Ingezonden.


Mijnheer de Redacteur,
In het boekwerk "Apo-Kajan", door H. F. Tillema, vond ik op blz. 220 de volgende passage:
"Bijen houden veel van "ikan kring", de in Indiƫ zo welbekende droge vis. Of het smaak dan wel de geur is, die hen aantrekt,; weet ik niet. In het algemeen vinden de mensen die reuk niet zeer aangenaam, maar het reukorgaan van de bij is wellicht anders ingesteld, dan dat van de mens.
Hoe ik deze eigenaardige smaak van de bijen ontdekte? Wij, de bestuursambtenaar, de heer de Bos, en ik, hadden op een onzer tochten een bivak opgeslagen op een heuveltje bij de monding van een kleine rivier in de Kelai (Beraoe, O. Borneo). Zo'n pleisterplaats is gemaakt van boomstammetjes, gedekt met matten. Die matten worden op reis steeds meegenomen. Om ruimte in onze prauwen te winnen, was de droge vis - naast rijst het voedsel voor de roeiers - in die matten gewikkeld. En op de matten van het dakje kwam een zwerm bijen af. Met veel moeite gelukte het ons, onze klamboe's over de veldbedden te spannen, zodat wij, de heer de Bos en ik, geen last van de diertjes hadden. Maar onze roeiers en de oppas-kok konden zich niet beveiligen, waarop ze in wanhoop het bos invluchtten. De aanval duurde maar kort, want het was laat in de namiddag en de bijen vliegen alleen bij daglicht. Het wegvliegen der diertjes was voor ons allen een grote verademing!"

Hoogachtend,
DEN HAAG.
A. SMABERS.

N.B.: cursivering is van mij.