Ingezonden
(Ingezonden stukken zijn steeds buiten verantwoordelijkheid der Redactie.)
Zeer Geachte Redacteur.
Het stukje van Dr. Sch. over bijengif als geneesmiddel mag m.i. niet zonder enige tegenspraak in ons gezaghebbend Orgaan verschijnen, vooral, daar 't veel te onvolledig is. Zij, die indertijd in de toenmalige Praktische Imker de uitvoerige berichten lazen van Dr. Kretschy uit Weenen, zullen nog wel onder de indruk van de toen genoemde feiten zijn, maar er zijn duizenden, die 't niet gelezen hebben.
In Bloemendaal werk ik al enige jaren met enige medici samen ter behandeling van de z.g. hopeloze gevallen. Als U daar ter zijner tijd prijs op stelt wil ik gaarne de artikelen verkort omwerken, die in Bienenvater, Bienenmütterchen en Praktische Imker over dit onderwerp verschenen. Voor hen, die ook ondanks alle moderne therapie gedoemd zijn om als gebrekkige stakkers door 't leven te gaan, moet het toch een hoopvolle gedachte zijn, dat er, zo niet voor allen, dan toch voor een groot deel van hen, belangrijke verbeteringen mogelijk zijn, ja van een totale genezing gesproken mag worden.
BLOEMENDAAL. G. F. M. SCHUTTE.
Naschrift Red. Het plaatsen van het stukje van den Amerikaansen arts in ons blad had geen ander doel, dan op de mogelijkheid van genezing door bijengif attent te maken.
We willen zeer gaarne dergelijke korte artikeltjes, welke ons trouwens reeds door Dr. Schw. zijn toegezegd, nu en dan opnemen, natuurlijk ook die van dhr. Schutte. Wij merken echter ten overvloede op, dat ons Maandschrift geen geneeskundig tijdschrift is en stukjes in die geest alleen opnemen om de aandacht er op te vestigen. RED.
Hooggeachte Redacteur,
Gaarne zou ik Uw advies willen in onderstaand geval.
Toen ik enige jaren geleden in de hoofdstad een vijftal bijenvolken hield, ergerden mij enige mussen, die vooral in de tijd, dat zij jongen hadden, naar mijn bijenstand vlogen en daar de bijen vlak voor het vlieggat weghaalden, doodden en er mee wegvlogen naar de nesten. Dit was van deze dieren iets geheel individueels. Andere mussen bepaalden zich er toe, en dan zeer schuw, schijnbaar bang voor de bijen, de uitgedragen gekopte bijen weg te halen.
De bijeneters zullen waarschijnlijk ook hiermee begonnen zijn; later hebben ze zieke en dode bijen op de stand gegeten en tenslotte zich vergrepen (volgens imkersstandpunt) aan de gezonde.
Nu woon ik buiten en heb tot nog toe geen last van de mussen gehad. Blijkbaar is er ander dierlijk voedsel, in de tijd dat ze jongen hebben, genoeg te vinden, overvloediger dan in de hoofdstad.
Ik woon in een bosrijke streek met talrijke species gevleugelde zangers. De merels zijn bijzonder groot in aantal. Mijn bessenstruiken worden door hen geducht geplunderd. Als zij eenmaal de smaak van deze vruchten te pakken hebben staan zij voor niets en zijn niet te verdrijven. Zij kruipen zelfs bij de grond onder de netten door. Mijn grote olijfwilg (Elaeagnus longipes) met ponden bessen hebben zij reeds totaal geroofd.
Als grote liefhebbers van bijen vertoonden zich hier voor enige maanden bij mijn bijenstand enige exemplaren van de Grauwe vliegenvanger (Wevertje, Garendiefje). Zij vangen de hele dag voor de kasten de bijen in de vlucht en vliegen er mee weg naar de nesten. Ik reken, dat er door ieder exemplaar per dag minstens enige honderdtallen worden gevangen. Ook één meesje waagt
het ze te vangen. Dit is m.i. weer iets individueels, want andere mezen negeren ze.
Wat kan ik nu tegen deze roof doen? Het zijn beschermde vogels: gedood mogen ze niet worden.
Hoogachtend,
NAARDEN, Huizerstraatweg 11. A. L. FOKKENS.
Naschrift Red. U stelt me hier voor een moeilijke opgaaf. Doden mag niet en willen we niet. Kunnen die diertjes niet afgeleid worden? Afschermen van de kasten door vogelnetten of vogelgaas helpt niet als de bijen in de vlucht worden opgepikt.
Weet een onzer lezers een goede raad te geven? RED.
Geachte Redacteur,
Gaarne zag de afd. Zaandam het volgende in ons Groentje opgenomen, waarbij U vriendelijk wordt verzocht waar nodig, dit met op- en aanmerkingen te completeren, waarvoor inm. onze vriendelijke dank.
