Verenigingsnieuws


Bibliotheek.

De bibliothecaris verzoekt voor de controle alle boeken, die nog in omloop zijn, aan de bibliotheek in de maand Juni terug te zenden. Wil men deze nog houden, dan is mijn beleefd verzoek daarvan een kort bericht te zenden.
De bibliothecaris, L.J. VAN RHIJN.
_____


Notulen van de Algemene vergadering op Maandag 9 Mei 1938 in Hotel Noordbrabant te Utrecht des voorm. 10.30 uur.

Aanwezig de Voorzitter, alle leden van het Hoofdbestuur op dhr. G. v. d. Brink na, die wegens ziekte verhinderd was, de beide ambtenaren, 157 afgevaardigden en zeer vele belangstellende leden.
Namens de Regering was aanwezig de Inspecteur van de tuinbouw en het tuinbouwonderwijs, dhr. Ir. A.W. v.d. Plassche, terwijl Dr. Minderhoud, rijksbijenteeltconsulent, wegens droevige familieomstandigheden bericht van verhindering had gezonden. Hij werd vertegenwoordigd door Ir. Mommers, assistent Rijksbijenteeltconsulent.
Ruim half elf opent de voorzitter de vergadering. Spreker deelde mede, dat bericht van verhindering was binnengekomen van den Directeur Generaal van de Landbouw, en waarom dhr. v.d. Brink en Minderhoud niet aanwezig waren en wenste eerstgenoemde een spoedig algeheel herstel toe.

Voor de eerste maal, zo vervolgde spreker zijn inleiding, is het, dat U met mij en ik met U kennis maak. Uw vergadering heeft mij in 1937 tot Uw Voorzitter gekozen. De wijze waarop dit is gebeurd gaf blijk van een groot vertrouwen in het hoofdbestuur, omdat ik U nog vreemd was. Ik verzeker U, dat dit vertrouwen door mij niet beschaamd zal worden. Er zal door mij een doelbewuste leiding worden gegeven. Het verheugt me, dat we op deze dag Ir. v.d. Plassche in ons midden hebben. Deze stelt veel belang in de bijenteelt en in het werk van onze vereniging. Hij toch dient Regering en Vereniging van advies. De richting, die wij voorstaan, zal ook door hem wel worden begrepen. Of aan al onze wensen tegemoet gekomen zal kunnen worden is een open vraag. Vragen wij teveel, of doet de Regering te weinig?

Spreker heeft zich een klare voorstelling proberen te maken van de taak welke hem is opgedragen. Aan de ene kant ziet hij zich als de mandataris van de Alg. Verg., aan de andere kant is zijn taak een persoonlijk verantwoordelijke. Spreker zal steeds het algemeen belang voor ogen stellen, al zal hij wel eens in botsing komen met individuele wensen. Ik heb mij in de zaken van de vereniging trachten in te werken, zo gaat spreker voort. De vereniging staat op een gezonde basis, terwijl wij trots kunnen zijn op de ambtenaren welke menige organisatie ons zal kunnen benijden. Dit maakt voor spreker de taak gemakkelijker. Mijn voorgangers hebben jaren lang de vereniging in goede banen gestuurd. Bij de bijenteelt kan geen enkele reden zijn tot splitsing en scheiding. Sprekers vurigste wens is te komen tot één grote nationale vereniging, waarin iedereen zich moet kunnen thuisgevoelen. De Regering moet weten, dat er een vereniging is, die geen eigen belang zoekt. Spreker doet een beroep op allen, dit overal in hun omgeving uit te dragen. Er moet en nieuwe geest gaan varen onder de imkers. In de maanden, dat spreker het voorzitterschap bekleedt, heeft hem overal in onze vereniging getroffen de goede geest welke er heerst en de offervaardigheid, die er is. Alles kan echter niet van een kant komen. De leden moeten het H.B. schragen, er moet een twee-eenheid zijn van de Dollard tot de Schelde.

Men heeft het H.B. wel eens voor een ultimatum gesteld, maar deze mensen coquetteren met de kleine bondjes, welke door hun suikerpolitiek onrust in onze vereniging proberen te brengen. Wie naar die bondjes vrijt, laat die liever direct verdwijnen.

Wat de bijenhouderij zelf betreft: de toekomst is niet onverdeeld gunstig. Door de ontginningen van gronden is steun van de Regering meer dan vroeger nodig. Er zijn echter vele belangen, welke met die der onze botsen. Wij moeten hebben betere opbrengsten en betere honingprijzen. Ik ben mij gaan interesseren voor het R.M., zo vervolgt spreker zijn met klimmende belangstelling, onder ademloze stilte aangehoorde rede. Ik heb daarvan in een artikel in het M.S., dat door meerderen gevolgd zal worden, doen blijken. Mijn mening geef ik gaarne voor beter en ik wil de mijne niet koppig doorzetten. Als er geen waarborg is, dat we niet anders beter uit komen, dan moeten we niet weggooien wat we hebben. Van de voor- en tegenstanders is mij wel gebleken, dat ze het in één ding roerend eens zijn, dat zij er van overtuigd zijn, dat het R.M. nuttig kan werken.

Uw vergadering heeft men mij eens geschilderd als moeilijk te leiden. Over zakelijke aangelegenheden wil ik gaarne debatteren. Zo vind ik, dat het vast te stellen regl. vandaag hoofdzaak is. Het voorstel van het H.B. is redelijk; feitelijk houdt dit regl. in veler stokpaardjes, vandaar dan ook, dat er geen bezwaren van betekenis zijn binnengekomen en dat geen enkel amendement voldoende werd ondersteund. Vele afdelingen toonden zich zelfs zeer tevreden. Het H.B. kan er zich dus vandaag gemakkelijk afmaken, doch het wil dit niet doen. Indien er nog redelijke wijzigingen worden voorgesteld - alle mensenwerk is voor verbetering vatbaar - dan zullen deze nog behandeld worden.

Er is voorts nog een streven merkbaar om overal bijenmarkten te organiseren. Het komt ons voor, dat er ook in deze eenheid moet komen, al heeft het H.B. grote bewondering voor de bestuuurders, die telkens maar weer hun schouders er onder zetten. Het H.B. dient zich echter af te vragen of het geld aan subsidie besteed voor bijenmarkten, welke geen levensvatbaarheid hebben, niet op andere wijze nuttiger kan worden gebruikt. Spreker sluit met de woorden, dat de Vereniging niet alleen gebloeid moet hebben in de voorbije 40 jaren, doch zij moet dit ook doen in de volgende 40 jaar. Spreker
wijst er in dit verband op, dat de Regering verleden jaar in den persoon van haren vice-voorzitter, dhr. S.A. de Visser, onze vereniging heeft gehuldigd. Dit strekt onze vereniging tot eer en spreker wekt allen op om onze grote, mooie en gezonde vereniging nog tot groter bloei te brengen.

Na deze rede, welke op allen een zichtbare indruk maakte, verzocht de Voorzitter de aanwezigen zich even van hun zetels te verheffen ter ere van hen, die het afgelopen jaar ons door de dood ontvielen. Onder hen bevond zich ook ons oud-Hoofdbestuurslid dhr. Frankenhuis.

Vervolgens worden de notulen A.V. 1937 goedgekeurd.

(Wordt vervolgd).