Kastanjes.


Kastanjes zijn mooie lommerrijke bomen, welke meestal uit de meer Zuidelijke landen zijn geïmporteerd. Zij houden het liefst van vochtige bodem en vrije standplaats. Bloeiende kastanjebomen zijn vooral bij grotere omvang een sierraad voor de streek. Als honingbronnen komen ze maar weinig in aanmerking.Wel ziet men ze gedurende haar bloei door bijen omzweven, doch deze kunnen er weinig van genieten, daar de honing te diep ligt en de bloem te ontoegankelijk is, vooral bij de witbloeiende paardenkastanje (aesculus Hippocastaneum). Het zijn in de regel maar plaagbloemen en de bijen welke door de bloemen aangetrokken worden, verbeuzelen er hun kostbare tijd maar mee. Hommels kunnen er meer van profiteren en bijten soms gaten in de bloemen bij de nektar, waar de bijen dan toegang door vinden. Zulke methoden van honinggaren kunnen nooit van overwegend belang zijn voor den imker.
Rode kastanje (aesculus Carnea) is iets beter en mag vooral als stuifmeelboom zeer zeker genoemd worden.
Gele kastanje (aesculus flava) is méér toegankelijk voor de bijen en mag dan ook als honingboom in aanmerking komen.
Bijen zouden propolis halen van kastanjeknoppen; dit heb ik nog niet waargenomen, wel zag ik dit enige jaren geleden op Canadese populier (populus Canadensis).

HOENSBROEK.
C. DE JONG.

Bij de waardering staat de Kastanje aangegeven als 3 voor stuifmeel en 3 voor nectar van de 5 punten. De grondsoort zal hier wel een factor van belang zijn. RED.