Indien wij goed zijn ingelicht is ons land voor zover het onze Vereniging betreft verdeeld in een negental ringen. Bij iedere ring kunnen de afdelingen die daartoe behoren zich aansluiten. Zo behoort N. en Z.-Holland als we ons niet vergissen tot ring 8. (Afd. Zaanstreek is hier abuis. De landelijke Vereniging is in 9 verkiezingsgroepen ingedeeld. N.- en Z.-Holland maken bijna geheel deel uit van Groep 8, niet vrijwillig, doch zijn daar door de A.V. op voorstel van het H.B. bij ingedeeld. Ringen zijn geheel vrijwillige organisaties van afdelingen, die min of meer een streekbelang beogen). De begrenzing der overige ringen kennen wij niet en ook niet hoe deze functioneren.
De ring echter waartoe wij behoren is vol goede moed en wil voor haar aangesloten afdelingen doen wat binnen haar vermogen ligt. Onze ring wil echter nooit op geen enkel gebied in de plaats treden of arbeiden op het terrein van ons Hoofd-Bestuur. M.a.w. „Wij willen nimmer een vereniging in een vereniging". Dit zij hier uitdrukkelijk vermeld, omdat men gauw geneigd is, ons het tussen aanhalingstekens geplaatste toe te voegen. Wij denken hier huishoudelijk opgezet aan onderlinge imkersbelangen die kunnen worden uitgevoerd niet als afdeling, maar wel door meerdere afdelingen, d.w.z. als ring, zaken dus waarmede het Hoofd-Bestuur niet behoeft en mag worden lastig gevallen. Wij denken hier aan bijenweide op de juiste plaatsen en tijden, het transporteren van kasten en korven van trekkende imkers, het steunen, in het leven roepen en instandhouden van bijenmarkten enz. enz., er zijn nog veel meer mogelijkheden korth.halve weggelaten. Onze afgevaardigde is het op de l.l. gehouden ringvergadering te Haarlem opgevallen, dat aansluiting van iedere afdeling vrijwillig kan geschieden. Er wordt in ring 8 voor ieder lid 10 cent per jaar geheven, waarmede de onkosten kunnen worden bestreden. Zaandam merkte in de ringvergadering op, dat het misschien beter zou zijn indien iedere afdeling automatisch lid werd van de groep waartoe deze behoorde. Door 'n groter aantal deelnemers zou de contributie dan nog minder kunnen zijn dan 10 cent. Van groot belang zouden wij het achten, wanneer in een jaarvergadering v. d. ring de voorstellen der afdelingen eerst onder de ogen werden gezien alvorens deze op de beschrijvingsbrief geplaatst te krijgen. Het Hoofd-Bestuur blijft dan bewaard voor het ontvangen van onbekookte voorstellen. Ook het later bespreken in de afdelingen van op de beschrijvingsbrief voorkomende voorstellen zou in een afd. beter tot z'n recht komen indien deze vooraf in een ringvergadering onder het oog werd gezien. Het moet o.i. het Hoofd Bestuur toch wel wat waard zijn wanneer een agenda op een Algem. Vergadering behoorlijk en op tijd kan worden afgewerkt. Dit kan bevorderd worden wanneer vooraf afdeling, afgevaardigde en ring samenwerken.
De voorzitter van de ring had wel enig bezwaar, maar vond het denkbeeld toch zo, dat werd aangeraden ons eens met andere afdelingen in verbinding te stellen. Wij vinden dit te kostbaar en te tijdrovend en bovendien lijkt het ons ook wel goed, dat alle leden van een en ander eens kennis nemen. Wij willen door dit schrijven van andere afdelingen, in 't bijzonder behorende tot ring 8, ook wel eens iets horen. Indien deze voor de denkbeelden, hier naar voren gebracht, wat voelen, laten zij dan een briefkaart zenden aan den secretaris der afd. Zaanstreek, Zuiddijk 70 te Zaandam.
Verder lijkt het ons wel goed, dat eens over het ringverband geschreven wordt, daar vele nieuwe leden hiervan niets afweten. verder vernamen wij gaarne van onzen redacteur welke de overige ringen zijn en hoe deze functioneren. Met dank voor de plaatsing.
HET BESTUUR DER AFD. ZAANSTREEK.
Bijschrift Red. Op de uitnodiging van afd. „Zaanstreek" wil ik trachten zo kort mogelijk een uiteenzetting van wat een "Ring" volgens de statuten moet zijn weer te geven, mede omdat men zich over dit instituut vaak een geheel verkeerde voorstelling maakt.
