Bijenteelt voor fruitkweekers.
Als het October is geworden krijgt de fruitkweker-imker het voorlopig minder druk. Het fruit is geoogst (er was voor de meesten dit jaar jammer genoeg niet veel te oogsten!) en de bijen vragen geen arbeid meer. De bijenvolken zijn in September flink opgevoerd. Ze hebben voldoende voorraad gekregen om er gedurende de wintermaanden van te kunnen leven. De boomgaard en de fruittuin vragen ook in de wintertijd veel arbeid. Er moet worden gesnoeid, gemest, geplant, gerooid, gespoten. De bijenstand echter vraagt van September tot Maart-April niet veel arbeid. De fruitkwekerimker heeft natuurlijk gezorgd, dat de stal goed in orde is, zodat kasten en korven droog en tochtvrij staan en dat de kasten, die vrij zijn opgesteld, goed waterdicht zijn. Vocht immers is een vijand van de bijen. Vrijstaande bijenkasten moeten goed in de verf worden gehouden. Dan toch kunnen zij jaren lang meegaan.
Reeds meermalen hebben wij gesproken over de toenemende belangstelling voor de bijenteelt onder de fruitmensen. In het Zeeuws tuinbouwblad las ik, dat een honderdtal Zeeuwse fruitkwekers dit jaar een bezoek heeft gebracht aan de Venendaalse markt en aan het Bijenhuis. In datzelfde blad kwam enige malen een artikel voor, waar boven stond: "De Bij hoort erbij". Daarin werd gewezen op de onmisbaarheid van de bijen voor de fruittelers. De schrijver spoorde de kwekers aan zelf bijen te gaan houden en wel in de "Minderhoud"kasten. Op onze excursie's in Zeeland zagen wij trouwens reeds op tal van goede fruitteeltbedrijven een grote bijenstand. In een Augustusnummer van de Veldbode komt o.a. een foto voor, opgenomen in Zeeland, van een perentak, van boven tot onder bezet met prachtige vruchten (Beurré Hardy). Het onderschrift vermeldde, dat, dank zij de nuttige bestuivingsarbeid der bijen, in Zeeland nog perebomen waren te zien, die bezet waren met vruchten, zó, als deze foto te zien gaf. En dat in een jaar, dat de perenoogst eigenlijk als mislukt kan worden beschouwd.
In de nieuwe prijscourant van de bekende boomkwekerij der N.V. Wed. P. de Jongh komt dit jaar voor 't eerst ook een artikel voor getiteld: fruitteelt en bijen. Men leest daarin o.a.: "In het moderne fruitbedrijf worden kosten noch moeiten gespaard om de gunstigste voorwaarden te scheppen voor een rijke oogst. Aan snoei, bemesting, bestrijding van ziekten en schadelijke insecten worden grote sommen besteed. En dit alles is grotendeels vergeefs als bijen op de bloesems ontbreken.
Er wordt dan verder gewezen op het veel voorkomend misverstand, dat de zelffertiele soorten van ons fruit geen insectenbezoek nodig hebben. Men veronderstelt, dat deze zichzelf kunnen redden en de stampers bestuiven met stuifmeel uit de eigen bloem. Bij verreweg de meeste variëteiten wordt dit belet door ongelijktijdige rijpheid van stempels en helmknoppen, of door de bouw van de bloem. Men is gaan inzien, dat de achteruitgang van de bijenteelt een zeer groot verlies voor de fruitteelt betekende. Het z.g. ruien van fruitbomen is meestal een gevolg van onvoldoende vruchtzetting, veroorzaakt door het gering aantal bestuifsters. Bij nieuwe aanplantingen wordt thans wel terdege rekening gehouden met de bestuiving. Is de aanplant goed, dan leveren bijenvolken groot voordeel".
Uit het bovenstaande mogen wij opmaken, dat onder de fruittelers toch een groeiende belangstelling bestaat voor het houden van bijen in boomgaarden. Ook in het maandblad van de Pomologische Vereniging, "De Fruitteelt", verschijnen telkens artikelen over: bijen en fruitteelt. Kort geleden
werd daarin nog weer eens besproken de kwestie der vergiftiging van bijen door de verschillende bespuitingsmiddelen. In een volgend artikel wil ik daarover nog eens een en ander bespreken, al is deze kwestie in het voorjaar in het Groentje reeds uitvoerig behandeld.
A., J. H. R.