Een late herfstdracht.
Gouden herfstzon en gulden bloem
Bracht op 't veld een zacht gezoem.
Won er lustig als in Mei,
't Kind der zon - de honingbij
Nectar hier uit gulden bloempjes,
Guldertjes op gullen dag,
Zoals 't nooit een herfst gegeven,
Na-herfst 't ooit weer geven mag.
Goudglanzend bood zich 't landschap aan!
In goudglans sloot ook d' akker
Waar wakker de gele bloempjes,
Op klare dag zo dapper
Bevlogen door de eed'le bij
Bestoven kleed - in goud livrei,
Stout zoemend nog haar melodij
In 't ver toch verre herfstlijk tij.
Zo was na-herfst 1937 met zijn zoele dagen, en, is hij misschien ook voor andere bevoorrechte imkers geweest: een drachttijd. Ik had voor iets extra's, iets nieuws gezorgd. Een bloeiend voedergewas, zoals ik dat in het najaar van '36 ergens in het Noorden van Overijssel mocht aantreffen. Een akker zomerraapzaad (Brassica napus), het zaad meer bekend onder de naam: boterzaad, die daar eind September in volle bloei stond en waarop de bijen ijverig nectar wonnen gedurende de warme middagen, zoals een nagelproef me dat destijds bewees, deed me besluiten, een bevriend landbouwer in mijn omgeving er toe te bewegen, het zomerraapzaad ook eens in de herfst te willen doen uitstrooien, waarvan het gewas als groenvoer voor zijn vee en als drachtplant voor de bijen dienen zou. Dit gelukte me in zoverre, dat ik hem bereid vond, een zeker percentage zomerraapzaad aan het hier gebruikelijke knollenzaad te willen toevoegen, zoals ik hem het zomerraapzaad kosteloos beschikbaar gesteld had. Zo stond dan ook in mijne omgeving het boterzaad de vorige herfst in volle bloei. Ruim 3 h.a. Een bloeiende akker zomerraapzaad druk bevlogen door de bijen! Het geheel omlijst door een houtwal met goud- en paarsgetinte herfstblaadjes; een breede houtwal waarin de herfstnevels schuil gingen en doorweven met een net van herfstdraden, waaraan duizenden en duizenden waterdroppeltjes als evenzovele parelen schitterden in de goude na-herfst zon.... Wie kan er zich iets schoners voorstellen! Imker te zijn, ver weg van het jachtende leven... stil mijmerend bij een bloeiend koolzaadveld, waarvan de bijen in snelle, snelle vlucht de laatste nectar, het laatste stuifmeel verzamelen, als telden zij elk uur, elke minuut - koning winter mocht eens invallen en hen beroven van al dat bloeiende stuifmeel - nectar schenkende schone - welk een voorrecht. Van de bloei van het zomerraapzaad heb ik dan ook vorige herfst èn als imker èn als natuurminnaar volop genoten - een gewaarwording, een tafereel om nooit te vergeten.
En dan mijn bijenvolken... Mijn dertig kastvolken, mijn lijf-immen, de standvolken - de hoop der toekomst... Mijn kastvolken - en hierom was het me uitsluitend te doen - die zoveel broed hadden aangezet als gold het Mei! Veel meer, dan zulks met een eenzijdige suikervoedering ooit valt te bereiken. Minstens 10 pond raaphoning, nadat de bijen van de hei terug waren en nadat ik elk kastvolk hoogstens 8-10 pond heidehoning, waarin pollencellen voorhanden, gelaten had.
Kunstraat werd vlot uitgebouwd - onmiddellijk door de moer belegd. Op mijn stand heerste een zomerse bedrijvigheid.
