Vragenrubriek.
Vragen bestemd voor deze rubriek richte men tot den Heer A. Oonk te Warnsveld. Beantwoording kosteloos. Wenst men schriftelijk antwoord, dan sluite men een postzegel in. Alleen vragen, die ook voor anderen van nut kunnen zijn worden beantwoord.
Vraag 451. Voldoen korven van bunt gevlochten beter dan gewone strokorven?
W. S. K. te H. (N. H.)
Antwoord: In vragen 439 en 449 heb ik hierover al iets vermeld. Thans ontving ik nog de volgende ervaringen:
Dhr. J.T. te Vriezenveen (Ov.) schreef: "Strokorven zijn van binnen ruwer. De bijen zitten er geregeld aan te bijten, al brandt men de korf ook uit. Bij het vlechten met bunt is de korf van binnen glad. Ook heeft men minder last van wasmot. Wat de warmte betreft, heb ik er weinig verschil in". Als vragensteller er belang in stelt, wil hij in deze winter wel enige korven voor hem vlechten. Mocht U hierop ingaan, dan wil ik U op een briefkaart met betaald antwoord wel zijn volledig adres opgeven.
Dhr. W. J. v.d. B. te Haamstede (Z.) vermeldde: "Korven van bunt gevlochten voldoen goed. Heb nog geen onderscheid kunnen maken, of de bijen er warmer in zitten, of er beter en vlugger in bouwen dan in gewone strokorven. Wel gaan korven van bunt in het gebruik langer mede".
Tenslotte nog een schrijven van dhr. G. v.d. B. te Oudehorne (Fr.): "Korven van bunt voldoen mij even goed, als die van stro. Ik zoek het bunt zelf, alsook de braamstruiken, waarmede ik ze vlecht. Over 't algemeen een mooie korf, doch wel wat zwaar".
Vraag 452. Ben beginner. Heb een zwerm in een kast gedaan met jonge koningin. Alles verliep gewoon, maar nu is het fout. Het broed wordt niet verzegeld. Larven van een week en ouder worden er door de bijen uitgehaald. Wat moet ik daartegen doen?
A. de L. te A. P. (N. H.)
Antwoord. Om Uw vraag nauwkeurig te kunnen beantwoorden, zou het gemakkelijker zijn persoonlijk eens een kijkje in de kast te kunnen nemen. De mogelijkheid bestaat en ik vermoed, dat dit wel zeker is, dat het aan de koningin ligt, doordat deze niet behoorlijk is bevrucht. U moet erop letten, of de eistand wel goed is, d.w.z. of er in elke cel één eitje ligt en dan moeten alle cellen daaromheen ook eitjes en larven bevatten, dus een regelmatig broednest. Liggen er meer eitjes in één cel of eitjes aan hoopjes, dan deugt de koningin niet. Men moet dus zien, of het gewone arbeidsterlarven zijn, die worden uitgetrokken, of dikkere darrenlarven. In dat laatste geval is de zaak niet in orde en zal de koningin door een goede bevruchte moeten worden verwisseld. Ook bestaat de mogelijkheid, dat het larven trekken een gevolg is van voedselnood. U moet dus zien, of er wel voer aanwezig is en zo niet, dan moet U wat suikerwater voeren.
Vraag 453. Een koningin wordt in de kast niet bevrucht. Wat gebeurt er nu met het volk, waarvan de koningin niet bevrucht is, omdat zij b.v. door beschadiging der vleugels e.d. niet kan vliegen?
J. F. te A. (N. H.)
Antwoord. Als de koningin niet bevrucht wordt, wordt het volk darrenbroedig. Er worden dan alleen darren geboren. Het volk zal geleidelijk in sterkte afnemen en ten laatste ten gronde gaan.
Vraag 454. Als na het zwermen al het darrenbroed is uitgelopen, is het dan wenselijk, dat men de darrencellen wegsnijdt? Wanneer men ze niet wegsnijdt, worden ze dan weer spoedig belegd?
