Bijenteelt voor fruitkweekers.


In het Maart- en 't April-nummer van 't Groentje heb ik de bespuiting der vruchtbomen ter sprake gebracht in verband met eventuele schade die daardoor aan de bijen kon worden berokkend. Het lijkt me wel gewenst deze kwestie nog eens te bekijken, omdat ik heb gemerkt, dat vooral de bespuiting met loodarsenaat bij vele imkers nog in een kwade reuk staat. Toen dit onderwerp tijdens de rondvraag op de Algemene Vergadering dit jaar te Utrecht even werd aangeroerd, kwamen van verschillende zijden klachten los over schade. Nu was 't tijdens de rondvraag niet het meest geschikte ogenblik om over dit onderwerp van gedachten te wisselen, ook al omdat de tijd ervoor ontbrak. Daarom adviseer de de Voorzitter om liever in 't Groentje deze kwestie nog eens te bespreken, welk advies ik dan nu wil opvolgen.

Na de bespreking in het Maart- en het April-nummer zijn er in 't Groentje nog enkele opmerkingen over verschenen en vond ik het onderwerp ook behandeld in "De Fruitteelt" der Pomologische Vereniging en in een artikel in een onzer grote dagbladen. Het is een feit, dat er onder tal van imkers nog steeds een grote tegenzin bestaat om hun volken in boomgaarden te plaatsen, waar met loodarsenaat wordt gespoten.
Indertijd heb ik aangetoond, dat er geen vergiftigingsgevaar voor de bijen bestaat als vakkundig wordt gespoten. Voor de fruitkweker is loodarsenaat als bestrijdingsmiddel voor tal van schadelijke insecten onmisbaar. Het gebruik ervan wordt zelfs uitgebreid. Vroeger werd geadviseerd: spuit met loodarsenaat binnen 10 dagen na de bloei, dus vóór de kelkslippen gesloten zijn. Bij vele soorten bleek dit onvoldoende. Het percentage wormstekige vruchten bleef nog te hoog. Latere, nauwkeuriger onderzoekingen, leidden tot het advies: spuit na ± 5 weken nog eens en dan na 3 weken nog eens. Uit tal van proeven bleek, dat op deze wijze de wormstekigheid tot een zeer laag percentage terug te dringen was. Dit jaar hebben we weer heel duidelijk kunnen zien, dat de bespuitingen met l.a. onmisbaar zijn. Toen het n.l. in Mei-Juni leek, dat de fruitoogst zo goed als geheel was mislukt door de buitengewoon strenge nachtvorsten, was er weinig animo voor het uitvoeren van bespuitingen. Loodarsenaat werd al zeer weinig verspoten. 't Gevolg is geweest, dat de beschadiging door wormstekigheid dit jaar heel ernstig was en er aan de veilingen heel wat wormstekig fruit is aangevoerd.

Loodarsenaatbespuitingen past men tegenwoordig ook toe tegen de slakvormige bastaardrups der ooftbomen (eriocampoides limacina) en wel in Juli en Augustus. Deze rups kan in sommige jaren aanzienlijke schade veroorzaken, vooral aan vormbomen, maar ook aan jonge struikaanplantingen. De opperhuid en het bladmoes der bladeren wordt weggevreten en deze krijgen al spoedig een bruine kleur. Het kan ten gevolge hebben, dat de vruchten zich onvoldoende ontwikkelen en ontijdig worden afgeworpen. De jonge bomen zullen zich slechter ontwikkelen.
Nu zullen deze bespuitingen in Juli-Augustus in het algemeen geen schade aan de bijen doen. Wel zou dit in ernstige mate het geval kunnen zijn, als er in deze maanden bloeiend boterzaad onder en tussen de bomen staat. Vorig jaar en ook dit jaar is er in enige jonge aanplantingen wel boterzaad uitgezaaid en wel tamelijk vroeg, zodat het reeds in Juli-Augustus bloeide. Men doet dit om minder uitgaven te hebben voor hakken en wieden en verder voor groenbemesting. Moet nu tijdens de bloei van dit zaad, dat door de bijen druk bevlogen wordt, met loodarsenaat gespoten worden tegen het bastaardslakje, dan loopt men de kans sterfte onder de bijen te krijgen. En een sterke achteruitgang van de bijenvolken in Augustus is voor den fruitkweker-imker noodlottig. Immers juist in deze tijd moeten er veel jonge bijen worden geboren om in 't voorjaar veel bestuifsters te hebben.

De heer de V. uit Geldermalsen spreekt in het Augustus-nummer ook over het gevaar van het spuiten met loodarsenaat in gemengde beplantingen, zoals men die nog veel aantreft in Limburg en Gelderland en nog hier en daar in Zeeland. Zeer juist is daarbij zijn opmerking, dat door de imkers geëist moet worden, dat in zulke aanplantingen alleen met windstil weer gespoten wordt in verband met het terecht komen van l.a. op nog bloeiende bomen.
Met zijn opmerking over 't plaatsen van bijenvolken in kassen en warenhuizen ben ik het niet helemaal eens. Daarover iets in 't volgende nummer.
A., J. H. R.