Al mijn wintervolken verkeerden in prachtconditie, zoals ik dat gedurende mijn 21-jarige imkerloopbaan nog nooit heb meegemaakt. Met zeer veel jonge bijen, la crème de la crème, heb ik thans de basis kunnen leggen voor het komende seizoen. Ik stond verbaasd over de volksontwikkeling, zoals ik deze uitsluitend aan de nectar en het stuifmeel van het zomerraapzaad te danken had, als men bedenkt, dat ik zulks mocht bereiken met een uitgaaf van slechts enkele dubbeltjes voor zomerraadpzaad (en de hulp van een welwillend landbouwer. Red.)
Het knollenzaad, alsmede ook het zomerraapzaad wordt meestal na het oogsten der rogge uitgezaaid, vandaar de benaming stoppelknollen en geeft een uitstekend groenvoergewas voor het vee, nadat het gestald is. Meestal komt echter het zomerraapzaad niet tot bloei vanwege een vroegtijdig ingevallen sterke nachtvorst of herfstregenperiode.
De vorige herfst was een uitzondering. Het zomerraapzaad en in 't algemeen het raapzaad, schijnt zich gedurende de bloei van kleine temperatuursschommelingen of weinig zonneschijn weinig aan te trekken, zoals ik dat heb kunnen constateren. Omstandigheden welke op het honingen van andere bloemen een nadelige invloed uitoefenen, schijnen op de nectarafzondering van het koolzaad weinig vat te hebben. Ook prof. Ewert maakt in zijn boek, dat ik den weetgragen imker ten zeerste kan aanbevelen, hiervan melding: Prof. Ewert: "Die Nektarien in ihrer Bedeutung für Bienenzucht und Landwirtschaft". Verlag: "Leipziger Bienenzeitung", Täubchenweg 26, Leipzig.
De besturen onzer plattelandsafdelingen en misschien valt er ook voor onze stedelijke afdelingen in dezen, doch op andere wijze, iets te bereiken, zou ik derhalve willen aanraden, eens op een zelfde wijze te werk te gaan als ondergetekende, n.l.: de landbouwers in hunne omgeving in Juli van dit jaar of eerder, te gaan bezoeken en hen over te halen voor de uitzaai van zomerraapzaad (boterzaad). Mocht zulks event. niet gelukken, hen dan te verzoeken een zekere hoeveelheid zomerraapzaad aan het uit te strooien knollenzaad te willen toevoegen. Dit laatste lukt altijd, waar ook het zomerraapzaadgewas een uitstekend groenvoergewas vormt en tevens men van afdelingswege den landbouwers dat zaad gratis gaat beschikbaar stellen. Verder raad ik aan, uitsluitend die landbouwbedrijven te bezoeken, waar jaarl. grote complexen met knollenzaad worden bezaaid, aangezien men onmiddellijk nadat "het vee gestald is, met het voeren van het bekende knolgroen een aanvang pleegt te nemen. Op deze wijze heeft het zomerraapzaad, zoals dat tussen de winterknollen weelderig opschiet, gelegenheid tot bloei te komen. Werkt het weer tevens mee, zoals dat vorig jaar het geval was, zo blijft het vee uiteraard langer buiten en krijgt de imker ook nog op deze wijze een kans voor zijn bijen. Een extra opwekking voor onze imkers-landbouwers acht ik in dezen overbodig.
Zou de uitzaai van het boterzaad, al of niet in combinatie met knollenzaad, door toedoen van ons imkers en der landbouwonderwijzers algemeen kunnen worden, zo zou zulks de bijenteelt en dat vooral op het platteland, zeer ten goede kunnen komen. Immers, wie zou in onze dagen een voordeel, te behalen met een uitgaaf van slechts enkele dubbeltjes voor zomerraapzaad niet op prijs stellen? En welke imker-landbouwer houdt er niet van een mes, dat van twee kanten snijdt? Neemt derhalve proeven met de suikerzak op de achtergrond en dat de komende herfst met U zij!
SILVESTER.
Naschrift Red. Reeds in 1916 en ook eerder werd in 't Noorden van Overijsel vrijwel algemeen boterzaad als groenvoer verbouwd en de bijtjes voeren er wel bij. Red.