J. F. te A. (N. H.)
Antwoord. Als na het zwermen al het darrenbroed is uitgelopen, is het wenselijk, dat ramen, die veel darrencellen bevatten, vervangen worden door andere met weinig darren cellen, of als men die niet heeft door ramen met hele vellen kunstraat. In korven kan men het darrenbroed wegsnijden. Dit kan ook wel in kasten, doch dit is minder gewenst, om dat men hier met kunstraat werkt en dan het darrenbroed beter kan onderdrukken. Als het nog vroeg in de zomer is, worden de darrencellen die men niet wegsnijdt, meestal weer belegd. Komt men in de tweede helft van Augustus, dan heeft men hier minder kans op.
Vraag 455. Voor een veertien dagen zag ik uit een mijner kasten nog darren vliegen. Bij het openen der kast vond ik in 't geheel geen broed, ook geen darrenbroed, zodat ik dacht dat het volk moerloos was omdat ik veel darren aantrof. Bij het kloppen tegen de kast volgde een kort bruisen, doch geen huiltoon, zo als bij moerloosheid. Ik wachtte dus nog even af. Spoedig daarna bemerkte ik, dat sommige darren door de bijen achtervolgd werden, die ze probeer den te steken. Toen ik de kast na een tijdlang weer opende, vond ik nog geen broed, wel darren. Wat raadt U mij met dit volk aan te vangen? Het zit nog goed in de bijen en flink in het voer. Het was deze zomer een van mijn beste volken. De
moer is van 1937 en zwermde dit jaar niet.
K. M. te W. (N. H.)
Antwoord. U zegt, dat het volk nog goed in de bijen zit en dat de darren door de bijen werden achtervolgd. Dit laatste is meestal een teken, dat er wel een moer in de kast zit, anders laten de bijen de darren ongemoeid. Ik zou U aanraden, begin het volk eens wat te voeren, dan gaat de koningin, als die aanwezig is, weer aan het eitjes leggen. Zit er teveel voer in de kast, dan neemt U er enkele raampjes uit en vervangt deze door ramen met kunstraat, welke U middenin hangt. De bijen bouwen deze door het voeren spoedig uit en de koningin belegt die gaarne. Als U een week lang met kleine porties van b.v. ½ k.g. per dag hebt gevoerd, moeten er eitjes gelegd zijn. U kijkt de kast dan eens grondig na. Vindt U dan nog geen eitjes en geen moer, dan is het wel zo goed als zeker, dat het volk moerloos is en zou ik een andere moer invoeren, als U die nog in voorraad hebt.
Vraag 456. Ik heb een bijenstand bestaande uit kasten met vlucht op het Zuiden. Oost en West door een paar dennen geflankeerd. Men zegt, als 's zomers de zon 's middags op de kasten schijnt, dit het zwermen bevordert en dat wil ik juist niet. Nu is mijn plan een nieuwe stal te bouwen en dan ca. 1 m. achteruit. Deze het volgend voorjaar te betrekken en de oude af te breken. Ook denk ik er wel over de stand een veertigtal meter te verplaatsen en dan de vlucht op het Oosten te brengen. Zij staan dan meer in de schaduw, doch ook meer op de wind. Wat raadt U mij?
E. J. R. te B. (F.)
Antwoord. Als U de stal één meter achteruit wilt zetten, is hiertegen geen bezwaar. U behoeft de bijen dan niet van huis te brengen. Houdt U 's middags nog veel zon en hebben de bijen hiervan teveel hinder, dan zou ik dit plan niet uitvoeren. U kunt dan de stal beter een veertigtal meters verplaatsen. In dat geval moet U de bijen gedurende minstens 3 weken op een afstand van 3 à 5 k.m. in rechte lijn van huis brengen. Reist U met de bijen, zoveel te beter. U bevolkt dan de stal, als U met de volken van de reis terugkomt. De beste stand is met het vlieggat op het Z.O. De bijen hebben dan 's winters wat meer gelegenheid om uit te vliegen, dan wanneer zij op het Oosten staan. Dit is vooral in koude winters het geval. In zachte winters hindert het minder, omdat de bijen met het vlieggat op het Oosten, dan nog wel eens gelegenheid hebben één of meer reinigingsvluchten te houden. Staan de volken op het Oosten te winderig, dan kunt U dit misschien voorkomen door een of andere beplanting op een afstand aan te brengen. Oostenwinden komen echter lang zoveel niet voor, als die uit het Zuiden en Westen.
A. OONK.