De 15e Nederlande Imkersdag te Ede
De nieuwe Voorzitter maakt kennis met zijn Vereniging en zij met hem.
S. A. de Visser benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau.
600 deelnemers (sters).
Alles 0.K.!
Paars getinte, van zonnewarmte trillende heidevelden, witte wolkenluchten, zoemende, hard werkende en nectar verzamelende bijen en vrolijke, opgewekte, natuurgenietende Imkers en Imkeressen. Mooier harmonischer combinatie is niet denkbaar. Een feestvierende Vereniging, die met ruim 12000 leden op haar 40-jarige arbeid dankbaar mag terugblikken, kan in zulk een omgeving nieuwe krachten verzamelen. Natuur, insecten en mensen, éen organisch geheel, éen jubelende schepping. Dit zij het teken waarin onze Imkersdag op 28 Augustus te Ede zal staan.
Afd. EDE.
De profetie vervat in bovenstaande gecursiveerde regelen welke afd. Ede als voorrede in haar programma had afgedrukt, is ten volle bewaarheid geworden.
Ede heeft haar gasten ontvangen op een onbekrompen hartelijke wijze en zij heeft er voor gezorgd, dat alles O.K. was. De orde en de regelmaat welke we in een bijenvolk aantreffen moet de Imkersdagcommissie wel tot uitgangspunt hebben gediend, want we hebben hier een staaltje van organisatie gezien, dat iedereen bewondering afdwong. Van het begin tot het einde liep alles op rolletjes en de deelnemers en deelneemsters hadden het veilige gevoel in zorgzame handen verzeild te zijn geraakt.
Een woord van hartelijke dank aan de organisatoren van deze zo uitnemend georganiseerde en geslaagde dag mag dan ook stellig óók op deze plaats niet ontbreken.
Voor onzen nieuwen voorzitter moet deze dag wel een belofte hebben ingehouden, want zijn eerste aanraking met onze vereniging moet er een geweest zijn om nooit te vergeten: hartelijk, spontaan, kameraadschappelijk. Wij, die alle imkersdagen hebben medegemaakt, kennen die stemming wel, doch hij, die voor het eerst zo'n dag meemaakt en geroepen werd om de leiding van onze vereniging in handen te nemen, moet wel de aangenaamste gewaarwordingen mede naar huis genomen hebben. En zij, die nog niet het voorrecht hadden met dhr. van Rappard kennis te maken, zullen stellig het vertrouwen, dat zij in het Hoofdbestuur hebben gesteld, niet hebben betreurd; de eerste officiele kennismaking met hém was een goede.
Het weer werkte prachtig mede, zoals alles die dag medewerkte. Tal van genodigden, waaronder de eerste Voorzitter van onze vereniging, dhr. Dinger uit Lunteren, de Inspecteur van de Tuinbouw en het tuinbouwonderwijs, dhr. v. d. Plassche, de Rijksbijenteeltconsulenten, de Burgemeester van Ede, Mr. Dr. C. O. Ph. Baron Creutz, vertegenwoordigers van onze zuster-organisaties uit Brabant en Limburg e.a. waren mede aanwezig en ook zij hebben - voorzover daartoe niet eerder in de gelegenheid geweest - kennis kunnen maken met de Vereniging in haar huidige vorm. Als bijzondere attentie was de reportagewagen van de A.V.R.O. aanwezig en wie Zondagavond 29 Augustus naar het Radio-journaal geluisterd heeft, zal enige flitsen van deze in vele opzichten zo gedenkwaardige dag hebben kunnen beluisteren.
In een buitengewoon vlot voorgedragen rede heette de voorzitter, Mr. van Rappard, alle deelneemsters en deelnemers, benevens de genodigden, welkom. Spreker memoreerde, dat een viertal bloeiende afdelingen tot de gemeente Ede behoorde en dat van 20 oudere leden - zij, die het begin hebben meegemaakt - er nog 7 in deze gemeente woonden. In een kort historisch overzicht werden de ups and downs gereleveerd en daarbij herdacht de spreker de grote verdiensten welke de vereniging had aan een van zijn voorgangers, dhr. Mr. Dr. A. v. d. Flier, die wegens ziekte zijn functie had moeten neerleggen.
