Bijenteeltpropaganda onder de fruitkwekers.
Afdeling Wageningen. Openbare vergadering op 29 Nov. 1937. Op deze avond hield Ir. J. H. M. van Stuivenberg l.i. een lezing toegelicht met lichtbeelden, met als onderwerp: "Het "zetten" van het fruit".
Alvorens in 't kort deze lezing te memoreren, wil ik eerst het doel van deze openbare vergadering uiteenzetten. Onder de streken waar het fruit in de cultuur een belangrijke plaats inneemt behoort ook Wageningen. En het is een, jammer genoeg, treurig verschijnsel, dat er over 't algemeen in fruittelerskringen zo weinig aandacht wordt besteed aan de bijenteelt.
De afd. Wageningen meende daarom nuttig werk te kunnen verrichten door een openbare vergadering te houden, waarop zij alle fruittelers uit deze streek via een aanschrijving uitnodigde. De fruitteelt en de bijenteelt zijn nauw aan elkaar verbonden. Zonder het houden van bijen zal geen enkele fruitteler komen tot een bij benadering optimale fruitoogst. Eigenlijk had het organiseren van een dergelijke avond als hier in Wageningen is gehouden, uit moeten gaan van de fruitkwekers (Inderdaad! Red.) Dit laatste is hier helaas niet het geval geweest.
Het is evenwel zeer toe te juichen, dat er in het maandblad van onze Vereniging in 1938 een nieuwe rubriek wordt verzorgd, n.l. "Bijenteelt voor fruitkwekers". M.i. zal deze rubriek echter niet geheel voldoen aan de verwachtingen die men er van koestert. Ons maandblad bereikt uitsluitend imkers en fruitkweker-imkers en niet de fruitkwekers die geen bijen houden.
Ik zou daarom de verschillende afdelingen willen aanraden dergelijke vergaderingen te organiseren als in Wageningen, waar dan een bij uitstek deskundige, eventueel aan de hand van lichtbeelden, lezingen houdt over het nut en de noodzakelijkheid van het houden van bijen voor de bestuiving van onze vruchtbomen. Wij dienen hiermee niet alleen den Ned. fruitkweker, maar zeer zeker ook onze Vereniging, die door het op deze wijze winnen van leden steeds groter en sterker zal worden.
-00-
Tenslotte een kort overzicht van de lezing van Ir. J. H. M. Stuivenberg, welke met grote aandacht door 45 personen werd bijgewoond, onder wie zich bevonden de rijksbijenteeltconsulent, de heer Dr. Minderhoud, de heer L. van Giersbergen en bestuursleden van de afd. Rhenen en Renkum.
Spr. begint met na te gaan waarom op een prachtige bloei toch onvoldoende vruchtzetting kan volgen. Verschillende oorzaken kunnen hieraan ten grondslag liggen, zoals b.v. nachtvorstbeschadiging of andere slechte weersomstandigheden tijdens de bloei, welke een goede bestuiving in de weg staan. Meestentijds is de onvoldoende vruchtzetting te wijten aan de aanwezigheid van onvoldoend kiembaar stuifmeel van de bloem zelf of van de bloemen der omringende vruchtbomen, doch ook een tekort aan bijen, welke het stuifmeel moeten vervoeren, wil men zeker zijn van een goede kruisbestuiving, doet zich gelden.
Aangezien sommige variëteiten van appel en peer onvoldoende kiembaar stuifmeel leveren en zogenaamd zelfsteriel zijn (d.w.z. dat stuifmeel van dezelfde bloem of van dezelfde boom niet in staat is door kieming op de stempel door te dringen tot het eiapparaat) zoals bij onze Goudreinette, is het noodzakelijk hiertussen andere soorten aan te planten, die tegelijk met deze bloeien en tevens voldoend kiembaar stuifmeel leveren. Spr. wijst hierbij op de waarde van de beschrijvende Rassenlijst voor het fruit, uitgegeven door de Ned. Alg. Keuringsdienst te Wageningen, waarin de voornaamste variëteiten van appel, peer enz. worden vermeld met hun bloeitijden en andere eigenschappen. Spr. behandelde aan de hand van lantaarnplaatjes het bevruchtingsproces op zeer duidelijke wijze. Hij komt daarbij tot de conclusie, dat vooral in Gelderland een groot tekort is aan bijenvolken tijdens de bloei der vruchtbomen. Voor een intensieve cultuur zijn minstens 4 à 5 sterke bijenvolken per h.a. nodig.
Vervolgens wijst spreker op de proeven die voortdurend op het Lab. voor Tuinbouwplantenteelt genomen worden wat betreft de bestuiving van de verschillende variëteiten van appel en peer. Onder de pitvruchten (appel en peer) komen nog enkele variëteiten voor, die zonder kruisbestuiving vruchten geven. Bij de steenvruchten (o.a. kers) is dit geheel anders. Hier heeft men te maken of met zelf- en intersteriliteit of resp. fertiliteit, waarbij er echter op gewezen wordt, dat ook voor zelffertiele variëteiten bijen voor de bestuiving noodzakelijk zijn.
Tenslotte werd nog besproken het eventuele gevaar voor de bijen bij de diverse bespuitingen. Nicotine, Derrispoeder en koper zijn minder bezwaarlijk, doch met Arsenicum-preparaten zij men wat voorzichtiger. Deze laatste dienen te worden uitgevoerd na de bloei. Vooral bij deze laatste lette men er op, dat er geen andere bloemen onder de te bespuiten bomen bloeien, die door de bijen worden bevlogen.
Na afloop van de lezing bestond er gelegenheid vragen te stellen, waarvan een dankbaar gebruik werd gemaakt.
Na een hartelijk woord van dank aan het adres van den heer van Stuivenberg voor zijn duidelijke lezing, werd de vergadering om 11 uur gesloten.
Naschrift Red. Wij kunnen het voorbeeld van Wageningen - en trouwens ook van meerdere afdelingen - niet genoeg aanbevelen. Onze deskundige medewerker van de rubriek "Bijenteelt voor fruitkwekers" heeft al zeer goede resultaten hiermede bereikt en bereids al tientallen fruittelers imker gemaakt. Men leze zijn artikel in dit no. eens met aandacht!
Red.