Uit een brief van een imker op Java.


Door de drang der omstandigheden moest naar middelen worden gezocht de inkomsten der bevolking in het agrarisch gedeelte vooral te vergroten. Zo werd de aandacht gevestigd op het houden (verbeteren) der bijen in dit Regentschap. Er werd een centrale opgericht met model-kasten en het doel was de bevolking de gedachte bij te brengen, dat er met de bijen, mits goed behandeld, iets te verdienen valt.
De primitieve methodes van den inlander -- het houden van bijen in een stuk gespleten boomstam, uitgehold en van een vlieggat voorzien - brachten hem zeer weinig voordeel. Schrik niet lezer, als ge zijn "bedrijfsmethode" leest!

Bijenhouden in een stuk boomstam (glodogan) door den inlander.


Heeft hij geld nodig, dan wordt het stuk boomstam (glodogan) nagezien en wanneer er wat te halen valt, geplunderd, waarbij raten, broed enz. worden vernield en middels persen, tussen twee plankjes!!, een product verkregen, dat de inlander honing noemt. De rest wordt gekookt en bij de rijst gegeten!!
Die zgn. honing heeft voor de Europese markt geen waarde en wordt door de Chinese en inlandse bevolking als medicijn gebruikt. Het eventueel gewonnen was wordt bij het batikken gebruikt. In het district Kaliwiro waren medio '36 plm. 4000 van die glodogans in gebruik.

De eerste kasten werden onder leiding van dhr. Lorang in gebruik genomen. Door hem werden twee mantri's opgeleid, die met het dagelijks toezicht werden belast. Eens in de maand kwam dhr. L. kijken en instructies geven.
Medio '37 was er echter nog geen schijn van resultaat bereikt en er was evenmin ook maar een enkele aanwijzing, dat er ooit resultaat bereikt zou worden.
De Regent van Wonosobo verzocht toen dhr. Goudkade, die geen beroepsimker is en reeds 40 jaar in de Oost zit, doch in Holland veel van de bijenteelt gezien had, eens een rapport uit te brengen.
Er was begonnen met het opkopen van de bijen van de bevolking (uit de glodogans) en deze bijen in 9 raams kasten (Simplexmodel) gedaan. Er werd met ruim 100 kasten begonnen en ongeveer 70 bij elkaar geplaatst. Waar er geen aaneengesloten beplanting was, vond dhr. G. deze opstelling verkeerd en terecht en ze werden toen gedecentraliseerd opgesteld, zodat ze minder ver behoefden te vliegen en geen kans op hongerzwermen bestond (hongerzwermen op Java dus ook. Red.).

Er werden proeven genomen met kleinere kasten door ombouwen en toepassen van blinde ramen, daar de honingkamers weinig of in het geheel niet werden benut. De op het eerste gezicht minderwaardige moeren werden opgeruimd en de moerloze volken met betere moergoede volken verenigd. Resultaat: na plm. 4 maanden honing van superieure kwaliteit. Verscheidene volken wisselden zelf van moer ! Bij de 62 in gebruik zijnde kasten moeten er nog een massa zijn van minstens 3 jaar oud. Alle moeren zijn gekortwiekt.
De broedkamers werden weer van 5 op 7 raampjes gebracht. Als alles goed bezet is wordt een kunstzwerm gemaakt in een nieuwe kast. Zo'n kunstzwerm bestaat uit de oude moer plus twee raampjes aan weerszijden vol werkbijen. Dhr. G. brengt alleen de beste moeren over en selecteert dus.
Het raatgewicht liep door de verbeterde bedrijfswijze op van 190 gram (raten van 25 X 12%) tot ruim 400 gram.


Moderne bijenstand (7 raams) op Java.

De bij, waarmede gewerkt wordt, is de bekende apis indica, die veel kleiner is dan de onze. Ze moet nog gedresseerd worden, doch is weinig agressief en zeer gemakkelijk te behandelen.
Dhr. G. heeft begrepen, dat ook op de bijenstand niets vanzelf gaat en pakt de zaak ernstig aan.
Waar dhr. G. 21 k.m. van de stand woont moet ook hier de dagelijkse leiding overgelaten worden aan een mantri (inl. opzichter), die door een helper wordt geassisteerd. Dhr. G. komt 2 maal per maand op de stand, hetgeen te weinig blijkt te zijn. De mantri moet aantekeningen maken van hetgeen hij deed en waarnam en dat schijnt wel eens moeilijkheden op te leveren.

Reeds is gezegd, dat veel moeren stil omwisselen; van de ruim 60 kasten deden dit al 17. Per dm.² raat vond dhr. G. 625 cellen; de kunstraat wordt ook zelf gemaakt op een pers.
De wijze waarop de bijen van een nieuwe moer worden voorzien schijnt heel wat gemakkelijker te gaan dan bij ons. Moer en volk worden bestoven met een mengsel honingwater 2 : 1 en klaar is Kees. Ook het verenigen van twee volken gaat gemakkelijk.
Vóór de leeg te maken kast wordt een bord met suiker- of honingoplossing gezet en de thuiskomende bijen gaan daar op zitten. Zij zuigen zich in een ogenblik vol en nu wordt dit bord voor de te versterken kast gezet en de bijen met blijdschap aangenomen. Wat nog in de kast overgebleven is, wordt bestoven met de suiker-honingoplossing en bij het andere volk gevoegd.

De drachtplanten zijn er natuurlijk anders dan bij ons. Van critus wordt zeer mooie lichtgele, en zeer aromatische honing geoogst, zij het ook maar weinig. Van de klapperboom (cocospalm), die nagenoeg het gehele jaar door bloeit, wordt minder lekkere honing geoogst en de koffie geeft ook al geen smakelijke honing. Cocoshoning noemt men "bocht". Cocoshoning is donkerbruin, bijna zwart en vrij scherp van smaak.

Gewone bijenwas geeft te zware kunstraten en worden deze dunner gemaakt, dan zijn ze te bros. Nu werden proeven genomen met was vermengd met een groot gedeelte parafine (van de beste) en dat ging buitengewoon goed. Van raten van enkel parafine moesten de bijen echter niets hebben.

REDACTIE.

N.B. Voor wie nog verder belangstelt in de bijenteelt op Java verwijzen wij naar de pagina's 183 t/m 187, 204 t/m 208 en 218 t/m 222 van jaargang 1931.
Juni '39.