Uit de Jaagkieps.


Wij weten allen, dat er verschillende soorten bijen zijn en als leek op het gebied der rassenteelt gaan wij op de kleur af: Onze bij is donker, bij zwart af, de Italiaanse is geel, terwijl de Krainer grijs is. Voor deskundigen zijn er nog andere kentekenen en uit de Deutsche Imker (uit Bohemen) van 1938/6 neem ik van een in die streken bekend schrijver het volgende, benevens de bijgaande tekeningen over.


Fig. 1 geeft de voorste vleugel van een werkbij weer, met I, II en III worden drie door aders gevormde vierkanten aangegeven, waarvan III door een neergaande ader in twee delen, a en b, wordt verdeeld. Nu zegt de grootte dezer stukken den deskundige veel. Het getal, dat aangeeft hoeveel het stuk a op het stuk b gaat, heet de Vleugel-index. Men heeft vastgesteld, dat dit bij de Duitse bij tussen 1 en 2 ligt, bij de Krainer en Italiaanse tussen 2 en 2½. De vleugel-index ligt bij de darren lager, die bij de moeren hoger dan bij de werksters van een zelfde ras.

In de achterste vleugel hebben wij ook nog een verschil en wel de ader in fig. II aangegeven met A., aderstomp genaamd. In fig. III komt deze niet voor. De aderstomp wordt bij de Syrische, Cyperse en Egyptische bijen gevonden, mankeert bij de Italiaanse en Krainers, terwijl onze bijen er weer van voorzien zijn, maar dit kenteken komt bij de Duitse bijen niet altijd voor, terwijl er ook tussenvormen zijn.
Voor het waarnemen van deze kentekenen heeft men een loupe, die 3 tot 5 maal vergroot, nodig.

-0-


In ons Groentje van September komt een afbeelding voor van een Italiaans geldstuk, voorstellende een bij een bloem van de Papaver bezoekend. Toevallig staat in The Beeworld van dezelfde maand een artikel over Engelse geldstukken, die de beeltenis van een bijenkorf, omgeven door vliegende bijen, dragen. Deze bijenkorven zijn rond, hebben het vlieggat onderaan en staan elk op een tafeltje met vier korte poten.
Het betreft hier een soort particulier geld, uitgegeven in het laatst der 18e eeuw. De geldstukken, Tokens genaamd, zijn van koper in de waarde van een 1/2 en een 1/4 penny. In het begin der 19e eeuw treft men ook zilveren stukken van hogere waarde aan. De bijen moeten hier als het symbool der nijverheid worden beschouwd, enige der geldstukken dragen dan ook passend opschriften als Industry has its sure reward. (Nijverheid heeft haar zeker beloning.) Industry the source of Content. (Nijverheid de bron van voldaanheid.)

-0-


In onze tijd van moderne techniek kan men zich niet indenken dat er een tijd is geweest, dat men zich in de oorlog van bijenvolken als strijdmiddel bediende. De Duitse schrijver Bessler haalt o.a. de volgende gevallen aan:
Als de villa van den Romeinsen schrijver Vergilius (70-19 voor Chr.) door vijandige soldaten wordt bezocht, gaat hij met zijn kostbaarheden tussen zijn bijen staan, deze vallen daarop de soldaten aan.
In de 10e eeuw wierp men bijenvolken onder de vijandige ruiterij en werden bij belegeringen de steden met kokend water, teerkransen en bijenkorven verdedigd.
In 1637 overvielen soldaten een dorp in Thüringen, de pastorie moest het ook ontgelden, de dominé en zijn familie namen de vlucht, maar de dienstmaagd gooide enige korven met bijen tussen de soldaten in het huis en kroop vervolgens onder een hooischelf.
Er is ook een tegenhanger van het verhaal van onzen Michiel de Ruyter, die aan een zeerover wist te ontkomen met behulp van enige vaatjes zeep. Turkse zeerovers enterden een Engels schip, maar de bemanning hiervan wist zich van hen te ontdoen door enige bijenvolken, die toevallig aan boord waren.

Een imker, die in een woedend bijenvolk heeft moeten ingrijpen, zal de waarde ervan als strijdmiddel niet onderschatten; op dit gebied lijkt mij de korf de voorkeur te genieten boven de kast.

-0-


Uit de Schweizerische Bienenzeitung van 1938/10 volgt hier een vertaling van een artikel van Dr. Vontobel, getiteld: "Bijengift als geneesmiddel".

In de laatste jaren heeft het bijengift als geneesmiddel bij de behandeling der rheumatische ziektegevallen bij leken en artsen toenemende belangstelling gewekt. Naast publicaties van veelbelovende gevolgen zijn ook mislukkingen geconstateerd. Ter opheldering van deze strijdvraag heeft Dr. R. Schwab in Würzburg (Bijengift als geneesmiddel, uitgave Thieme, Leipzig, 1938) aan de hand van veel gegevens en van eigen waarnemingen, de gebruikswijzen van de meest in gebruik zijnde bijengift-preparaten en de daarmede behaalde successen geschilderd, hetgeen met het oog op het groot aantal rheumatieklijders een dankbaar werk is. Schwab komt tot de volgende slotconclusie:

"De talrijke ervaringen tonen aan, dat de behandeling met bijengift op het therapisch gebied der rheumatische ziekten, ondanks alle onderzoekingen, ongemeen moeilijk in de uitgebreidste zin nieuwe perspectieven waarborgt en dat daarmede een succesvolle weg op een tot dusver nog zeer onvoldoend onderzocht terrein is betreden.
Vele problemen zijn voor de opheldering van de verhoudingen tussen het bijengift en rheumatiek nog op te helderen. Steeds laat de niet aanwezigheid van gevaar bij de behandelingsmethoden, alsook het in dikwijls moeilijke gevallen ontwijfelbaar succes het bijengift den practicijn een waardevol wapen in de strijd tegen de rheumatische ziekten aanbevelen.
Beslist moet er echter op gewezen worden, dat daarnaast de belangrijkheid en onmisbaarheid van de andere beproefde middelen van de physiterapie en stralenbehandeling erkend moeten blijven, daar er steeds een reeks van gevallen zijn, die bestand zijn tegen de bijengift-behandeling en dat bij veel zieken deze behandeling eerst in samenwerking met de andere maatregelen tot succes voeren.
Aan de andere kant moet met nadruk gezegd worden, dat bij een niet onaanzienlijk aantal rheumatieklijders alle tot dusver toegepaste behandelingen geen succes hadden en de eerste aanwending van bijengift den lijder weer genezing mocht brengen, hem valide houden en voor een zware ziekte behoeden".

Jékavé.