Zelf maken ... maar hoe?
Een Ratenkast.
AIs je in het najaar bij een beginnende imker komt, dan gebeurt het meermalen, dat zo'n aanvanger met liefde zijn uitgebouwde ledige raampjes bekijkt en de opmerking maakt: „Het volgende jaar ben ik verder, die behoeven ze niet meer uit te bouwen". Je denkt dan wel eens aan de wasmot en hoe die raten er wel eens uit konden zien, wanneer ze in de komende lente weer gebruikt moeten worden. Wat heb ik zelf gedaan, denk je dan en je ziet je weer prutsen met je theekist, waarin je een blikken doos met brandende zwavel plaatste en dan de kist met kranten dichtplakte en angstig afwachtte, dat de hele boel zou gaan branden, maar meestal was de zwavel spoedig uitgegaan.
Door een lezing van den Heer Beekhuis van Till werd mijn aandacht op de vloeibare zwavel (sulfo liquid) gevestigd en dit goedje heb ik de laatste jaren met genoegen gebruikt, ofschoon nog wel eens een raampje aan de wasmot ten offer viel.
Nu zou ik de beginners willen aanraden: schaf een goede theekist (triplex) aan en plaats de raampjes daarin, zet hierop een kopje met de zwavel en plakt de opening van de kist met papier luchtdicht toe. In de loop van de winter moet de inhoud van het kopje eens vernieuwd worden, daar de zwaveldampen niet de eieren doden, maar de larven.
Indien Uw drogist U niet aan dit goedje kan helpen, moet hij het maar bij Brocades en Steeman te Meppel bestellen, deze firma brengt het in de handel.
Een ander eenvoudig middel wordt in Zwitserland toegepast. Een ratenkast zonder bodem en aan de bovenkant een luchtgat, onder de kast worden bladeren van notenbomen gelegd. Het moet een afdoend middel zijn.
Jékavé.