Het gebied waarop de vereniging werkzaam is, zo ging hij voort, is groot en de bemoeiingen zijn van velerlei aard. Er is veel bereikt in het belang der imkers.
Ook de Regering liet zich niet onbetuigd (Rijksbijenteeltconsulenten, accijnsvrije suiker, subsidies voor het onderwijs, en voor de stichting proefbijenstand en Rijksmerk). Spreker dankte den Inspecteur van de Tuinbouw voor zijn bemoeiingen en ook de Rijksbijenteeltconsulenten betrok hij in zijn dank.
In de loop der jaren hebben enkele afscheidingen plaats gevonden en het is spreker daarom blij te moede, dat er thans enige vertegenwoordigers van onze zuster-organisaties aanwezig zijn. Het is sprekers wens om te komen tot één grote organisatie, desnoods in federatief verband. Een gezond en opgewekt verenigingsleven kan slechts in het belang zijn van alle Nederlandse imkers en hij wekt de deelnemers op in die richting steeds werkzaam te zijn.
Na deze met overtuiging uitgesproken rede, welke met klimmende belangstelling werd aangehoord, volgde een luid hartelijk applaus waarna de muziek het Imkerslied speelde, dat gedicht werd door ons lid Brero te Santpoort en dat door allen werd meegezongen.
De burgemeester van Ede heette de aanwezigen namens het Gemeentebestuur van harte welkom in zijn gemeente. Wij zijn geen onbekenden, zo zeide hij ongeveer, want in de goede tijden subsidieerden wij de bijenmarkten. Inderdaad, er zijn vele banden met Ede en daarom is het goed, dat wij de imkersdag thans hier gedurende de heideweek houden.

Met klimmende belangstelling hoorden de deelnemers (sters)
de rede van hun Voorzitter Mr. L. R. J. ridder van Rappard aan.
Vervolgens trad de Inspecteur van de Tuinbouw, dhr. Ir. A. W. v. d. Plassche naar voren en wenste de vereniging geluk met haar 40-jarig bestaan. De bijenteelt is van grote sociale betekenis, vooral ook door het grote nut bij de bestuiving van onze ooftgewassen en zaadteelt.
De regering waardeert deze arbeid van de vereniging, want een gezonde sterke vereniging is een landsbelang. Zij wil het echter bij woorden niet laten en daarom is het hem een genoegen te kunnen mededelen, dat het H.M. de Koningin behaagd heeft op voordracht van den Minister van Economische Zaken den Vice-Voorzitter der vereniging, dhr. S. A. de Visser te Kruiningen, te benoemen tot ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Deze mededeling werd met buitengewoon groot enthousiasme begroet, de muziek speelde het Wilhelmus en de Voorzitter overhandigde namens de Vereniging den geridderde de versierselen aan deze Orde verbonden en spelde die op de borst van den ontroerden Vice-Voorzitter.
Toen dhr. de Visser zijn dank voor deze hoge onderscheiding had uitgebracht, speelde de Harmonie „Lang zal hij leven", luid medegezongen door alle aanwezigen. Het spreekt vanzelf, dat men zich verdrong om dhr. de Visser en diens echtgenote van harte geluk te wensen en het duurde daarom ook nog even voor dhr. van Giersbergen aan het woord kon komen over: „De bijenweide en de taak der vereniging ten deze".
In een vlotte causerie, zoals wij die van dhr. van Giersbergen kennen, behandelde hij dit zo urgente onderwerp, waarop wij in een volgend nummer hopen terug te komen. Het was jammer, dat de tijd al zover verstreken was, dat er geen gelegenheid meer gegeven kon worden tot het stellen van vragen.
Vanuit het zo schitterende openluchttheater, waar de ochtendvergadering gehouden was, werd gewandeld naar de Apollo-hal door de heide. In de keurig versierde zalen was een koffietafel aangericht en - de buitenlucht maakt hongerig - door de gasten alle eer aangedaan. Er was overvloed en er werd gezellig gekout.
