mededelen. Zo mogelijk met toezending van bijen, veel levende, 50-100 stuks, bij voorkeur de levende in een kooitje of doos met luchtgaten en wat voedsel.
Toezending van 10 of minder bijen, vaak half vergaan, is niet gewenst, zulks levert bezwaar voor een goed onderzoek.
Nog zij vermeld, dat mijtziekte geen deel had aan deze sterfte.
ROTTERDAM, Rijksseruminrichting.
A.J. WINKEL.