De bedoeling van de statutencommissie was een tip te geven aan de afdelingen der vereniging om tot samenwerking te komen aangaande de vitale "bijenteelt" belangen in een bepaalde streek. Zo stelde zij zich voor, dat er in bepaalde streken behoefte zou kunen zijn b.v. de bijenweide te verbeteren, bedrijfswijzen voor een streek uit te vinden en vast te stellen, het onderwijs te bevorderen, bijen- en honingmarkten te houden, honingweken te organiseren enz. enz. Zaken, die niet zo goed door de landelijke vereniging zouden kunnen geschieden en te zwaar zouden zijn voor een enkele afd. afzonderlijk. Ook zonder dit in de statuten te vermelden is natuurlijk samenwerking in dat opzicht mogelijk, doch het H.B. heeft in die richting willen suggereren.
Het heeft geenszins in de bedoeling gelegen een instantie tussen afdeling en H.B. of A.V. in te voegen. Iedere afdeling werkt geheel zelfstandig wat verenigingsaangelegenheden betreft. Om echter de fout van vroeger te voorkomen heeft de A.V. op voorstel van het H.B. de vereniging ingedeeld in genummerde VERKIEZINGSgroepen. Hierdoor is het uitgesloten, dat b.v. alle H.B.-leden in Amersfoort, of in Amsterdam, of ergens anders op een hoopje wonen, doch zoveel mogelijk over het gehele land verspreid zijn. De verkiezing heeft IN de Groep plaats en door afdelingen van eenzelfde Groep, welke ook hun candidaten stellen.
Ringen daarentegen hebben om zo te zeggen met het eigenlijke verenigingsleven niets te maken. Men is vrij om met de omliggende afdelingen samen te werken of niet en om in eigen omgeving op een bepaalde wijze de bijenteelt te bevorderen. Laat ik het eens sterk uitdrukken: bij een Ring vergeet men, dat men in een landelijke vereniging is ondergebracht! Men moet dus geen Groepen en Ringen verwarren.
Het blijkt, dat men in ons land over het algemeen weinig voor Ringvorming gevoelt. Mij zijn momenteel dan ook slechts 2 Ringen bekend, n.l. Ring 8 en Ring Amersfoort. Ring 8 beweegt zich thans geheel volgens de bedoeling van de statuten; Ring Amersfoort heeft dit stééds gedaan.
Uit het bovenstaande volgt dus, dat wat „Zaanstreek" zich voorstelt, feitelijk practisch onmogelijk is. Op papier kan men wel zeggen de Ringen dekken de Groepen, doch men zou hier eenheden bijelkaar voegen, die geen belangen, althans niet belangen in engere zin, gemeen hebben. Wat zou b.v. „Zaanstreek" zich voorstellen van een samenwerking in engere zin van Middelburg met Valkenburg, twee afdelingen behorende tot dezelfde VERKIEZINGSGROEP. Of om dichter bij huis te blijven, wat stelt men zich voor van een samenwerking in engere zin van Texel met Rotterdam b.v. Het springt duidelijk in het oog, dat men dan evengoed het instituut Ring uit kan schakelen en alles aan het H.B. overlaten.
Naar mijn gevoelen en naar de bedoeling van de statuten heeft Ring 8 dan ook een veel te groot werkgebied gekozen. Er zouden - alweer m.i. - beter 6 of meer Ringen in de VERKIEZINGSGROEP 8 kunnen zijn om vruchtbaar werk te leveren. Zodra de Ringen te groot gaan worden, wordt het eigenlijke doel voorbijgestreefd en is het gevaar aanwezig, dat de Ring op een terrein zich gaat bewegen, dat niet het zijne is.
Afd. „Zaanstreek" geeft daar - geheel ongewild en geheel ter goeder trouw - in haar schrijven al een voorbeeld van.
Voorop staat, dat zij geen vereniging IN de vereniging wil, doch haarsondanks komt zij aan het slot van haar schrijven tóch in die richting.
Gemakshalve en tot vlottere werking wil zij b.v. agendapunten voor de A.V. voorstellen van andere afd. en van het H.B. IN HET RINGVERBAND bespreken en natuurlijk zomogelijk tot eenzelfde gedragslijn komen. Hier is de grens van wat een Ring behoort te doen al bedenkelijk overschreden en een vereniging IN de vereniging geboren, zelfs tegen de eigenlijke bedoeling van afd. „Zaanstreek" in. Dit zou eerst recht tot uiting komen op een A.V., b.v. bij de stemming over een bepaald voorstel. Hoewel volgens de statuten onmogelijk, zou hier toch het zelfbeschikkingsrecht van een afd. practisch wegvallen.
Mijn overtuiging is, dat „Ringen" goed werk kunnen doen, doch dan dienen zij het terrein, dat hen statutair is toebedeeld, niet te verlaten. RED.