Wat is er in October op de bijenstand te doen?


Het bijenjaar 1938 loopt ten einde en vele imkers zullen het als een zeer merkwaardig jaar in hun herinnering bewaren. Ik hoop op verschillende merkwaardigheden een der volgende maanden nog eens terug te komen.

We hebben nu te zorgen, dat we onze bijen zo spoedig mogelijk gereedmaken voor de winter. In de eerste plaats hebben we te letten op de voedselvoorraad. In een normaal kastvolk moet ongeveer 20 pond verzegelde honig of suikeroplossing aanwezig zijn. Daar 1 dm2. verzegelde honig bijna 1 pond weegt, kunnen we aannemen, dat ruim 20 dm2. (b.v. 20-25) als wintervoorraad voldoende zijn. Een normale ronde strokorf moet ongeveer 27-30 pond wegen, hoewel in sommige streken waar een zeer goede voorjaarsdracht is (wilg, fruit of koolzaad) ook lichtere korven worden ingewinterd. Men volstaat daar soms met een korfgewicht van 18-25 pond.
Het ontbrekende voeren we bij in de vorm van een geconcentreerde suikeroplossing. Dikwijls wordt genomen 1 gewichtsdeel suiker op 1 gewichtsdeel water, beter en voordeliger is echter 2 gewichtsdelen suiker op 1 deel water. Het koken van de oplossing is geheel overbodig en in verband met de als denatureringsmiddel toegevoegde peper zelfs af te raden. Wel verdient het aanbeveling heet water te gebruiken, daar het oplossen dan veel sneller gaat. Ook is het gewenst de oplossing door middel van een kaasdoek te zeven, daar de voedertoestellen door de gemalen peper zeer worden verontreinigd.

De in de handel zijnde voedertoestellen zijn alle goed, het beste vind ik echter het bekende uit drie afdelingen bestaande houten bakje, dat ieder gemakkelijk zelf kan maken en dat ons in staat stelt de bijen zonder enige storing te voeren. Korven worden gewoonlijk op de ouderwetse wijze gevoerd, namelijk door het onderplaatsen van een bakje of bord, gevuld met suikeroplossing en voorzien van drijfmateriaal. Zeer doelmatig is ook het gebruik van korven, die van boven van een spongat zijn voorzien, terwijl ik enige tijd geleden een imker aantrof, die in de bodemplank onder de korven enkele gaten van ongeveer 2 cm. diameter had geboord en daaronder voerladen met drijfmateriaal had aangebracht. Ook dit was zeer practisch, had echter het bezwaar, dat in koude nachten volken met kort werk het voedsel niet konden bereiken. Bij dergelijke volken moet het bakje met suikeroplossing zo dicht mogelijk bij de bijentros gebracht worden door het op een paar stenen te plaatsen.

Het is gewenst bij kasten zowel als bij korven het voedsel lauwwarm toe te dienen en de voedertoestellen bij de kasten met dekkleedjes, papier of een jutezak af te dekken, zodat de suikeroplossing zolang mogelijk warm blijft. Vooral wanneer de volken door guur weer het voedsel minder goed willen opnemen, is dit van groot belang.
Met het voeren moeten we tussen 10 en 15 October gereed zijn. Weliswaar kunnen we in sommige jaren ook later nog voeren, we mogen daarop echter niet rekenen.

Naast het voeren spreekt bij de inwintering ook de afdekking een grote rol. Vroeger trachtte men door het aanbrengen van zoveel mogelijk isolerende stoffen in de ruimten tussen binnen en buitenbak de volken een zo warm mogelijke winterzit te geven. Later is men echter tot het inzicht gekomen, dat door deze te ver doorgevoerde isolatie de vochtigheid in de woning gedurende de winter en het voorjaar verhoogd wordt, waardoor schimmelvorming op de raten optreedt.
Het is dus voldoende de kasten met enige wollen of vilten dekkleedjes af te dekken, terwijl het aan te bevelen is, hierop enkele lagen oude kranten te leggen, daar deze zeer veel vocht kunnen opnemen. Gedurende de winter kunnen deze kranten dan zo nodig nog eens door andere worden vervangen. Ook de stromat is een goede winterafdekking. Bij het gebruik van dekkleedjes of stromat zonder houten raam moeten enkele latjes van ongeveer 1 cm. dikte dwars over de bovenlatten van de broedramen worden gelegd onder de afdekking, zodat de bijen via de aldus ontstane tussenruimte van de ene
straat in de andere kunnen komen en de bijentros zich in de winter dus kan verplaatsen.
Bij liggende ramen in koude bouw kan het namelijk voorkomen, dat wanneer de voedselvoorraad in de middelste ramen is opgebruikt, de bijen door strenge koude de zich in de buitenste ramen bevindende voorraad niet kunnen bereiken.
E., L.