Raad voor beginners.


Een beginnend imker ziet zich gewoonlijk voor tal van vragen en moeilijkheden gesteld, ten aanzien waarvan hij door gebrek aan ervaring en een tekort aan kennis zeer moeilijk zelf de juiste beslissing kan nemen. Het doel van deze rubriek is daarom dergelijke vragen te bespreken en van verschillende zijden te belichten.

Als eerste onderwerp wil ik behandelen de keuze van de bijenwoning, omdat ook de beginner hiermede het allereerst in aanraking komt. Nog te veel zien we, dat men met bijenhouden begint in de ronde korven.
Wèl is de ronde korf een goedkope en voor de bijen doelmatige woning en wèl is het gemakkelijk uit enkele ronde korven in een paar jaar een flinke stal te fokken, doch de opbrengst van ronde korven valt vrijwel altijd tegen. Vooral door het verdwijnen der heidevelden door de ontginningen, dus door het ontbreken van een goede najaarsdracht, zal de korfteelt steeds minder rendabel worden. Bovendien moet het als een groot voordeel van de kast tegenover de ronde korf beschouwd worden, dat we vooral wat het zwermen betreft veel meer regelend kunnen optreden. Bij een korfstal moet de imker in de zwermtijd des daags voortdurend bij de stal aanwezig zijn, om de afkomende zwermen te scheppen; bij een kaststal, is dit niet nodig, daar kunnen de bijen des avonds na beëindiging van de dagelijkse werkzaamheden zodanig worden behandeld, dat men geen vrees voor onverwachte zwermen behoeft te hebben.
Sommige imkers hebben de gewoonte naast een aantal kasten enkele korven te houden en wel om met behulp van de zwermen, die de korven geven, zo nodig de zwakkere kastvolken te kunnen versterken. Dit verdient natuurlijk alleszins aanbeveling.

Wat de keuze van het kasttype betreft, bestaat in ons land gelukkig een niet al te grote verscheidenheid. Vrijwel algemeen is de Simplexkast in gebruik, terwijl we hier en daar het Duitse kasttype met achterbehandeling (meestal de Alberti-Blätterstock) kunnen aantreffen.
De Simplexkast is een voor ons land zeer doelmatige kast, vooral omdat ze gemakkelijk aan verschillende omstandigheden, zowel goede als slechte. kan worden aangepast, terwijl ze kan worden gebruikt voor de meest uiteenlopende bedrijfswijzen. Zij heeft slechts één nadeel en dat is, dat ze uit een groot aantal losse delen bestaat, waardoor bij het reizen nogal eens moeilijkheden kunnen voorkomen. We moeten dit nadeel echter op de koop toenemen, daar het een gevolg is van de bouw en de constructie van de kast, waaraan we ook de zoeven genoemde voordelen hebben te danken.

Een beginnend imker zal dikwijls als gevolg van financiële overwegingen zelf zijn eerste kasten gaan maken en hiertegen bestaan ook geen bezwaren, wanneer hij tenminste zijn capaciteiten als amateur-timmerman niet overschat en wanneer hij maar zorgt een goed model of een goede tekening ter beschikking te hebben. Want hoewel het maken van een bijenkast geen moeilijk werk is, toch vereist het enige handigheid in het hanteren van enkele gereedschappen, terwijl bovendien de maten zeer nauwkeurig moeten worden aangehouden. Meermalen treft men door beginners gemaakte bijenkasten aan, waarvan bijvoorbeeld de hoogte van de ramen één centimeter te klein is, doordat het voor de buitenranden beschikbare hout te smal was. Een dergelijke afwijking lijkt voor een leek op het gebied van bijenteelt van geen belang, in de praktijk echter veroorzaakt ze veel last, want het is nodig dat de ramen en onderdelen van de verschillende op een stal aanwezige kasten kunnen worden verwisseld.
Daarom is het ook onjuist op eenzelfde stal kasttypen met verschillende raammaat te gebruiken. Beginners zijn daartoe soms geneigd, omdat ze willen proberen, welke raammaat de beste is.

De gebruikelijke Simplexkast is dubbelwandig, bij verschillende imkers ziet men echter ook de enkelwandige en deze bevalt voor de overwintering even goed. Bij de aanschaffing is ze natuurlijk goedkoper. Misschien dat de bijen in enkelwandige kasten iets meer wintervoedsel gebruiken, doch overigens ondervinden ze van de koude geen hinder.

Tenslotte nog iets over het aantal volken voor een beginner. Het is verkeerd. met een te groot aantal volken te beginnen, daar deze te veel werkzaamheden vereisen. Maar eveneens is het verkeerd te beginnen met één volk, omdat bij moerloosheid vooral bij de uitwintering dan meestal het gehele volk verloren is. Het beste is het, al naar de omstandigheden, te beginnen met 2 tot 4 volken.
E., L.