Bijenstand-Inspectie Arnhem.
Commissie:
L. v. Giersbergen, Oud-Rijksbijenteeltconsulent, Wageningen, Voorz. Mevr. A.M. Leonards-van der Kolf, Oosterbeek, lid. A.J.A. Bros, Arnhem, lid-secretaris. H. Vonk, Arnhem er A. van Someren, Velp, Plaatsverv. leden.
De bijenstand-inspectie die in 1938 zulke goede resultaten had opgeleverd, wordt dit jaar weer gehouden. Er zullen vier inspecties zijn over de bijenstallen van twaalf deelnemers. Zaterdag 29 April werden de stallen voor de eerste maal bezocht. Aanvankelijk was 22 April de aangewezen datum, doch het winterse voorjaar deed tot een week uitstel besluiten. Het weder was er echter niet beter op geworden, de tijd had geen uitkomst gebracht, het was koud en onaangenaam.
Er werd echter onder leiding van den Heer van Giersbergen begonnen en de Heer Chr. M.L. Leonards te Oosterbeek, die welwillend zijn automobiel ter beschikking had gesteld, aanvaardde met ons de tocht.
Alle stallen werden bezocht en na afloop kwamen we tot de volgende conclusie
Er waren zeer goede, goede en matig goede volken op de stallen, de goede gevolgen der bijenstand-inspectie 1938 waren waarneembaar, er werd aantekening gehouden, door sommigen zelfs zeer goed. Geen enkel volk was gedurende de lange winter gesneuveld, de bijtjes hadden zich kranig gehouden. Het ongunstige weder van de laatste tijd was oorzaak, dat kon worden gezegd dat hier en daar de bijen gebrek aan water hadden, hetgeen aan de ontwikkeling der larven niet ten goed was gekomen. Een der deelnemers had dit ondervangen door zijn bijen een oplossing te geven van 50 gram honing op 1 liter water. Aangetrokken door de honinggeur hadden de bijen dit drinken gaarne opgenomen zonder uit te vliegen. Zij waren dus niet als anderen, op hun tocht om water te halen, van koude omgekomen. De man had puike volken.
Over het algemeen was de afdekking der bijen goed, het parool van den Heer van Giersbergen, "Houdt ze Warm", was niet vergeten en in de practijk gebracht.
Ook bleek dat mejuffrouw Wasmot weer in actie was en bij één volk bleek dat zij zich brutaalweg op bijna onzichtbare wijze tussen gesloten broed had genesteld. Het geoefende oog van den Voorzitter had hen spoedig ontdekt en in minder dan geen tijd waren de dames gesneuveld. Men kijke zijn ramen dus nauwkeurig na, nauw merkbare streepjes tussen gesloten broed geven de schuilplaats dezer ongewenste gasten aan.
Als een bijzonderheid kunnen we nog vermelden dat door een der deelnemers, een knutselaar van de eerste rang, een bijenkast in de vorm van een boogkorf, door hemzelf uitgedacht en vervaardigd, werd gedemonstreerd. Het is inderdaad prachtwerk, en de commissie zal dit experiment niet uit het oog verliezen.*) De deelnemers waren allen bij de inspectie aanwezig en wij hopen, dat de ongeveer half Juni te houden tweede inspectie een goede voortgang zal te zien geven.
Namens de Commissie,
ARNHEM, 1 Mei 1939.
A.J.A. BROS, Secretaris.
*) Misschien mogen we daarvan wel eens een afbeelding voor het Groentje tegemoet zien? Red.