De Voorzitter stelde de vergadering voor een telegram te zenden aan H.M. de Koningin van de volgende inhoud:
H.M. de Koningin, Het Loo.
Diep erkentelijk voor de aan haar Vice-Voorzitter verleende Koninklijke onderscheiding betuigt de Vereniging tot Bevordering der Bijenteelt in Nederland op haar vijftiende imkersdag te Ede bijeen Uwe Majesteit eerbiedig haar onwankelbare trouw.
VAN RAPPARD, Voorzitter. JOUSTRA, Secretaris.
Door applaus gaf men zijn instemming hiermede te kennen.
H.M. de Koningin beantwoordde dit telegram met de volgende brief
HET LOO, 29 Augustus 1937.
Aan den Hoogwelgeboren Heer Mr. L. R. J. ridder van Rappard, Voorzitter der Vereniging tot Bevordering der Bijenteelt in Nederland te Ede.
Hare Majesteit de Koningin draagt mij op de Vereeniging tot bevordering der bijenteelt in Nederland Hoogstderzelver welgemeenden dank te betuigen voor de gevoelens, uitgedrukt in het telegram van 28 Augustus j.l. gezonden ter gelegenheid van den vijftienden imkerdag.
De Adjudant van Dienst van H.M. de Koningin, (w.g.) DE JONGE v. d. HALEN.
Gedurende de koffietafel gaf de rentmeester van het natuurreservaat de Hoge Veluwe - dhr. Memelink - aan de hand van een situatieschets de nodige inlichtingen over dat schitterend park, dat wij later op de dag nog meer zouden waarderen.
Na de koffietafel begaf men zich naar de autobussen en werd gereden naar het vorengenoemde landgoed. Ik zal me niet wagen aan een beschrijving van dit schitterende Nationale Park, noch aan de mooie uitzichten. Ik zou er stellig aan te kort doen, doch wel wil ik iedereen, die zich interesseert voor een stuk ongerept natuurschoon toeroepen: ga toch eens naar dit landgoed toe; breng er eens een dag of enkele dagen door en ge zult een schone ervaring rijker zijn.
Na De Hoge Veluwe werd de uitspanning Oud-Reemst bezocht en daar enige tijd vertoefd onder het genot van de een of andere verfrissing, ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan aangeboden door de vereniging.
Teruggekeerd in de Apollo-hal stonden de tafeltjes gereed en onder het genot van een kopje thee met een heidekoek werd nog gezellig nagekout.
Het was nu de Voorzitter, die er ons aan herinnerde, dat er een tijd van komen en een tijd van gaan is. Voor hem was het een droevige taak deze dag te moeten sluiten. In een hartelijke toespraak dankte de Voorzitter allen, die aan het welslagen van deze dag hadden meegewerkt, niet in het minst het bestuur van afd. Ede, dat voor een zo schitterende organisatie had gezorgd. Ook bracht spreker dank aan den commissaris van politie voor de regeling van het verkeer en aan de deelnemers, die in zo grote getale waren opgekomen. Spreker besloot met de wens, dat de Vereniging nog zal mogen groeien en bloeien en de volgende imkersdagen een even groot succes zullen mogen zijn als deze. Als straks de bijtjes even voldaan als wij huiswaarts mogen keren, dan mogen wij tevreden zijn, zo besloot dhr. van Rappard zijn slotwoord.
En nu behoort ook deze dag weer tot het verleden. Lang zal de 15e Imkersdag nog in onze herinnering blijven voortleven. Ons 40e levensjaar sluit met een waardig slot.
Wij gaan ons 41e jaar in met frisse moed en onder bekwame leiding. Moge onze vereniging ook in de toekomst nog veel goeds van zich doen horen en zich in stijgende lijn blijven bewegen. Onze dichter bezingt in dit nummer onze jubilerende vereniging. Moge er steeds reden tot zingen blijven, dan gaat het én onze vereniging én onze leden én onze bijtjes goed.
JOH. A. JOUSTRA.